“De monsterlijke boodschap uit de fles”
Gele plomp – Nuphar lutea (Yellow water-lily – Erect spatterdock)
De Gele plomp is een drijvende zoutmijdende waterplant met gele ronde ballen. De Gele plomp is net de maan die in het water is gevallen en vervolgens is gaan bloeien.
De drijvende bladeren lijken op die van de Witte waterlelie Nymphaea alba. De wetenschappelijke geslachtsnaam Nuphar is dan ook afgeleid van ‘ninufar’, wat Arabisch is voor waterlelie. De Witte waterlelie en de Gele plomp zijn twee verwante planten. Ze behoren beide tot de Waterleliefamilie Nymphaeaceae en zijn ook de enige Nederlandse soorten uit de familie.
De gele eierdopvormige bloemen van de Gele plomp zijn ongeveer vier centimeter in doorsnede en zijn duidelijk anders van vorm en kleur dan de Witte waterlelie. De bloemen van de Gele plomp verschijnen ongeveer tegelijk met de bladeren van de plant boven het wateroppervlak. Op het groene stokje dat boven het water uitsteekt, waarop de Grote roodoogjuffer Erythromma najas vaak haar eitjes afzet, is ook de gele bloem te vinden die vanaf mei bloeit. De wetenschappelijke soortnaam lutea betekent geel, wat duidt op die komvormige bloem. Als deze plant in de schaduw drijft vormt zij overigens niet die gele kommetjes, er is geen bloei.
De bladeren van het bloemkommetje worden gevormd door bladeren die de toepasselijke naam ‘kelkbladeren’ dragen. Normaal gesproken zijn kelkbladeren de groengekleurde ondersteunende bladeren van een bloem. Bij de Gele plomp is de kelk zelf gekleurd. Binnen deze kelk bevinden zich andere kleinere bladeren die de werkelijke bloembladeren zijn. Die bloembladeren zijn bij de Gele plomp zogenaamde honingbladeren. Honingbladeren maken honing aan. De honing blijft niet op de blaadjes zitten maar druipt omlaag en blijft in de hoekjes binnenin en onderin het kommetje hangen. Dit maakt de bloem voor een insect een heerlijk voedselkommetje.
Voedselkommetje Gele plomp
De geur die het gele voedselkommetje gebruikt om die insecten te lokken is voor de mens over het algemeen minder aantrekkelijk. Het kan het beste als een brandewijngeur omschreven worden. De bloem gebruikt ook nog een andere geheime techniek om insecten te lokken. De meeldraden van de bloem hebben een voor de mens verborgen tweede kleur. Het gaat om ultraviolet. Die kleur valt wel sterk op in de insectenwereld. De ambassadeurs van de insectenwereld die voor de Gele plomp haar bestuiving zorgen zijn te vinden bij de kevers en de zweefvliegen. Vele soorten zijn gefascineerd door de gemixte kleur van geel en ultraviolet, de geur en de honing uit dat bijzondere drijvende dopje. De openingstijden van dit bijzondere bolle insectenrestaurantje zijn afhankelijk van de zon en het weer. Ze gaan ’s nachts dicht en ook als het regent. Het hoogseizoen eindigt ergens in eind augustus.
Als we de bloemen met de steeltjes eens beetpakken dan zou eigenlijk iemand een trommel erbij moeten pakken en dan kan het feest beginnen. De naam, plomp, zou van een dergelijke vergelijking kunnen afstammen. Doe dit niet echt! Onder water schuilt namelijk volgens de oude verhalen een geest die wraak neemt op iedereen die de bloem plukt.
Aan de andere kant duidt plomp natuurlijk ook op lompheid, onelegantheid, kinkelachtig, maar ook op een gracht, plas, moeras en een put. Als u lomp in de plomp valt, (!plomp!) dan kan het zomaar zijn dat u met een Gele plompblad-toupetje boven komp. Okee, daar ergens is de naam vantussen ontstaan.
Er bestaat ook een tuinvariant waarvan de bladeren niet op het water drijven. De bladeren van die Nymphaea advena steken boven het water uit. In het geval van de normale Gele plomp drijven de taartvormige bladeren waaruit al één part is weggesneden wel op het water, maar er zijn tevens onder water hangende, slappe, lichtgroendoorschijnende, gekroesde bladeren. De mensen van vroeger waren hiervan beter op de hoogte dan de moderne mens. Dit weten we omdat de volksnaam ‘Kreukebladen’ al langer bestaat. In het eerste levensjaar van de plant zijn er soms enkel dat type kreukebladeren aanwezig.
Nu we de bladeren en de bloemen besproken hebben is het ook wel relevant en interessant om de overeenkomsten tussen de bladeren en de bloemen te vermelden! Deze planten lijken een soort onderwaterwezens te zijn? Niet? In werkelijkheid hebben ze toch vergelijkbare behoeftes als landwezens. In de bladstelen en de bloemstelen zitten namelijk zeer veel smalle luchtadertjes. De plant gebruikt ze als snorkeltjes om onder water te kunnen ademen! Ook in de bladeren kunnen allerlei andere gangen zitten, bijvoorbeeld gemineerd door een larve van een drekvlieg genaamd Hydromyza livens.
Dit is overigens wel bijzonder, want de wezens uit de natuur vinden de bladeren over het algemeen zeer onsmakelijk. Toch zijn er wel eens runderen (Rode geuzen) waargenomen die de Gele plomp in zijn geheel opaten, waarschijnlijk niet vanwege de smaak maar vanwege zijn geneeskrachtige kalmerende en krampwerende werking! Vissen lusten de bladeren echt niet en voor ons mensen zijn de bladeren ook veel te bitter. De ondergedoken bladeren zijn wel al wat lekkerder. Vooral de Grote posthoornslak Planorbarius corneus kan daarover meepraten.
In onrustige wateren of erg diepe wateren zijn soms enkel die ondergedoken bladeren aanwezig. Als het water te diep wordt of te onrustig voor een Witte waterlelie, dan kan de Gele plomp er vaak wel nog leven. Als het water redelijke doorstroming ondervind en de Witte waterlelie al zijn biezen gepakt heeft dan zijn er wel nog een aantal andere plantensoorten die de Gele plomp wel blijven vergezellen. Dit is de algemeen voorkomende waterplant, Schedefonteinkruid Potamogeton pectinatus en het plaatselijk algemene Doorgroeid fonteinkruid Potamogeton perfoliatus.
Er bestaat ook een situatie waarin de Gele plomp en Witte waterlelie samen te vinden zijn. Dit komt vaak genoeg voor dat er een ecologische groep naar vernoemd is. Het gaat om de Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp. Zo’n associatie geeft een groep weer van planten die vaak samen in een bepaalde situatie voorkomen. In die associatie van Witte waterlelie en Gele plomp komt ook dat Doorgroeid fonteinkruid vaak voor. De associatie kan slecht tegen grote waterhoogteverschillen. Verder zijn ook Glanzig fonteinkruid Potamogeton lucens, Gegolfd fonteinkruid Potamogeton x zizii, maar ook het zeldzame Langstengelig fonteinkruid Potamogeton praelongus kenmerkend voor deze associatie. U zult begrijpen dat Fonteinkruid een uitgebreid geslacht met vele waterplanten is.
Naast aangevreten mijnen van drekvlieglarven zijn er bovenop het bladoppervlak van een Gele plomp-blad sowieso altijd gaatjes. Gaatjes is niet het goede woord. Bovenop de drijvende bladeren bevinden zich vaak kikkers, vandaar de naam Gele kikkerbloem. Maar ook bevinden daarop zich vaak libellen. Maar we doelen nu op de huidmondjes die bovenop het bladoppervlak aanwezig zijn. Sterk ingezoomd lijken die huidmondjes ook enorm op mensenmondjes. Het zijn de mondjes van de Gele plomp, hiermee wordt CO2 ingeademd en wordt H2O-damp uitgeademd. De Gele plomp pompt zijn luchtbenodigdheden door zijn hele lichaam heen, ongeveer net zoals wij mensen dat doen, maar de Gele plomp heeft natuurlijk geen hart die de boel rondpompt. Het zijn andere mechanische processen die het ademproces bewerkstelligen.
Deze luchtkanalen zitten in heel de plant, dus ook in de bloemstelen. Het doel van deze ademhaling is om de onderwaterverblijvende wortelstokken met zuurstof te voorzien. Het systeem is zelfs zó doeltreffend dat ook een deel van de zuurstof bij de wortels weer naar buiten het water in spuit. Hierdoor maken de wortels de zuurstofarme modderbodems waar Gele plomp in wortelt iets zuurstofrijker.
Die wortelstok is het meest indrukwekkende van de gehele plant. Ook die was onder de oudere bevolking al goed bekend, vanwaar de volksnaam ‘Pomperwortel’. De wortelstok is ontzettend dik en erg angstaanjagend! Het is niet raar om te denken dat er een monster in de plomp zwemt als u de wortelstok van de Gele plomp ergens ziet drijven. Af en toe drijft het naar het oppervlak als ze ergens door los zijn gekomen, waar het normaal gesproken horizontaal in de slootbodem ligt. Als het monster naar het oppervlak drijft hoeft u niet bang te zijn. Het eet geen mensen. Hoe lekker u ook bent.
Toch dacht men vroeger wel dat als iemand een Gele plomp mee zijn huis in nam, dat het vee vervolgens zal gaan sterven. Toen men geen vee meer hield is dan toch de wortelstok gebruikt om leer te looien. Een andere oude toepassing is het dopen van de wortelstok in teer en hiermee dan uw kale hoofd insmeren. De snelheid van een kaal wordend hoofd neemt dan af!
Het loskomen van de wortel zorgt tevens voor nieuwe vegetatieve vermeerdering en is dus nuttig voor de voortplanting. De littekens op dit vreemde grote voortplantingsmonster zijn niet van heftige monstergevechten, maar het zijn littekens van blad- en bloemstelen die eerdere jaren eraan vast hebben gezeten. Die littekens vallen erg op. De blad- en bloemstelen hebben drie kanten, waarvan er één bol is. Die vorm is ook in de littekens te herkennen.
Het belittekende onderwatermonster lijkt wel een boodschap voor de wereld te hebben. Dat lijkt zo omdat de plant na de bloei een klein flesje laat wegdrijven. Een flesje met een belangrijke boodschap is natuurlijk een sterk beeld. Laten we eerst eens kijken naar het nut van dit flesje.
Nu is vast duidelijk waar de volksnamen ‘Gele kannetjes’, ‘Koffiekannen’, ‘Gele waterkruik’ en ‘Boterkarn’ vandaan komen!Dit flesje is wat er over blijft van de gele bloem na de bevruchting door kevers of zweefvliegen. Dit is de vrucht waarin zaadjes verstopt zitten.
De gele waterkruik rijpt verder als hij wegdrijft van zijn moeder. De buitenwand van de fles bestaat uit een saprijk groen gedeelte. De binnenwand bestaat uit een wit gekleurde luchtrijk gedeelte, waardoor de fles blijft drijven. Binnen die binnenwand zitten de zaden in twee aparte kamertjes. Zij liggen in een bad van slijm. Tijdens de vaartocht rotten de buitenste lagen van de fles af en scheiden die twee zaadkamertjes van elkaar. Vanaf dat moment ziet u dat de aparte kamertjes de vorm hebben van een halve maan. Zij drijven apart verder. Zij drijven nu op de luchtblaasjes die zich in het slijm van het privéslijmbadje bevinden. Na deze lange vaartocht zal ook deze maanvormige wand een keer gaan wegrotten waardoor de lucht gaat ontsnappen uit het slijm. Hierdoor zullen de zaadjes ver van de moederplant af pas zinken tot de bodem van het water.
Soms helpen watervogels de Gele plomp een handje met haar verspreiding. Sommige vogels hakken zelf de vruchten open omdat ze de zaden lekker vinden. Bij het openbreken en opslobberen komt al dat slijm met de zaadjes soms ook op andere plekken op het vogeltje te zitten en vallen er ergens anders dan weer af. Zo verspreidt het vogeltje ook die zaadjes weer naar aparte plekken.
De Germanen dachten dat de belangrijkste boodschap in de fles, kuisheid was. Die boodschap is wel erg ver te zoeken tussen al die slijmerige inhoud. Misschien is de boodschap wel dat het goed kan zijn om uw kinderen te water te laten. Zodat zij hun eigen leven kunnen leiden.



prachtig – en informatief- verhaal, dank!