Canadese fijnstraal

“Fijn hoor”

 Canadese fijnstraal  - Conyza canadensis / Erigeron canadensis (Canadian Horseweed)Canadese fijnstraal  – Conyza canadensis / Erigeron canadensis (Canadian Horseweed)

 

De Canadese fijnstraal is een fijne plant met fijne bladeren en fijne bloemen. Het fijne plantje is vooral vlakbij uw fijne huis veel te vinden. Hij is vooral te herkennen door de stengel die altijd rondom uitgebreid bebladerd is met dunne, zeer langwerpige bladeren. Het fijne van de naam is dat hij gekozen is vanwege de zeer fijne, kleine en korte lintbloemen in de bloem. De plant komt net zoals het Madeliefje Bellis perennis uit de Composietenfamilie Asteraceae. Als u met dit in het achterhoofd naar de bloemetjes kijkt, dan herkent u de overeenkomstigheid met het Madeliefje. Het verschil is dat de witte straaltjes rondom het bloemhartje, bij de Canadese fijnstraal dus erg fijn en klein zijn, zelfs ongeveer net zo groot als de gele buisbloemen, en bij het Madeliefje zijn zij juist groot en stralend en duidelijk groter dan de buisbloemen in het centrum van de bloem.

Een ander verschil tussen deze twee planten is dat de Canadese fijnstraal per plant ontzettend veel bloemen aanmaakt en Madeliefje niet. De bloemen van Madeliefje zijn dan weer veel groter terwijl het Madeliefje in zijn geheel veel kleiner is. De Canadese fijnstraal kan ongeveer een meter hoog worden en de bloemetjes zijn meestal nog geen halve centimeter groot. De plant heeft een zeer slank uiterlijk net zoals Bezemkruiskruid Senecio inaequidens bijvoorbeeld, die ook familielid is. De stijfbehaarde stengel van de Canadese fijnstraal groeit vaak met één stengel, maar ook wel met vertakkingen.

In Nederland komt oorspronkelijk maar één soort fijnstraal voor. De enige echte inheemse fijnstraal is de Scherpe fijnstraal Erigeron acris, een plantje met roze aangelopen fijne en langere lintbloemen dan die van de Canadese. Alle andere fijnstralen zijn afkomstig van Amerika. Zo is de Canadese fijnstraal inderdaad afkomstig uit Canada.

In de zeventiende eeuw werd de plant voor het eerst in Europese botanische tuinen neergezet, maar hij brak hieruit los en trok het gehele continent over. In de achttiende eeuw is hij ook in Nederland ontdekt. Toen zijn broertjes dit opmerkten wilden zij natuurlijk ook. Enige tijd na zijn overtocht zijn ook de broertjes Ruige fijnstraal Conyza bilbaoana, Hoge fijnstraal Conyza sumatrensis en Gevlamde fijnstraal Conyza bonariensis hem toch maar achterna gevaren. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de klimaatverandering met betrekking tot de hogere temperatuur. De Gevlamde fijnstraal heeft een opvallend rode top op de omwindselbladen onder de bloemetjes, alsof er stoere vlammen aan de top zitten.

Gevlamde fijnstraal is zeer recent in Nederland gesignaleerd. In 2003 is hij in Breda op meerdere bouwplaatsen gevonden. Vanwege deze recente vestiging noemen we de Gevlamde fijnstraal een neofyt. Hij staat vaak vlakbij zijn broertje Canadese fijnstraal. Of dit enkel een kort familiebezoekje is of dat hij van plan is om te blijven kunnen we niet van te voren weten. Hij is, zoals dat wel gezegd wordt, een ‘wachtkamerplant’.  Het is nog even afwachten wat er gebeurd. U kunt dit plantje ook herkennen aan de iets dikkere bloemhoofdjes.

De Canadese fijnstraal zelf is alles behalve een wachtkamerplant. Hij komt namelijk ontzettend veel voor in Nederland. Uit de bloemetjes ontstaan wel duizenden vruchtjes die zeer licht zijn en met veel pappus de lucht in geblazen worden door de wind (Zie akkerkool) en de vestiging van de plant zeer ver van de moederplant af kunnen bewerkstelligen. Ze worden omhoog geblazen, dalen, kringelen, vliegen horizontaal, diagonaal, het is een geweldige vlucht voordat het zaadje zal landen! Het enorme gebied dat de Canadese fijnstraalzaadjes hebben bevlogen in Nederland en waar zij inmiddels zijn opgegroeid en dat de plant nu als thuisgebied mag benoemen, is voornamelijk stedelijk gebied.

Binnen stedelijke gebieden zien we het plantje vaak op verwaarloosde stukken.  Maar de zaadjes hebben zich op meer plekken gevestigd hoor. Soms groeit de plant uit een voeg tussen de klinkers, vaak ook aan de rand van de stoepen, zo precies in de opening tussen de bestrating en een muur. Ook gronden die overhoop zijn gehaald, braakliggend zijn of bergjes die met grond gecreëerd zijn worden vaak Canadese fijnstralen gevonden.

Een doorslaggevende reden om deze plekken als geschikte standplaats te kunnen hebben is dat Canadese fijnstraal weinig humus nodig heeft. Ook groeit het plantje graag op zand en stenige plaatsen,… en onder stenige bebouwing is vaak bouwzand  gebruikt. Opvallend is wel dat het plantje in Drenthe, Noordwest-Friesland  en in Noord-Groningen zeldzaam is, dit gebied, behalve Drenthe, noemen we het noordelijk kleidistrict. Het zal waarschijnlijk te maken hebben met gebrek aan zand of de schaarse bebouwing hier.

De duizenden zaadjes van de bloemen vestigen zich vaak in het najaar en de nieuwe planten vormen dan een rozet om de winter te overleven. Langzaam vormt zich ook een dunne wortel. Het is een penwortel. Hij is dun, maar toch stevig, bovenaan komen er ook horizontale worteltjes uit de penwortel.

De vestiging van Canadese fijnstraal ontstaat dus vooral op open en droge zandige grond, en daarom kunt u de Melganzevoet Chenopodium album als zijn equivalent op klei en leem zien. Als de open omgewerkte grond weer begroeid raakt, dan worden beide soorten verdrongen door andere kruiden. Bijvoet Artemisia vulgaris is zo’n soort die beide pionierplanten kan wegjagen. Canadese fijnstraal heeft dit al voorzien. Hij kent zijn eigen kracht, en gaat uit van zijn eigen kracht. Dus, hij leeft maar één jaar. Hij hoeft zo geen directe concurrentie aan te gaan op die standplaats met sterke kruiden zoals Bijvoet.

Wat de plant met Bijvoet gemeen heeft is dat ze beide in tuinen meer bestreden dan gekweekt worden. De schoonheid van beide planten wordt zelden door mensen ingezien. Toch zonde dat men een vertegenwoordiger van de planeet Venus altijd maar negatief benadert. Zij sluiten hun onbevangen waarnemingsvermogen voor dergelijk ‘onkruid’. Zij openen daarentegen wel de schuurdeur om een schoffel erbij te pakken…. De manier om haar weg te krijgen.

Ze heeft een naam… Conyza canadensis, maar stond langer bekend onder de naam Erigeron canadensis. Conyza is het geslacht Asterfijnstraal, Erigeron is het geslacht Fijnstraal. De naam Erigeron is een samensmelting van de Griekse woorden heri en geroon, welke vroeg en grijsaard betekenen. Het vruchtpluis van de Canadese fijnstraal dat snel na de bloei al die zaden verspreidt doet de naam van dit geslacht veel eer aan.

Desondanks is de plant uit dit geslacht verbannen door de wetenschappers en geplaatst in een geslacht Conyza, dat afgeleid is van een Grieks woord dat ‘vlo’ betekent. Hiermee zouden we wel kunnen stellen dat de plant gedegradeerd is in zijn karakteristieke naamgepastheid. Gelukkig klinkt Conyza canadensis auditief wel esthetisch in de oren. Zo kunnen we dus wel stellen dat de plant gepromoveerd is in zijn karakter in de menselijke spraak. Hoewel dit maar subjectief is… en de wetenschap objectief…. Maar is dit wel zo? En wat betekent dat? Andere discussie. Laten we het simpel houden.

In de winkel koopt u onder de naam Fijnstraal vaak een Erigeron.  Dit zijn meestal in cultuur gekruiste variëteiten van Erigeron speciosus. Zo zijn er hybriden te vinden met donkerpaarse, lichtpaarse, roze, donkerrode, witte en oranje bloemen te vinden.  Deze warme kleuren komen niet helemaal uit de lucht vallen, Canadese fijnstraal kan bijvoorbeeld ook (zelden) roodachtige lintbloemen aanmaken.

De Navajo indianen kwamen niet zo vaak in het tuincentrum als de Nederlanders. Zij hadden één winkel en die heette de vrije natuur… en daar was alles gratis! Hier haalden zij ook wel de Canadese fijnstraal vandaan en gebruikte hem tegen slangenbeten en puisten. Klinkt goed he! En het verassende is dat die gratis winkel ook in Nederland te vinden is! Fijn! Straal! Als de plant in bloei is, dan zult u hem moeten aanschaffen. Een aftreksel van twee eetlepels per mok water kunnen u helpen tegen diarree, baarmoederbloedingen en menstruatiepijnen.

U kunt een infusie gebruiken voor bloedend tandvlees, een zalfje voor aambeien en wonden. Het kruidje heeft een samentrekkende en urinedrijvende werking. Het kan helpen bij jicht, gewrichtsontstekingen, blaasontsteking en bloedende neuzen.  De Chippawa gebruikten dit fijne kruid vooral tegen menstruatiepijnen.

Een ander vervelende vrouwelijke klacht is die van de witte vloed. Met witte vloed scheidt de vagina vocht en slijm af. Dit is op zich een normaal verschijnsel. Toch kan dit verschijnsel overdreven veel of overdreven stinkend boven komen drijven. Gelukkig helpt de Canadese fijnstraal dit tot eb terug te drijven.

5 gedachten over “Canadese fijnstraal

  1. Geweldig wat een leuk geschreven stuk over een ‘stom’ onkruid dat overal op popt, ook in ‘schone’ gebieden, dus ik ga zeker wat plukken!

  2. Momenteel staat m’n achtertuin er redelijk vol mee, zelfs exemplaren tot wel 170 cm! (Of is dat dan een andere subsoort?)
    Ben nu aan het dubben of ik ze ga verwijderen of niet. Begin ze steeds mooier te vinden, buren niet volgens mij:(
    Kan het slecht over mn hart krijgen om ze uit te trekken en ben tevens benieuwd hoe ze zich nog verder ontwikkelen.
    Is er kans op een “plaag”? Ook voor de buurtbewoners?
    Jammer dat zovelen de schoonheid van de vrije natuur niet zien in hun eigen tuin.
    Wat zouden jullie doen?
    (Ik ben btw een slechte tuinier, vandaar wsl ook de vele “natuurlijke” planten in m’n tuin, die ik wel steeds meer ga waarderen).

Plaats een reactie