Blaartrekkende boterbloem

“De grimas aan de waterkant”

Blaartrekkende boterbloemBlaartrekkende boterbloem – Ranunculus sceleratus                                              (Cursed Crowfoot /Celeryleaf Buttercup)

De Blaartrekkende boterbloem is een boterbloem die goed te onderscheiden is van andere boterbloemen. Het zijn voornamelijk de vruchthoofdjes die erg opvallen bij deze boterbloem. De vruchthoofdjes zijn de ongeveer 8 millimeter lange en langwerpig-ronde, groene balletjes aan de stengels. Dit zijn de vruchthoofdjes die gevormd zijn na bevruchting van de gele bloemetjes. Soms zijn de vruchthoofdjes al te zien terwijl de gele bloemblaadjes er nog omheen staan (Zie foto).

De vruchthoofdjes zelf bevatten eigenlijk heel veel kleine vruchtjes. Legt u ze nu niet meteen op de fruitschaal, want tussen de appels zijn ze haast niet terug te vinden, zo klein dat ze zijn. Bovendien zijn ze niet te vreten! Die vruchtjes zijn per stuk ongeveer 1 millimeter groot en kunnen per vruchthoofdje met zijn zestigen of meer bijeen gebald zijn. Elk vruchtje heeft ook een zéér klein en stomp snaveltje.

De bloemetjes staan in bloei van mei tot aan de herfst en in heel die periode worden vruchthoofdjes aangemaakt. Deze Blaartrekkende boterbloem groeit uit tot een rechtopstaand plantje van ongeveer 70 centimeter hoog met dikke, glanzende, groene en gegroefde stengels. Binnenin deze vlezige stengels is een holle ruimte te vinden waardoor de stengel op een buis lijkt.

Deze anatomie zorgt ervoor dat de plant zuurstof uit de lucht via de buisvormige stengel ondergronds geleid.  De wortels kunnen namelijk wel wat extra zuurstof gebruiken. Planten hebben namelijk niet alleen koolstofdioxide nodig, maar soms ook zuurstof. De wortels van Blaartrekkende boterbloem leven over het algemeen in zeer zuurstofarme omstandigheden waardoor de holle stengel goed van pas komt.

De wortels van Blaartrekkende boterbloem graven zich in natte onbegroeide plekken in. Deze natte plaatsen zijn zo nat dat er zeer weinig ruimte voor lucht en zuurstof over is.  Vooral op tijdelijk overstroomde plaatsen vestigt deze boterbloem zich. Dit betekent dat hij veel op modderige oevers, ondiepe plassen of greppels te vinden is. Deze zeer natte standplaatsen zijn een ander goed herkenningspunt voor deze boterbloem. In Natuurvriendelijke oevers (NVO’s) kunt u ze ook regelmatig terugvinden. In lichtelijk zout water kan hij ook soms overleven waardoor u hem ook langs duinplassen kunt tegenkomen, hier kan hij zwakke schaduw van de duinen of van andere objecten best verdragen.

Als er schaduw van zeer dichtbij staande en hoge planten op de Blaartrekkende boterbloem valt is de standplaats niet geschikt en zal hij niet zo sterk uitgroeien, maar waarschijnlijk zal hij zichzelf er niet eens gaan vestigen. De vruchtjes van de Blaartrekkende boterbloem komen tot kieming op open natte plaatsen. Dit is dus duidelijk een pioniersoort.

Hij heeft een voordeel omdat zijn zaadjes nog hetzelfde jaar dat ze zijn afgevallen kunnen ontkiemen. Het gezelschap dat de moederplant in één jaar om zich heen kan voortbrengen is wel gezellig, maar helaas van korte duur. Blaartrekkende boterbloem leeft maar één jaar. Hij komt in Nederland en de rest van de wereld algemeen voor. Hij is net zoals de mens een kosmopoliet, een wereldburger.

Dan zal ik u nu verheugen met een gezellige lauwe tori… (één gebaseerd op een waargebeurd verhaal).

Er was eens een tijd, lang, lang geleden. In die tijd stond de Blaartrekkende boterbloem bekend om zijn sap. Het sap uit fijngewreven blaadjes veroorzaakt blaren en ontstekingen op de huid van een mens. Vandaar de naam. Het gif wordt ook gebruikt om wratten mee weg te branden. Maar waar het om gaat in deze tori is de man genaamd Kruft. Kruft was een droevige man die zocht naar verlossing van zijn droefenis. Ondanks zijn droefenis zat de man vol vragen en was hij eigenlijk ontzettend nieuwsgierig.

Op een dag bedacht hij, dat als hij zijn diepste vragen zou volgen, dat hij dan vanzelf ook het antwoord op zijn grootste probleem zou kunnen vinden. Nu was het zo dat Kruft ook erg nieuwsgierig was naar de Blaartrekkende boterbloem. Hij liep regelmatig langs een kreek en zag de planten vaak staan. Hij wist waar de naam vandaan kwam en was erg geïnteresseerd in zijn overige krachten, maar was meestal te somber om actie te ondernemen. Hij besloot nu er wel iets mee te doen.

Kruft ging op die dag naar de waterkant van de kreek. Toen hij de bleekgele bloempjes zag staan begon hij aan de plantjes te trekken. Het stevige wortelstelsel hield hem wel even tegen, totdat hij maar zijn zakmesje ging gebruiken. Ze gingen in zijn knapzak en hij nam ze mee naar zijn woning. Eenmaal in zijn woning aangekomen kon hij zijn nieuwsgierigheid niet in bedwang houden. Kruft pakte de plantjes uit zijn knapzak en legde die op tafel.

De bloempjes zien er zo glanzend en zo mooi geel uit! Kruft haalde meteen een stamper tevoorschijn en begon een flink aantal bloempjes fijn te stampen. Kruft werkte zo snel als hij kon de fijngeperste bloempjes zijn mond in en slikte de bloembrij helemaal door. Opgetogen wachtte Kruft af! Toen begon het… Hij voelde extreme pijnen en kramptrekkingen in zijn buik. “Jottem”, dacht Kruft, “Dit vraagt om meer”.

De tweede dag was de pijn verdwenen en werd Kruft nog nieuwsgieriger naar de plant. Hij haalde weer een paar Blaartrekkende boterbloemplantjes uit zijn knapzak en haalde zijn stamper weer tevoorschijn. Als een dolle ging hij de plantjes persen… en persen en zo hard mogelijk fijnpersen als hij kon, tot er enkel sap overbleef. Toen dacht Kruft:”Hier gaan we dan!”, en dronk hij het sap met volle teugen op. Tevreden wachtte hij af op wat voor moois er nu weer gebeuren zou.

Weer helse pijnen in zijn buik, krampen in de maag en het leek dit keer wel alsof zijn gehele slokdarm in brand stond, wat alles behalve aangenaam aanvoelde.  Kruft verzadigde hiermee zijn nieuwsgierigheid ten dele en onderging zijn pijniging heldhaftig. Maar de honger naar kennis omtrent de Blaartrekkende boterbloem, ging, niet, weg!

Toen Kruft de derde dag opstond sprong hij uit bed en rende met zijn knapzak naar de kreek om nieuwe planten te halen. Hij zocht de dikste grootste en mooist glanzende bladeren  uit en propte ze direct in zijn knapzak. Thuisgekomen stopte hij ze in het geheel in zijn mond en begon hij te kauwen als een paard op EPO, totdat ze klein genoeg gekauwd waren om door te slikken… en dat deed hij ook.

Stomatitis is een verzamelnaam voor alle ontstekingen en infecties van de mond, keel, tanden, tandvlees, tong en lippen. Een verzameling aan gruwelijke stomatitis was, naast zijn buikpijn, het resultaat van Kruft’s vreetkick. “Zo”, dacht Kruft.

Na een aantal weken waren alle ontstekingen en pijnen verdwenen en wilde Kruft nog één poging wagen om deze prangende nieuwsgierigheid omtrent de krachten van Blaartrekkende boterbloem te bevredigen. De plantjes in zijn knapzak waren verdroogt dus moest hij opnieuw naar de kreek toe. Eenmaal bij de kreek aangekomen vond hij de plant opnieuw.

Kruft sneed gewoon in het wilde weg een paar Blaartrekkende boterbloemen af en begon op de stengels te kauwen. Dit keer dacht Kruft: “Laat ik nu eens goed proeven! Ik wil de smaak ervaren van wat ik eet.” Hij proefde…. en de smaak bleek ontzettend bitter. De smaak was zo ontzettend scherp, Kruft’s gezicht vertrok in een grimas. De scherpe smaak toverde een soort gedwongen grijns rond zijn mond.

En deze grijns was er één die hij sinds jaar en dag niet op zijn gezicht had gevoeld. Ook al was de lach redelijk sardonisch, Kruft voelde dat zijn werk geslaagd was.

Sindsdien wilde Kruft andere mensen dat gevoel ook laten beleven. Kruft zette zich in om andere mensen te laten glimlachen. Zo verdreef Kruft zijn droefenis via nieuwsgierigheid met positiviteit. En sindsdien werd de Blaartrekkende boterbloem tevens aangesproken met lachselderij of de latijnse vertaling van lachselderij, Apium risus.

De vertaling van de werkelijk toegepaste wetenschappelijke benaming voor Blaartrekkende boterbloem is Ranunculus sceleratus. Ranunculus is Latijn voor kleine kikvors wat te maken heeft met de relatie met nattige standplaatsen van boterbloemen en het sceleratus is Latijn voor misdadig. De grote hoeveelheid gif in de plant is de oorzaak van deze soortnaam. Dit is de giftigste boterbloem ter wereld. Vandaar ook de Engelse soortnaam Cursed crowfoot. In het Nederlands werden boterbloemen ook wel hanenpoot genoemd.

Een andere volksnaam van dit plantje is Boevenboterbloem. Dit komt doordat men vroeger de arme mensen tevens als boeven bestempelde. Ze waren vaak zo arm dat stelen soms de enige mogelijkheid was om aan eten te komen. Een andere mogelijkheid was altijd nog te bedelen. Om extra zielig over te komen tijdens het bedelen wreven deze “boeven” zich in met Blaartrekkende boterbloem-sap. Zelfpijniging voor kleingeld.

Al deze pijnen die Blaartrekkende boterbloem in het verleden heeft opgewekt onder de bedelaars en nieuwsgierige mensen werden aangericht door het stofje protoanemonine. Het gehalte van 2,5% protoanemonine is een zeer hoge. Protoanemonine is een vluchtige gele stinkende substantie. Als u protoanemonine zou willen verzamelen, dan komt u van een koude kermis thuis. Dit stofje is namelijk niet houdbaar. U kunt de stof wel verkrijgen via stoomdestillatie en oplosmiddel, maar als u het stofje bewaard dan zullen de moleculen zich samenvoegen (dimerisatie) waardoor een nieuwe en niet giftige molecuul “Anemonine” ontstaat. Deze ontgifting ontstaat ook na verloop van tijd in de dode plant. Dit zorgt ervoor dat een paardje gedroogde boterbloemen in zijn hooi gewoon lekker kan meeëten zonder enge stomatitis.

Dit anemonine is niet geheel onverwacht ook te vinden in het geslacht van de Anemoon Anemone. Ook bevatten soorten uit de geslachten Clematis (Bosrank) en Caltha (Dotterbloem) het protoanemonine. Dit zijn alle drie geslachten die binnen dezelfde familie als de Blaartrekkende boterbloem vallen, de Ranonkelfamilie Ranunculaceae. Andere familieleden zijn Akeleiruit Thalictrum aquilegifolium, Blauwe monnikskap Aconitum napellus, Juffertje-in-het-groen Nigella damascena, Kerstroos Helleborus niger, Wrangwortel Helleborus viridis, Christoffelkruid Actaea spicata, Wilde ridderspoor Consolida regalis, en Zomeradonis Adonis aestivalis. Dieren pikken meestal vanzelf de niet-giftige plantensoorten uit het aanbod, maar jonkies kunnen zich nogal eens vergissen.

2 gedachten over “Blaartrekkende boterbloem

Plaats een reactie