‘De tolerante Rus‘

Smalle olijfwilg (Russian Olive/ Oleaster) Elaeagnus angustifolia
De smalle olijfwilg wordt ook Russische zilverbes genoemd. Het is een grauw gekleurde plant in Nederland. De knotwilg kent iedereen en olijfolie is niemand onbekend, maar de olijfwilg?
De olijfwilg is geen familie van wilg en ook niet van olijf. De olijfwilg staat niet op het kruidenbalkon, is geen onderdeel van de Keltische bomenkalender, kent geen traditionele gebruiken. Het is niet eens een oorspronkelijk Nederlandse soort. ‘Waarom is hier aandacht voor zo’n nietszeggende grauwige plant dan?’, zou u kunnen denken.
De plant komt tegenwoordig wel in Nederland voor, toepassing in de keuken of in een voedselbos is goed mogelijk, de bessen bevatten geneeskracht en daarnaast profiteert de plant van de klimaatverandering en bindt de plant stikstof uit de lucht goed. De relevantie is duidelijk.
De smalle olijfwilg wordt ook Russische olijf of Russische zilverbes genoemd. De plant is koning in het verdragen van harde Russische winters. De plant vindt zijn oorsprong in zuid(west)elijke Russische contreien op het Aziatische grondgebied. De plant is oersterk maar kan zich helaas invasief gedragen. Invasieve planten zijn te krachtig voor inheemse beplanting, overwoekeren en verdringen hen. Deze Russische olijfwilg gedijt goed in extremiteiten, verbetert daar de situatie voor zichzelf en verdringt dan de planten aldaar. Zo groeit de plant vooral op zeer droge en zonnige standplaatsen maar anderzijds ook op zeer natte locaties. Dit zijn beide situaties die vanwege de klimaatverandering vaker voorkomen.
De plant groeit vooral als struik maar komt in de natuur ook voor als eenstammige boom. In de boomvariant groeit de stam op natuurlijke wijze zeer kronkelig. Deze rechtop staande boom is in cultuur gekweekt en verkrijgbaar bij diverse boomkwekerijen.

In de natuur toont de struik zijn ware karakter. In de natuur verovert deze struik als een pionier nieuw braakliggend grondgebied. Hier past de struik een handig trucje toe. De struik fixteert stikstof. De struik wordt in deze onherbergzame gebieden hierbij geholpen door ondergrondse Frankia-bacterieën. De Frankia-bacterieen zijn bodembacteriën en komen voor in aan de wortels gevormde knolletjes, de stikstofwortelknolletjes (rhizobia). Het is het reguliere luchtstikstof, waar 78 % van onze atmosfeer uit bestaat, dat in de knolletjes omgezet wordt in een uiteindelijk goed voor planten opneembaar ammonium en nitraat. Het ammonium en nitraat verspreidt rondom de knolletjes. De smalle olijfwilg maakt hiervan gebruik in de arme en verstuivende zandgronden. Een standplaats waar de zwarte els Alnus glutinosa niet groeit. De zwarte els is een pioniersoort die deze truc ook heeft geleert en net zo aan gaat als de smalle olijfwilg. Een zwarte els kan deze stategie goed gebruiken op natte verlandende locaties. De stikstofbinding betekent voor beide soorten natuurlijke zelfbemesting. Tegelijkertijd is stikstofbinding direct bruikbaar voor buurplanten en vervolgens maakt deze verrijkte grond het mogelijk voor opvolgers om zich te vestigen in het voorheen voor hen onherbergzame gebied. Dit is een natuurlijk ingenieus proces waardoor het pionierstadium versneld in successie gaat.
Ondanks dat ze eenzelfde truc hebben zijn er vooral veel verschillen te noemen tussen de smalle olijfwilg en de zwarte els. Bijvoorbeeld gedijt de smalle olijfwilg in de duinen goed, waar de zwarte els niet voor komt. Deze droge standplaats in duingebied betreft een door schelpen gecreëerde kalkrijke situatie en tevens een nitraatarme situatie. Dit is een situatie waar ook de duindoorn Hippophae rhamnoides leeft. De smalle olijfwilg overschaduwt hier als relatief groot organisme zijn omgeving en blijft in zijn kracht. De pionierskracht van de struik zien we in het duingebied ook d.m.v. het vastleggen van stuifzand.
Overige krachten van de struik olijfwilg zijn aanwezig in de vorm van (strooi)zouttolerantie, windbestendigheid en in de tolerantie van zeewind. Weinig planten zijn zo tolerant. De plant verdraagt het ook prima om in een straat te groeien waar tegels de bodem bedekken. Niet alle bomen verdragen dergelijke verharding goed. De plant is duidelijk goed voorbereid op een reëel toekomstig scenario met veel zon, veel en lange droogteperiodes, overstromingen, zilte bodem, afspoeling van strooizout in wegbermen, veel verharding maar ook voor een toenemende aandacht voor lokale voeding en voedselbossen vanwege de eetbare besjes. Naar het schijnt kan de struik ook in de oeverbegroeiingen van meren en rivieren grootschalig gedijen. Hier draagt hij bij aan slibophoping en stimuleert daarmee verlanding als pionier. De krachtige tolerantie die de struik op diverse wijzen bewerkstelligt maakt dat deze soort ook geschikt is om in een lastige standplaats als in een boombak of op een zonnige helling kan groeien. Op de helling voorkomt de struik erosie.
Het voorkomen van erosie en de stikstoffixatie vormden belangrijke redenen van introduceren van de plant in warme en droge gebieden in de Verenigde Staten. Echter ging de plant zich hier invasief gedragen ten nadele van de biodiversiteit. Sinds de 17e eeuw is de struik geïntroduceerd in het Middellandse zeegebied en daar ook sindsiden sterk uitgebreid.
Deze krachtige struik is nog vrij zeldzaam in ons land en is anno 2022 officieel nog niet ingeburgerd, maar wel verwilderd. Inburgering ligt logischerwijs echter wel in het verschied. In Vlaanderen is de soort al ingeburgerd!

Deze olijfwilgensoort is niet ‘Smalle’ genoemd bij wijze van coole rap-alias. Het ‘smalle’ wijst duidelijk niet op de groeivorm aangezien die breed en grillig is. Het smalle verwijst overduidelijk op de smalle bladvorm. Het blad lijkt haast afkomstig van olijfboom Olea europaea of op één van de inheemse wilgensoorten Salix spec. en lijkt veel minder op de overige olijfwilgen Elaeagnus spp.. De besjes zijn ook net olijven.
De zilvergloed, dat het blad, de jonge twijgen en de bessen bedekt middels haargroei, vormt tevens een sterke gelijkenis met de olijfboom. Ook lijkt de boom op zijn familielid de duindoorn. De zilverige kleur ontstaat door de zilveren schubben, vanwaar ook de alternatieve naam zilverbes.
De zilverbes is rijp vanaf juli en zeer smaakvol. De kleine zilverkleurige bessen zitten vol vitamine C en antioxidanten. De vlezige en melige structuur van de bessen lijkt op de structuur van avocado en duidt ook in dit geval op een grote hoeveelheid aan gezonde vetzuren.

Naast de ecologische waarde van de bessen voor de vogels zijn de in mei en juni bloeiende gele bloemen ook ecologisch waardevol. De besjes zijn vooral ‘snachts sterk geurend en bieden veel nectar voor honingbijen en een aantal overige vliesvleugeligen. Deze waarde voor honingbijen of hommels vanwege de nectar of het stuifmeel is een waarde die bij uitheemse planten vaak wordt genoemd. We moeten dit ook niet vergeten maar het is voor de natuur van belang dat mensen wel blijven beseffen dat inheemse planten naast nectar nog veel meer andere ecologische waardes leveren voor de Nederlandse natuur. Bij inheemse beplanting bestaat er vaak een enorme lijst aan verborgen ecologische relaties die ontbreken bij uitheemse beplanting.
Het is wel duidelijk dat de smalle olijfwilg een lijst zinvolle eigenschappen heeft. Krachtige struiken zijn zeer gewenst in onze klimaatverandering. Helaas is de smalle olijfwillg invasief. In het kader van het stimuleren van biodiversiteit kan het zinvoller zijn om toch alternatieve inheemse struiksoorten met toekomstbestendige eigenschappen te bevoordelen. Binnen het inheemse pionier-sortiment aan struiken zijn bijvoorbeeld de volgende soorten geschikte alternatieven:
- Duindoorn Hippophae rhamnoides: Goed groeiend in de zanderige duinen. Zeer gezonde besjes voor de mens met vitamine C, vitamine B en omega 7.
- Wollige sneeuwbal Viburnum lantana: Geschikte pionier in voedselarm duingebied maar de besjes zijn alleen gezond voor vogels en giftig voor de mens.
- Sleedoorn Prunus spinosa: Besjes zijn giftig maar van de bloemen kan wel een smakelijk aftreksel gemaakt worden.
- Wilde liguster Ligustrum vulgare: Groeit op matig voedselarme, basische, zonnige zandgrond in zeeduinen of open humusarme plekken in hellingbossen en taluds. Ze dragen bessen, maar die zijn ongeschikt voor mensen.

Binnen het olijfwilgengeslacht Alaeagnus bestaan er 40 soorten. Deze geslachtsgenoten zien we niet in ons land. De Elaeagnus-soorten zijn vrijwel allemaal Aziatische soorten en slechts één soort is in Europa verwilderd.
De smalle olijfwilg, maar ook de in Amerika verwilderde zilverwilg Eleaegnus commutata en de gecultiveerde Elaeagnus ‘Quicksilver’ kunnen bij wijze van uitzondering wel eens leuk toegepast worden in cultuur. De zilvergloed geeft een rustgevende sfeer aan een ruimte mee.
Bekijk hier een kort impressiefilmpje van de smalle olijfwilg: https://www.tiktok.com/@treetranquility/video/7154693444286303493?is_copy_url=1&is_from_webapp=v1