“Liggend associëren”
Liggend walstro – Galium saxatile (Heath Bedstraw)
Liggend walstro behoort tot hetzelfde geslacht als het algemeen voorkomende en aan uw kleding klevende Kleefkruid Galium aparine, zoals u aan de Latijnse naam kunt zien. Deze naam Galium komt waarschijnlijk van het Griekse woord ‘gala’. ‘Gala’ betekent melk. U weet misschien dat Kleefkruid ook witte bloemetjes heeft net zoals Liggend walstro. De bloemetjes van Liggend walstro zijn wel veel groter, maar nog steeds erg klein met een vier millimeter, en ze stinken. Maar deze witte kleur is niet de oorzaak van de melkverwijzing in de geslachtsnaam Galium.
Zowat alle Galiumsoorten hebben inderdaad witte bloemen, maar niet allemaal. Geel walstro bijvoorbeeld heeft een andere kleur, raad maar eens welke kleur… Blauw walstro Sherardia arvensis behoort onverwacht niet eens tot hetzelfde geslacht. Zeegroen walstro Galium glaucum heeft ook gewoon witte bloemen.
De echte oorzaak van de Latijnse verwijzing naar melk is vanwege een afstamming van een oud gebruik om de planten uit dit geslacht te gebruiken om van melk kaas te maken. Voor het bereiden van zuivelproducten wordt altijd stremsel gebruikt. Dit stremsel laat eiwitten uit de melk samenklonteren. Normaal gesproken wordt hiervoor stremsel gebruikt dat gemaakt is van enzymen uit de lebmaag van geslachte kalfjes, zogenaamd lebstremsel. Vroeger werd dit stremsel gemaakt van planten. Galium is een typisch geslacht dat hiervoor gebruik werd, maar Kaasjeskruid Malva spec. ook. Tegenwoordig wordt deze wijze van bereiding weer in biologische kaas toegepast.
De Nederlandse naam Walstro verwijst naar iets heel anders. Wal is een oud woord voor wieg. Deze plantjes werden dus ook gebruikt om een baby lekker te laten liggen. De kleur van gedroogd Liggend walstro is niet echt babyachtig want droog zijn ze pikzwart. Een andere geslachtsgenoot is Lievevrouwebedstro Galium odoratum, u snapt nu waar die naam naar verwijst. Dat de mensen of baby’s vroeger op het stro LAGEN is overigens niet de oorzaak van de Nederlandse naam Liggend walstro.
Liggend walstro komt aan zijn naam doordat de plant niet rechtop staat maar op de grond ligt. Maar u zou het ook zo kunnen bekijken dat hij Liggend walstro heet omdat diegene die het plantje wil bekijken beter op de grond kan gaan liggen. De plant vormt in zijn geheel vaak een soort zode. Als Liggend walstro in bloei gaat staan vanaf juni tot september dan richten de bloemdragende stengels zich wel op om de bloemen beter zichtbaarder te maken voor nieuwsgierige insecten. Op deze manier kan de plant maximaal een hoogte van dertig centimeters bereiken en kan op de knieën zitten voor u misschien voldoende zijn om haar goed te bekijken.
Op deze bloeistengel gaan de kransgewijs staande bladeren ook duidelijker wijder uit elkaar staan. Onderop de liggende stengels staan ze veel dichter op elkaar. Op beide locaties staan de bladeren in kransen van vijf of zes blaadjes, maar soms ook met zeven of acht. De bladeren zijn aan de rand vaak gewimperd, dus er zijn dan op de zijkant van een blad soms enkele losse haartjes te zien. Aan de top kunnen de haartjes soms ook stekelig aanvoelen. Verder is deze plant geheel kaal en kleeft ook niet.
De Latijnse soortnaam Saxatile is afgeleid van ‘Saxum’. ‘Saxum’ betekent rotsblok en Saxatile betekent ‘van rotsen’. In Nederland hebben we niet veel rotsen, maar hier neemt vaak de stad eigenschappen van rotsachtige gebieden over. Toch komt Liggend walstro niet in de stad voor. Dit komt doordat de plant nog wat meer eisen stelt die in de stad in combinatie niet ingewilligd kunnen worden.
Hét kenmerk van de standplaats van Liggend walstro is in ieder geval in Nederland dus NIET een stenige ondergrond. Stenige plekken waar hij wel eens te vinden kan zijn is langs spoorwegen of op een kiezelberg. Langs spoorwegen wordt hij vooral met zand meegevoerd. Over het algemeen is Liggend walstro een kenmerkende soort voor heidegebied! Naast heide is hij ook wel her en der te vinden aan bosranden op arme grond of erg schrale bermen. Een fijne schrale droge grond kan de Liggend walstro ook soms vinden in heischraal grasland, duingrasland of op brandplekken of kapvlakten. In de duinen van Ameland en Schouwen gedijt Liggend walstro bijvoorbeeld erg goed.
Van oorsprong komt de plant wel uit een stenig gebied vanwaar de Latijnse naam is gegeven. De plant lijkt uit het Harzgebergte in Duitsland gekomen te zijn. Dit is een middelgebergte in Noord-Duitsland waar men tegenwoordig graag langlauft of wandelt. Deze plant wordt niet voor niks ook wel eens met een Latijnse synoniemnaam aangesproken, Galium harcynium. Dit is een verwijzing naar het Harzgebergte. Of de volksnaam Hartekruid nu ook teruggeleid kan worden naar het Harzgebergte of dat dit te maken heeft met de magische kracht van liefde die de plant vermoedelijk in zich herbergt is de vraag. De plant is nog steeds een typische West-Europeaan, maar heeft zich wel al tot Midden-Portugal en het Oostzeegebied tegen Scandinavië aan uitgebreid.
Wat een van de eisen is die de plant aan zijn omgeving stelt welke de stad niet kan inwilligen is de voedselarmoede in de allerbovenste laag waar hij graag zeer ruwe humus ziet. Zo ruw als op een heidegebied. Als een hoogveengebied uitdroogt kan er ook een humussituatie ontstaan waar Liggend walstro kan liggen. In deze situatie kan zij dan voorkomen in combinatie met Bochtige smele Deschampsia flexuosa en Schapenzuring Rumex acetosella. Ditzelfde gezelschap heeft Liggend walstro op kapvlakten, brandplekken en andere open plekken zoals langs paden in een bossengebied van naaldbomen of in Zomereik- en berkenbossen. Toch wordt Liggend walstro in heidegebieden ook het meeste aangetroffen langs de paden.
Uiteindelijk leidt dit tot een Nederlands algemeen voorkomen van de plant in Drenthe en Gelderland. Verder is zij plaatselijk vrij algemeen in Noord-Brabant en de Achterhoekomgeving. Vrij zeldzaam is ze te vinden in duingebieden en in Zuid-Limburg. Verder komt de plant zéér zeldzaam voor. In België is hij enkel tamelijk algemeen in de Kempen, de Ardennen en in het Brugse Houland. Daar is het een plantje die we nog net bedreigd kunnen noemen. De bedreiging van de soort is voornamelijk te wijten aan het voortschrijden van de successie.
In Nederland worden de standplaatsen van Liggend walstro voornamelijk kort gehouden door schapen. Als in België dit voorbeeld meer overgenomen wordt of ze meer zouden maaien zou de achteruitgang misschien tot halt geroepen kunnen worden. Het verwijderen van een ophoping van strooisel (natuurlijk afval) zou misschien ook een sleutel kunnen zijn.
Liggend walstro behoort tot de Sterbladigenfamilie Rubiaceae, vanwege de op een ster lijkende kransgewijze bladstand. Zoals u al ontdekt heeft kunnen andere planten uit deze familie ook wel eens Walstro genoemd worden ook al dragen zij niet de geslachtsnaam Galium. Een ander voorbeeld hiervan is Kruisbladwalstro Cruciata laevipes, die vier kruisgewijs staande bladeren heeft. Tot deze familie behoren ook de zwartrode besdragende Meekrap Rubia tinctorum, de lila-bebloemde Akkerbedstro Asperula arvensis en de kalkminnende Kalkbedstro Asperula cynanchica.
Ecologisch bezien behoort Liggend walstro tot een ánder verbond. Er bestaat een ecologische plantengemeenschap die gekenmerkt wordt door Liggend walstro en daarom ook naar de plant vernoemd wordt. De plantengemeenschap wordt de associatie van Liggend walstro en Schapengras genoemd. Ook zo’n gemeenschap draagt een Latijnse naam, namelijk Galio hercynici-Festucetum ovinae. Als u goed naar de Latijnse naam kijkt ziet u dat de eerder besproken Latijnse synoniem-soortnaam van Liggend walstro is gebruikt.
De associatie van Liggend walstro en Schapengras is een plantengemeenschap dat valt binnen een onderverdeling van een andere plantengemeenschap. De hogere gemeenschap boven de associatie wordt het verbond genoemd. Deze associatie valt onder het verbond van de heischrale graslanden. Binnen dit verbond is de associatie van Liggend walstro en Schapengras het minst soortenrijk.
De associatie van Liggend walstro en Schapengras komt voor in Nederland op droge zandgrond. Er zijn voornamelijk veel grassoorten zoals het Fijn schapengras Festuca filiformis/Festuca ovina te vinden en kruiden met kleine bloemen zoals soms het schattige Klein vogelpootje Ornithopus perpusillus. Er zijn bijna geen bomen te vinden op een enkele Zomereik Quercus robur na. De planten in de associatie moeten hun vocht vooral hebben van de luchtvochtigheid. Een ander kleinbloemig kruidje dat hier ook te vinden is, is het Tormentil Potentilla erecta, een bijzonder Boterbloemsoortje.
Tormentil Potentilla erecta
Boven deze kruidjes bestaat er een mogelijkheid dat een bepaald zeldzaam kruid uit steekt. Het gaat om het Valkruid Arnica montana, ook wel Wolverlei genoemd. Dit plantje met gele buis- en lintbloemen schijnt dodelijk te zijn voor wolven. Dat u dit zeldzame plantje tegenkomt als u ook een wolf tegen komt is een zeer zeldzame combinatie! Als u de plant tegenkomt is de kans wel zeer groot dat u in de associatie van Liggend walstro en Schapengras beland bent.
Als u die wolf dan toch tegenkomt en Wolverlei staat niet in de buurt dan kunt u meestal alleen maar een dwergstruikje inklimmen zoals Struikhei Calluna vulgaris, Rode dophei Erica cinerea of Brem Cytisus scoparius of met een beetje geluk nog een soort dwergvorm van een Zomereik. Wat alsnog betekent dat u ten dode bent opgeschreven…… als we de sprookjes moeten geloven. In werkelijkheid zijn wolven niet zo’n bedreiging voor ons als men vaak denkt.
Binnen deze associatie zijn ook wel eens soorten zoals Gewoon biggenkruid Hypochaeris radicata, Hondsviooltje Viola canina, Muizenoor Hieracium pilosella, Mannetjesereprijs Veronica officinalis, Rozenkransje Antennaria dioica, Kleine schorseneer Scorzonera humilis, Zandblauwtje Jasione montana of Zandzegge Carex arenaria te vinden.
Het is zelfs mogelijk, maar dan bevindt de associatie zich waarschijnlijk op een open plek in het bos, dat de Gelobde maanvaren Botrychium lunaria erin voorkomt. Dit is geen toeval, want hij behoort werkelijk tot deze droge associatie. Dan hoort in een associatie ook nog een kenmerkende mossenlaag. Deze laag is ook erg soortenarm en kan eigenlijk maar drie soorten bevatten, waaronder Gewoon gaffeltandmos Dicranum scoparium.
Het is merkwaardig dat de associatie van Liggend walstro en Schapengras in België meer voorkomt dan in Nederland, terwijl het plantje Liggend walstro zelf in Nederland meer voorkomt. Dit duidt erop dat de plant in Nederland vaker buiten die specifieke associatie groeit dan in België.
In Nederland volgt de associatie telkens de associatie van Struikhei en Bosbes en die van Hondsroos en Jeneverbes, wellicht dat de plant in Nederland soms lekker eigenwijs naast de Bosbes Vaccinium gaat liggen?


Nu ik weet dat stremsel gemaakt wordt van de lebmaag van kalfjes, koop ik helemaal nooit meer niet-biologische kaas. Dank voor het delen van je buitengewone mooie kennis!
Graag gedaan!
Mooi logje en nog een fijne vakantie!!
Bedankt!