“Verplicht tot balanceren”

Hemelboom (Ailanthus altissima) Tree-Of-Heaven
De pleonastisch beladen “De bomen worden te hoog!”-klaagzang vervangen we door “Des te groter de boom, des te meer boom!”.
Het vermenigvuldigen van bomen lijkt met name een horizontale ruimtevraag. Deze vermenigvuldigingen van aantallen boomzielen zijn betekenisloos als de verticale potentie van het individuele boomlichaam niet tot uiting mag komen. De massale afstervende sprietjes van bomen hebben een zielig aanblik en het past niet in de huidige noodzaak van boomgroei. Er is vooral meer boom nodig. In de stad zeker, maar op het platte-land nog dringender. De benodigde ruimte kenmerkt zich door een gebalanceerde combinatie van diepte, breedte en hoogte voor de boom. De potentie van bomen wordt bepaald door deze gebalanceerde ruimte. Gun de bomen de lucht om richting de hemel te reiken. De gegeven lucht zal gereinigt worden. De boomsoort hemelboom herinnert aan de connectie van bomen met de hemel.

De naam van de hemelboom is afkomstig uit een verhaal dat een ver verleden aanhaalt. Ooit groeiden alle bomen tot aan de hemel. Krachtige bomen staken de takken haast agressief door de wolken heen en krabden met hun toppen als zwarte klauwen langs de hemel. Het waren andere tijden. De buitenlucht vult het bloed van mensenkinderen ruimschoots met zuurstof. Het mensenkind behendig, goed in conditie en vrolijk. Met veel gelach en enthousiast gegil klimmende kinderen in de bomen tot hemelhoogte.
Op een dag verandert de balans. Op een dag verlaten hemelwezens hun normaal zo kalme acceptatie van het leven. Daar ontstaat de weerstand. De weerstand voor verstoring. Verstoring van klimmende gillende kinderen wordt frustratie. Het hemelse besluit wordt genomen de hemel op te hogen. De hemel stijgt op zodat de boomtoppen niet meer in de buurt komen. Sindsdien is de afstand tot hemelse kalmte en aanvaarding verder te zoeken.

Één bomenfamilie wordt vernoemd naar deze hemelbomen, de hemelboomfamilie (Simaroubaceae). Een Tropische familie met één Nederlandse vertegenwoordiger. De koepelvormige Ailanthus altissima als vertaling van ‘zeer hoge boom van de hemel‘. Voor een macrofanerofyt bereikt de boom een bescheiden boomhoogte van maximaal 25 meter. De gesymboliseerde hemelvaart komt tot stand vanwege de groeisnelheid in de jeugdfase. De boom groeit met een snelheid alsof de boom van plan is de hemel te gaan krabben. Iedere snoeiactie leidend tot hergroei met waterlot.

Wanneer deze hemelkoepel haar enkelvoudig gevleugelde vrucht op een warme, droge en open plek neerdwarreld, dan zouden wij als moderne mensen dankbaar kunnen zijn. Klimaatverandering kan warme droogte veroorzaken maar nee, deze boom verbieden wij. Ondanks de rustgevende, veelzeggende, inspirerende naam is de hemelboom tamelijk impopulair. De unielijst van invasieve exoten is sinds 2019 bereikt. Verdraagzaam voor luchtvervuiling, grondophoging, overmatige ammoniak en ook strooizout is de boom tegenwoordig algemeen. Aanplant en handel van de hemelboom is nu verboden vanwege deze hemelstrevende groeikracht. Als een pionier op kademuren en overige stenige plaatsen heeft zij haar kracht bewezen. Inclusief verdringing van gezonde natuurbalans. Uit de krachten gegroeid, ondergronds en bovengronds, altijd op zoek naar meer en groei.

Het gevecht tegen concurrentie biedt ruimte voor individuele groei. Het voortbestaan van het zelf ten koste van de ander gaat niet in hemelse kalmte. Met allelopatische chemicaliën bewapend manipuleert de boom insecten en planten tot gewenst gedrag. Beïnvloeding van fysiologie van buurwezens. Desoriëntatie van gezonde balans. Blokkades opgeworpen voor verdere groei. De boom moet anderen weerhouden zodat zij zelf mag bestaan op die locatie.
Ooit in China gevonden. In Frankrijk gebruikt voor de zijderupsteelt, in Nederland succesvol langs wegen. Sinds 1996 in Rotterdam als zaailing aangetroffen. Nu veroordeeld tot verbanning! De hemelgroeier laat zich niet weerhouden. Ze rukt nog steeds op. Middels groeispurts van een meter per jaar verspreidt ze zich in de steeds heter wordende steden. In Nederland herkent ze haar Chinese roots inmiddels en verkent ze ook natuurgebieden. Met een jaarlijkse productie van 350.000 zaden bereist de grote invasieve potentie middels wind-, water- en vogelkracht uitgebreid het land.
De mannelijke pluimen van meeldraadbloemen stinken enorm, maar worden toch bezocht door bijen en hommels in juni en juli. Bloemen bieden deze waarde maar desondanks geldt een overige beperkte ecologische integratie van de boom. De hemelboomvlinder (Samia cynthia) die gebruikt kan worden als bron van zijde is een sprekend voorbeeld van ecologische waardevolle bijzonderheid, maar een werkelijk web van relaties ontbreekt vrijwel volledig.
De ecologische eenling stinkt. De stank fungeert als een schreeuw om hulp en de mieren schieten aan. De klieren op enorme veervormige bladeren verklappen gewoonlijk de aanwezigheid van bladetende insecten aan de mieren. De mieren schieten dankbaar en hongerig te hulp. De stank legt het verhaal bloot. In dank voor de stank nemen de grote bladeren luchtverontreinigende stoffen weer op uit de atmosfeer dankzij het groot windvangend vlak. Zo balanseert de boom de stank voor stank. De mieren krijgen helaas stank voor dank. De hoeveelheid bladgenieters is in Nederland beperkt.

De sociale disconnectie van de boom is de aard van de problematische betekenis. Extreme wildgroei is een signaal van onbalans in de samenhang binnen een systeem. Ieder systeem is gekenmerkt door eenheid en functioneert vloeiend middels diversiteit. Des te verder een systeem uit balans is, des te drastischer de benodigde natuurlijke en onvermijdelijke balansgerichte reactie. Om extremiteiten te voorkomen in een systeem is tijdig een beetje bij beetje bijstellen nodig.
Bekijk de bijbehorende film over de hemelboom op Treetranquility hier: https://www.tiktok.com/@treetranquility/video/7140977647772912902?is_from_webapp=1&sender_device=pc&web_id=7140977964887852550
