“Hoe behouden hartstocht in een dynamisch schilderij verfrist kan doorstromen”
Knollathyrus – Lathyrus linifolius / Lathyrus montanus
(Bitter Vetchling)
De Knollathyrus is een inheemse Lathyrussoort. Lathyrus staat onder de Nederlandse bevolking vooral bekend om de grote geurende bloemen van de tuincentraversies. De inheemse Lathyrussoorten zijn iets minder opvallend geurend of niet geurend en hebben ook vaak kleinere bloemen. De Aardaker Lathyrus tuberosus is hierin een uitzondering. Toch behoort de Lathyrus nu eenmaal in de Vlinderbloemenfamilie Fabaceae. De gedachtegang dat alle Lathyrussoorten geuren om de vlinders aan te trekken zoals hen betaamd in de Vlinderbloemenfamilie is een complete fabel. De Vlinderbloemenfamilie dankt zijn naam niet aan de bestuivers, maar enkel aan de vorm van de bloemen. Het is ook onjuist dat alle soorten uit de familie opvallend geuren. Ook de Knollathyrus niet.
De Knollathyrus wordt overigens wel bestoven door vlinders, ook door bijen en door hommels. De Knollathyrusbestuivers zijn geen alledaagse insecten. De artistieke kleuren die de bloemen hebben lijken speciaal ontworpen voor de sectie kunstminnende insecten. De bloemkleuren zijn op zichzelf niet alleen al een prachtig schilderij, het is ook nog eens een dynamisch schilderij. De bloemen ondergaan een kleurverandering. De kleurverandering doorloopt altijd een patroon van een roodpaarse tint tot uiteindelijk een staalblauwe of groenblauwe tint. Delen van de bloem verkleuren langzaam alsof er elke dag een schildersmurf langskomt die zijn kunstwerk met hele kleine penceeltjes langzaam tot verkleuring drijft.
Het is duidelijk dat de schildersmurf met een Yin-energie te werk gaat. De kleuren op de bloemen vormen de Yin-varianten van een aantal kleurenfamilies die binnen de Feng-shui tot waterkamers en vuurkamers behoren. Het door de tijd verlopende schilderpatroon begint aan de start van de bloei met vuurkamerkleuren die een tikkie metaal of water bevatten en de bloei eindigt bij kleuren voor een waterkamer die gevoed wordt door metaal of gekalmeerd wordt door enige aarde-energie. Hiermee kunnen we concluderen dat de schilder van de Knollathyrus ons het verloop van stimulerende energie rond moed en behouden hartstocht laat zien, dat vervolgens transformeert tot een kalme, maar een zeer goed doorstromende energie van verfrissing. De Knollathyrus is hiermee een sterk staaltje creatieve natuurkunst.
Deze kunstzinnige bloemen staan in trossen van twee tot zes bloemen. De kelk heeft kelktanden die om het bloemetje heen bijten. Deze kelktanden hebben twee lengtes. Aan de achterkant zijn de kelktanden bijna zo lang als de kelkbuis, aan de voorkant zijn ze ongeveer de helft van de kelkbuis lang. De kelk zelf is net iets langer dan een halve centimeter, waarop de bloem een kleine twee centimeter lengte heeft. Deze kunstbloemen worden vanaf april tot augustus getoond.
Lathyrussoorten staan net zoals de Wikkesoorten Vicia spec. bekend om de klimmende ranken waarmee zij zich aan andere planten omhoogtrekken. De Knollathyrus is daarin, net zoals de Graslathyrus Lathyrus nissolia en de Zwarte lathyrus Lathyrus niger, een uitzondering zonder ranken in de Nederlandse natuur. Binnen het Wikke-geslacht is de Tuinboon Vicia faba de in Nederland voorkomende uitzondering zonder klimmende ranken.
De steun van andere planten heeft de Knollathyrus vervangen door zichzelf van steun te voorzien met gevleugelde en zigzaggende stengels. Deze tactiek brengt de bloemen toch tot een lagere hoogte in de lucht. Het plantje blijft laag met een maximale hoogte van veertig centimeter. De deelblaadjes van deze Knollathyrus zijn stukken minder talrijk dan bij veel wikkesoorten. Het zijn meestal maar één tot drie paar deelblaadjes die gezamenlijk staan. Die deelblaadjes zijn dan wel weer groot met soms wel vijf centimeter. Aan de grootte van de deelblaadjes kunt u trouwens de tevredenheid van de plant met zijn groeiplaats aflezen!
Dit betekent niet dat bij bemesting de Knollathyrus steeds groter kan worden. Integendeel, het voorkomen van de plant is mede vanwege alle bemesting zeer sterk afgenomen. Inmiddels is de plant zeer zeldzaam geworden in Nederland en Vlaanderen. Dit is één van de grootste slachtoffers van het cultuurgeweld in ons land, en daarom op rode lijst 1. De plant is enkel nog op enkele plekken in Drenthe, Twente, de Veluwe, nabij Nijmegen en in Zuid-Limburg zeer zeldzaam aanwezig. Eerlijk gezegd is de plant nooit algemeen geweest in Nederland, maar dan nog is de achteruitgang opzienbarend, en dan voornamelijk in de Zuid-Limburgse krijthellingbossen (kalkhoudend) want daar heeft de plant vroeger wel echt gefloreerd.
Buiten Nederland komt de plant in Wallonië, andere delen van West- en Midden-Europa, de Balkan en Zuid-Scandinavië nog voor. Buiten Europa komt hij enkel in een klein gedeelte van Marokko voor. Het is opvallend dat de plant in dat buitenland vaak kalkmijdend gedrag vertoont, want in Nederland doet hij dat juist niet! Pas op, we worden misleid door dat gegeven! De reden voor dit gedrag is waarschijnlijk de behoefte van de Knollathyrus om in leem te leven. Leem komt vaak voor in zandstreken en in Zuid-Limburg. Het is een grondsoort dat uit kleinere deeltjes dan zand bestaat, genaamd silt. De grootte van de korrels in silt is altijd tussen de twee micrometer en vierenzestig.
De Knollathyrus heeft ook een vriendengroep die graag samen met haar in de leem leven. Zij luisteren naar de namen Bochtige klaver Trifolium medium, Kleine bevernel Pimpinella saxifraga, Fraai hertshooi Hypericum pulchrum, maar ook bijvoorbeeld de Gevlekte orchis Dactylorhiza maculata, die daarnaast ook wel in andere grondsoorten (zelfs in veen!) kan vertoeven. Ook de Gelobde Maanvaren Botrychium lunaria chilt wel eens in deze vriendengroep, maar dat doet hij alleen in de wegberm langs droge heide en soms op kalkhellingen. Deze Gelobde maanvaren kan minder donkerte verdragen dan zijn naam misschien doet vermoeden. Zonnigheid en voedelarme gronden vormen de favoriete omstandigheden van deze Gelobde maanvaren. Dit zijn omstandigheden die de Knollathyrus ook op prijs kan stellen.
Wat de Knollathyrus zeker niet op prijs stelt is té heftige beschaduwing en een dikke laag humus (plantaardig materiaal op de bodem). De toename van opstapelende humus kan mede oorzaak zijn van de teruggang van het voorkomen van de plant. Het zou kunnen dat het natuurlijk afval van de soorten die het humus vormen tegenwoordig minder goed afbreekbaar is geworden. De reden daarvan kan een verandering in het assortiment aan soorten zijn. Uitheemse soorten kunnen vaak slecht afgebroken worden door inheemse organismen. Het kan ook zijn dat een teruggang van reducenten gaande is. Natuurlijk afval zoals dood hout wordt tegenwoordig in het bos vaak gestimuleerd in het natuurbeheer omdat vele organismen hiervan kunnen profiteren. Het zou dus ook nog kunnen dat door het natuurbeheer hierbij een negatief effect op de Knollathyrus ontstaan is. Dit blijft gissen, want de oorzaak hiervan kan ik u niet verzekeren.
Toch komt de Knollathyrus wel in bossen voor. Dit moeten dus lichte bossen zijn en er komt vaak kalk aan te pas. Hier chilt de plant met andere maten, namelijk Klein wintergroen Pyrola minor, Zwartblauwe rapunzel Phyteuma spicatum subsp. Nigrum, en speciale planten die graag in een zoom van zo’n bos leven (Zie Valse salie), zoals Karwijselie Selinum carvifolia en Berghertshooi Hypericum montanum.
Die laatste twee genoemde soorten zijn ook net zoals de Knollathyrus zeer zeldzaam. De dreiging die de Nederlandse flora overschaduwd is een groot probleem en wordt tegenwoordig gelukkig wel projectmatig tegengewerkt. Na uitgebreide onderzoeken worden diverse herstelmaatregelen in het leven geroepen om de levensvatbaarheid van allerlei sterk bedreigde soorten en gemeenschappen duurzaam te verhogen. Naast de Knollathyrus zijn er meer soorten op dergelijk ernstige wijze in het nauw gedreven. Een aantal voorbeelden zijn Stengelloze sleutelbloem Primula vulgaris, Witte rapunzel Phyteuma spicatum subsp. spicatum, Korensla Arnoseris minima, Veenmosorchis Hammarbya paludosa, Kruipend moerasscherm Apium repens, Kluwenklokje Campanula glomerata, Kleine schorseneer Scorzonera humilis en Drijvende waterweegbree Luronium natans.
In het geval van de Knollathyrus zou een herstelproject rekening moeten houden met meerdere oorzaken van achteruitgang, naast meststoffen en verdikte humuslagen lijkt ook verzuring en verdwijning van hakhoutcultuur een bijdrage aan de teruggang te leveren.
De plantenwereld is vaak feestelijk enthousiast over het hakhoutbeheer. Doordat de takken van bomen weggehakt worden ontstaat er met regelmaat een verlichte situatie. Doordat die regelmaat van licht er is, wordt voorkomen dat sterke schaduwsoorten zoals Klimop Hedera helix of Adelaarsvaren Pteridium aquilinum gemakkelijk andere planten verdringen. In deze hakhoutsituatie is voldoende licht voor de Knollathyrus, en ook voor zijn maat Fraai hertshooi, om goed stand te houden.
De zoomgemeenschap waarin Knollathyrus, Fraai hertshooi en ook Valse salie Teucrium scorodonia een vast plekje hebben is de Associatie van Hengel en Gladde witbol Hyperico pulchri-Melampyretum pratensis. Deze associatie is pas sinds kort ontdekt. De associatie heeft precies die benodigdheden zoals eerder beschreven (half-schaduw) nodig. Ook deze associatie wordt heden sterk bedreigd. Net zoals de Knollathyrus doet deze associatie met Hengel Melampyrum pratense als dominante soort het goed op lemige gronden.
Hengel – Melampyrum arvense
In deze leemgronden kruipt de Knollathyrus ondergronds rond en vertakt zich daar ook rijkelijk. Op al die vertakkingspunten maakt de Knollathyrus zijn beruchte knollen aan, vol met reservevoedingsstoffen om de winter te doorleven. Die knollen kunnen zo groot als een pingpongbal worden en smaken zoet als een kastanje. Al die opgeslagen voedingsstoffen kunnen wij zo van de Knollathyrus inpikken, maar doe dit enkel in noodgevallen vanwege zijn zorgwekkende status. Als u uw honger liever wilt verdoezelen dan stillen, dan kunt u ook op Schotse wijze ermee omgaan.
Gedroogd werden de Knollathyrusknollen in Schotland ook vaak als kauwgom gekauwd om een dorst- en hongergevoel tégen te gaan. Er bestaan ook verhalen waarin verhongerende soldaten van Caesar na een gewonnen veldslag aan de knollen van Knollathyrussen gingen knabbelen. Puur om hun maag te vullen, maar niet om het gevoel tegen te gaan. Andere verhalen vertellen dat de gemalen knollen ook lekker zijn in de whisky en dat ze meel kunnen aanleveren waarmee een roesbrengende drank gemaakt kan worden.
De knol wordt door sommige bronnen als niet eetbaar genoemd, maar andere geschiedkundige feiten druisen hier toch tegen in. Het is zeker nooit algemeen als voeding gebruikt. De knollen zijn ooit wel gewoon geweest om geneeskundig te gebruiken tegen bloedingen, zweren en diarree en vermoedelijk ook bij longziektes. Tegenwoordig wordt deze plant niet meer geneeskundig toegepast.
De geslachtsnaam Lathyrus stamt officieel af van een erwtenplant die wél vaak gegeten werd, genaamd ‘Lathyros’. Maar hier was het dus de inhoud van de peulen dat gegeten werd en niet de knol zoals bij Aardaker. Die peulen van Knollathyrus zijn roodachtige leerbruin en ongeveer drie á vier centimeter lang en nog geen halve centimeter breed, smal dus. Hierin zitten zes tot tien niet eetbare zaden. Aangezien de Engelse naam voor dit plantje Bitter vetchling is, zal de bittere smaak ergens in deze Lathyrus plant wel te vinden moeten zijn…
Oorspronkelijk behoorde de Knollathyrus niet eens tot het geslacht Lathyrus, maar tot het geslacht Orobus! Orobus tuberosus was de naam. Dit geslacht is toendertijd apart gezet voor de lathyrus- en wikkesoorten die geen ranken hebben. Orobus betekent ossenkracht, omdat het vee liever van de Knollathyrus at dan van erwten. (Voor de betekenis van de naam Lathyrus, zie Aardaker.) Een os staat niet bekend om zijn fijngevoeligheid maar heeft toch zijn voorkeuren.
Het magisch symbool voor fijngevoeligheid en ook van plezier kan speciaal Kreeftmannen (sterrenbeeld) een helpende hand bieden. Met magie kan deze kracht van fijngevoeligheid en plezier uit de Knollathyrus komen. De kreeftman is als een krab die langs de door de maan verzorgde eb en vloed, met de kustlijn mee omlaag en omhoog loopt. Kreeftmannen kunnen een gezellige samenkomst goed verzorgen maar een verkeerde terloopse opmerking kan juist bij hen van binnen van alles teweegbrengen. Dit soort fijngevoeligheid lijkt misschien alleen maar onhandig, toch zal het een uitstekende functie dienen. Kijkt u eens goed naar de fijngevoeligheid waarmee de Knollathyrus geschilderd is en u erkent de verbondenheid van dit plantje met de Kreeftman.
Vindt u deze Knollathyrus ook zo bijzonder? Maai zijn groeiplek dan altijd na de zaadval en buiten het groeiseizoen van de Knollathyrus.

