“Delicatesse of niet, kijk verder tot je iets gezonds ziet”
Adelaarsvaren – Pteridium aquilinum
(Bracken)
Varens zijn primitieve planten en daardoor ook merkwaardig. Ze planten zich voort via sporen en krijgen geen bloemen en brengen GEEN zaden voort. Varens zijn bedekt bloeiend.
De sporen zitten in sporenhoopjes in de zogenaamde sori (het sporendragend orgaan) en zijn bruin of groen van kleur. Aan de onderkant van sommige bladeren zitten deze sori. Wanneer een spoor op de bodem komt ontstaat eerst een zeer klein plantje van ongeveer een HALVE centimeter groot, meestal tweelobbig of hartvormig, het prothallium. Zo’n prothallium is ook zeer dun! Namelijk 1 cel dik! Dit prothallium zet zich met worteltjes van ook een eencellige dikte vast in de grond. Belangrijk is dat deze grond vochtig is. In zo’n prothallium ontwikkelen zich vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen. Wanneer deze organen volgroeid zijn bevatten deze eicellen en spermacellen. Wanneer het op een slechte dag eens lekker gaat regenen dan begint het feest. Dan houden de mannelijke spermatoiden namelijk een zwemtochtje.
Het doel van het zwemtochtje zijn de vrouwelijke eicellen in dezelfde prothallium. Na het zwemtochtje komen zij tezamen en zijn we aangekomen bij het hoogtepunt van dit regenfeest.
Hier ontstaat dan de bevruchting. De bevruchte eicel ontwikkeld zich vervolgens tot een nieuwe varen. En het prothallium, ook wel voorkiem genoemd, heeft zijn functie verloren en verdwijnt langzaam binnen een jaar.
De sporen bevinden zich bij de Adelaarsvaren in de groeve van de lange bladstelen van de varen in verschillende stadia van rijpheid. Ook bevinden zich daar, waar de zij-assen zich van de bladsteel afsplitsen, klieren die zoet smakend vocht afscheiden. Dit vocht is een soort nectar. Deze nectarproductie heeft als doel kleine hulpjes op te roepen. Deze kleine hulpjes zijn de mieren, en deze vinden de nectar heerlijk.
Deze nectarleverancier is alleen werkzaam op een vers net uitgerold blad. Dit moet zo vers zijn dat de hogere delen van het blad zelfs nog ingerold en wollig behaard zijn. En dit is niet zonder reden.
Dit doet de Adelaarsvaren omdat de verse jonge bladtop heerlijk smaakt. Wanneer de verse bladtop vol met mieren zit, dan denken de herkauwers toch wel twee keer na voordat ze er een hapje van nemen. Maar de mieren verspreiden ook de sporen van de varen en dragen zo ook bij aan de voortplanting van de Adelaarsvaren. En uit zo´n spoor ontwikkeld zich weer een prothallium en dan is de cirkel rond.
Hoe interessant dit hele verhaal rondom de voortplanting hierboven ook is… In Nederland lijkt dit gehele proces van voortplanting via de sporen nauwelijks meer plaats te vinden. Hoe dit komt, en of dit iets met de mieren te maken heeft weet ik niet. De adelaarsvaren verspreidt zich in Nederland voornamelijk via vegetatieve vermeerdering. Dit zorgt voor het voortbestaan van steeds ouder wordende individuen. Sommige Nederlandse individuen zouden best al millennia oud kunnen zijn.
Adelaarsvaren is veel te zien in Nederland. De Adelaarsvaren is namelijk naast de grootste, ook de meest voorkomende varen in Nederland. Je kunt hem tegenkomen in de schaduw van een bos. Of dit bos vooral naaldbomen bevat, loofbomen of gemengd is, dat maakt voor de Adelaarsvaren weinig uit. Ook groeit de Adelaarsvaren gewoon in heidevelden. Dit is opmerkelijk omdat daar veel meer zon aanwezig is dan in een bos. Op de rand tussen zo’n heideveld en het bos, daar kun je hem ook aantreffen.
Regelmatig wordt een stuk bos met de grond gelijk gemaakt. Het creëren van kapvlaktes levert hout op en biedt ruimte voor nieuwe verjonging. Ook op zo’n kapvlakte kan een Adelaarsvaren zich vestigen. Soms wordt een stuk bos met de grond gelijk gemaakt door een natuurlijke kracht. Adelaarsvaren verovert zo’n plek behoorlijk snel. Ook in het geval dat vuur de schuldige is van een dergelijke slachting herrijst uit de brandplekken de Adelaarsvaren als de Phoenix uit het vuur. Zelfs akkerranden, bermen, muren en ontkalkte duinen kunnen door een Adelaarsvaren bewoond worden. Adelaarsvaren is duidelijk een soort die bij het bos hoort, maar in Nederland vooral in oude bossen op de hogere zandgronden. De Adelaarsvaren heeft wel een sterke voorkeur voor vochtige ruwe humus in de ondergrond.
Duidelijk is dat de Adelaarsvaren een zekere kracht bevat. Deze kracht heeft geleidt tot wereldwijd succes. Hij komt in groten getale voor op bijna alle continenten. Maar welke eigenschappen vormen de werktuigen van deze kracht? In de manier waarop Adelaarsvaren zijn standplaats opbouwt en inricht zit een ongekende kracht. Bovendien houdt hij deze standplaats lang in stand. Duik eens onder een groepje Adelaarsvarens om erachter te komen! Kijk daaronder eens goed rond en zie wat opvalt!
Wellicht dat de donkerte je opvalt. In deze schaduwwerping groeit bijna niks groens meer. Hoewel sommige “die hard” bramen zich soms wel eens eronder durven te wagen, desondanks werkt de tactiek goed en voorkomt het concurrentie een groot deel van het jaar. Ook leven in deze schaduwwereld onder de varen grote aantallen muizen. Het voordeel van deze tweede groep van kleine handlangers is dat zij de grote zaden opruimen door ze op te eten.
In de winter verschrompelen de bladeren om in de lente weer op te komen. Maar in die winterperiode komt er dus wel zon op de bodem. Maar ook hier lijkt de Adelaarsvaren iets op gevonden te hebben. Deze bladeren voegen een voor andere planten giftig bodembestanddeel toe aan de bodem bij het afsterven. Jonge boompjes kunnen hierdoor niet ontkiemen op deze bodem. Dit gif in de bodem wordt door sommige beheerders overigens wel in twijfel getrokken of zelfs als fabel bestempeld..
Een andere eigenschap die de kracht van Adelaarsvaren weergeeft is juist die vegetatieve manier van voortplanting. Dit gebeurt dankzij de uitlopers (rhizomen). Deze rhizomen groeien tot een behoorlijke diepte. Ze groeien erg snel en kunnen jarenlang doorgroeien waardoor ze erg ver kunnen reiken en daar nieuwe varens kunnen vormen. Deze techniek bezorgt de varen steeds grotere standplaatsen. Een voordeel ten opzichte van eventuele concurrenten is ook dat de adelaarsvaren graag in dikke ruwe humus groeit en in dergelijke ondergrond veel andere soorten niet eens kunnen kiemen.
Het is dus een wereld apart, die onder deze varens (zie foto). Een wereld van schaduw, muis- en mierhandlangers, dikke en natte humus, lange rhizomen en giftige werkingen.
Ondanks deze enigszins duister klinkende wereld heeft de adelaarsvaren ook een lichte kant. Zo werden de heerlijke jonge scheuten vroeger net zoals de herkauwers ook door de mens zeer gewaardeerd. In sommige land zoals Japan wordt het nog steeds als delicatesse beschouwd.
De mieren worden er gewoon afgespoeld en vervolgens worden de bladtoppen als sla gegeten. Het jonge blad dat zich zelfs nog niet ontvouwd heeft is het enige onderdeel van Adelaarsvaren dat je werkelijk rauw kunt eten. De wollige delen smaken bitter en krijgen daarom een lange intensieve behandeling voorafgaande het te eten. Ondanks het feit dat het rauw eten kan, is het vooraf koken van de bladeren wel veel veiliger. De delen worden eerst geblancheerd (enkele minuten voorkoken) en vervolgens twee uur in koud water gedompeld. Na deze behandeling begint het eigenlijke kookproces voor opdiening. Bij recepten rondom de Adelaarsvaren wordt wel gewezen op het “Eten met mate”…
Ook de wortels kunnen gegeten worden en kunnen erg lang worden bewaard, daardoor handig in tijden van langdurige schaarste. Het bestaat ongeveer 60% ui zetmeel. Maar die zetmeel dient eerst vrijgemaakt te worden door de wortel te drogen en dan te roosteren. Als dit gedaan is kun je de schil eraf halen en de rest fijn stampen. Het poeder dat hieruit ontstaat kan je aan meel toevoegen en in combinatie met suiker verwerken tot een pasta.
De wortels schijnen ook een worm-afdrijvend middel te zijn, maar daarentegen constiperen ze de andere stoffen. Door het constiperend effect kunnen de wortels eigenlijk het beste gecombineerd worden met voeding met een laxerende voeding. Dit om balans in de darmwerking te creëren.
De tip om de plant met mate te eten heeft niks te maken met de dieetcultuur waarin we nu leven. Nee, en ondanks bovenstaande informatie zal ik het eten van de plant eigenlijk toch streng ontraden, want de Adelaarsvaren is zwaar giftig. En hij behoudt deze giftigheid zelfs wanneer het gedroogd wordt. Koeien, konijnen en schapen mijden in het wild vaak uit zichzelf wel de varen. Maar in hooi kunnen zij hem moeilijker identificeren, dus het is hard nodig dat de boer voorkomt dat de varen erin terecht komt. Vooral controle in de akkerranden is dus eigenlijk wel een gewenste werkzaamheid als de plant in de omtrek voorkomt. Het is een serieuze zaak. Er wordt sterk vermoedt dat er een directe relatie bestaat tussen darm- en blaastumoren bij dieren en het eten van de Adelaarsvaren.
Als een schaap een verwijde pupil krijgt en vertraagde pupilreflexen gaat krijgen, kan dit duiden op retina-degeneratie. Retina-degeneratie is een vorm van blindheid die steeds erger wordt en wordt veroorzaakt door het verorberen van Adelaarsvaren. Bright blindness is een vaak gebruikte term hiervoor.
Maar zoals ik al meldde, mensen moeten ook uitkijken.
De Adelaarsvaren bevat een aantal toxische bestanddelen die volgens bepaalde mensen zeer waarschijnlijk in de gehele plant aanwezig zijn. Deze bestanddelen werken negatief op het hart in, kunnen zorgen voor een dodelijk gevaarlijk vitamine B1-tekort, kunnen kankerverwekkend zijn en bezorgen een tekort aan bloedplaatjes, waardoor het bloed niet meer kan stollen.
Ook het drinken van koeienmelk van een koe die de plant heeft gegeten kan al gevaarlijk zijn. Er zijn zelfs onderzoekers die een verband hebben waargenomen tussen maagkanker en de mate waarin mensen in hun jeugd in aanraking met de Adelaarsvaren zijn geweest. En hier kwam geen enkele maaltijd met Adelaarsvaren aan te pas! De kankerverwekkende stoffen zouden via de sporen zijn opgenomen in het lichaam! Daarnaast is ook extra vaak maagkanker geconstateerd bij liefhebbers van Adelaarstoppen in Japan. Het moge duidelijk zijn dat Adelaarsvaren werkelijk een levensgevaarlijke plant kan zijn. Dus ik zeg: “Delicatesse of niet, kijk verder tot je iets anders ziet”.
Omdat de adelaarsvaren steeds vaker voorkomt is deze giftigheid wel een toenemend probleem. Vandaar dat nagedacht wordt over bestrijding van de soort.
Maaien is geen optie vanwege de ondergrondse wortelstokken die dan weer opnieuw een varen gaan aanmaken. De varen-vegetatie plat duwen schijnt beter te werken ter bestrijding.
Overigens heet de plant adelaarsvaren omdat een doorsnede van het onderste deel van de bladschede op een adelaar lijkt. Aquila betekent adelaar en dit zit in de Latijnse naam verwerkt. De samengestelde bladeren lijken ook wel een soort vleugelvorm te hebben. In de geslachtsnaam is dit terug te zien, want pteron betekent vleugel. En daaruit afgeleid is het ook zo dat pteris varen betekent.
Betreft de dwars doorgesneden wortelstok. De vaatbundels vormen hier de letter C.
Omdat aangenomen werd dat deze letter verwijst naar Christus hebben heksen deze plant vroeger vaak gemeden. Schaapherders maakten om dezelfde reden uit de middennerf van de varen kruizen om hun kudden te beschermen tegen het kwaad.
Ondanks de onchristelijkheid van magie zijn er magische werkingen aan deze plant toegeschreven. De plant kan gebruikt worden ter genezing, profetie, vrouwelijke vruchtbaarheid en divinatiekrachten, voornamelijk aan runen gebonden. De indianen gebruikte Adelaarsvaren in hun regendans. Wellicht dat dit aangevoeld is door de indianen vanwege de waarneming van de behoefte van de varen aan regen voor de voortplanting.
Adelaarsvaren werd in vroegere tijden wel geschaard onder de Sint-Janskruiden. De Sint-Jans-dag is 24 juni en de Sint-Janskruiden bloeiden allen rond die dag. Maar rondom de Adelaarsvaren ging, net zoals rondom Mannetjesvaren en Wijfjesvaren, het verhaal te ronde dat deze planten enkel in de Sint-Jansnacht zouden bloeien en het zaad direct zouden vormen. Vele oude kruidenliteratuur geeft dit aan. Enkel in deze nacht kon ook dit toverkrachtige zaad verzameld worden.
In de heksenvervolging zijn meerdere mensen veroordeeld omdat ze schenen te weten hoe het varenzaad (wat niet eens zaad is, maar sporen) verzameld kon worden. Dit varenzaad kon de heks de bijzondere eigenschappen onzichtbaarheid, geluk en onaantastbaarheid bieden.
Wil jij je hond onaantastbaar maken voor vlooien???
Wanneer de bladeren van Adelaarsvaren gedroogd worden en je legt ze in een hondenhok, blijft het hok vlo-vrij. Als je hond de bladeren vervolgens opeet wordt het hok ook hond-vrij.
