“Schildsanering”
Zinkboerenkers – Thlaspi caerulescens subsp. Calaminare (Pennycress)
De Zinkboerenkers is een interessant plantje. Het plantje is extreem zeldzaam in ons land. Dat komt doordat het plantje enkel voorkomt op zinkhoudende graslanden en dat type grasland zien we zelden. Andere plantjes vallen meteen dood neer op dit soort gronden, maar Zinkboerenkers vindt het delicieus! Op dit zinkhoudende grasland wil het Zinkboerenkersje ook graag een zonnetje. Om die zonnestralen dat lage plantje te laten bereiken is het nodig dat de omgeving van de Zinkboerenkers enigszins open en de vegetatie dus laag is. Grasland is daarom geschikt voor hem. Wat het plantje verder nodig heeft is kalk in de grond en zoveel mogelijk afwezigheid van stikstof.
Door zijn gigantisch kieskeurige houding biedt de hele planeet aarde zelfs erg weinig groeiplekken voor hem. Zijn te grote kieskeurigheid leidt ertoe dat hij enkel op een piepklein plekje in Zuid-Nederland en nog twee andere kilometerhokjes hoger in ons land te vinden is. Betreft de rest van de wereld komt hij enkel in Oost-België en in Duitsland op enkele plekjes voor tot aan vlakbij de Tsjechische grens waar het Ertsgebergte ligt.
Dit plantje wordt beschermd. Voor de tweede wereldoorlog kwam de Zinkboerenkers nog tien keer vaker voor in ons land, maar zelfs dat was toen in totaliteit niet zo veel. Oorspronkelijk is dit plantje wel inheems in ons land en daar kunnen we trots op zijn, want dit plantje kiest duidelijk niet het eerste de beste plekje om zich te vestigen.
Het komt erop neer dat het plantje op oeverlanden in rivierdalen zijn plekje heeft gevonden. Rivier-opwaarts heeft voormalige exploitatie van zinkmijnen het water uit de rivier (bijv. de Geul), verrijkt met zink. Dit zink is op enkele plaatsen opgehoopt op oevers. Tevens hebben oude stortplaatsen van zinkhoudend afval een geschikte leefplek voor het Zinkboerenkers gecreëerd. Ertshoudend gesteente aan het oppervlak is gewoon zijn lievelingsgerecht. Zijn achternaam is naar zijn lievelingsrestaurant vernoemd. In het Belgische stadje la Calamine (Kelmis) stond in de 19e eeuw een zinkmijn. Daar komt de bloem nu nog steeds voor.
Zinkboerenkers is niet het enige plantje dat op zink gespecialiseerd is. Hij groeit vaak samen met Zinkviooltje Viola lutea subspecie calaminaria, Zinkschapengras Festuca ovina subsp. Guestfalica, die net zo extreem zeldzaam is als Zinkboerenkers en tenslotte Engels gras Armeria maritima subsp. Halleri.
Zinkviooltje, Zinkschapengras en Engels gras
De overige delen van de wetenschappelijke naamgeving van Zinkboerenkers slaan op de bladeren en de vruchtjes. Zinkboerenkers vormt lichtelijk blauwgroene blaadjes waardoor de Latijnse soortnaam Caerulescens aan de plant is gegeven. Dat betekent namelijk hemelsblauw, wat wel een tikkeltje ongerijmd is. De vruchtjes van de Zinkboerenkers zijn afgeplatte hauwtjes waar de naam Thlaspi van afstamt, want “thlaein” betekent afgeplat.
Die hauwtjes doen denken aan het Herderstasje Capsella bursa-pastoris. Herderstasje lijkt sowieso veel op de Zinkboerenkers en ze zijn beide uit dezelfde Kruisbloemenfamilie Brassicaceae. Maar Herderstasje is zeer algemeen en bloeit het hele jaar. Zinkboerenkers daarentegen bloeit voornamelijk in april en mei, maar heeft ook vaak in de zomer nog een tweede bloeigeneratie van juni tot juli. Net zoals Herderstasje heeft Zinkboerenkers witte bloemblaadjes.
De vorm van de vruchtjes, de hauwtjes, zijn echter wel verschillend van elkaar. Het herderstasje heeft een hartvormig tasje en het tasje van de Zinkboerenkers ook. Maar dat hauwtje van de Zinkboerenkers is ietsje ronder maar ook meer afgeplat met vaak een lichte inkeping. Deze hauwtjes worden ook wel doosvruchtjes genoemd.
Hauwtje Zinkboerenkers – Hauwtje Herderstasje
Dat hauwtje van die Zinkboerenkers produceert ook heel veel zaadjes. Zo kan de bodem op een zinkhoudend grasland een enorme zaadvoorraad bevatten. Licht zet de zaadjes aan tot kieming. Als de zaadjes gekiemd zijn dan vormt het plantje eerst een rozet met spatelvormige blaadjes. Pas het tweede of derde jaar verschijnen de stengels en de bloemetjes. Die bloemetjes zijn behoorlijk narcistisch. Zo erg dat ze regelmatig de liefde met zichzelf bedrijven, wat dan ook echt leidt tot zelfbevruchting. Tijdens de bloei verlengt de bloeistengel zich en vormt dan steeds meer bloemetjes die weer opnieuw aan de slag gaan met die zelfbevrediging. De helmknopjes kleuren er paars van.
Rozet Zinkboerenkersjaar één
Het totale plantje wordt nooit hoger dan een halve meter. Net zoals de hauwtjes, maar in tegenstelling tot de rozetbladeren, zijn de stengelbladeren hartvormig. Die blaadjes staan niet netjes met een steeltje op het stengeltje maar de blaadjes omvatten de stengel. Ze zitten er eigenlijk omheen. In die blaadjes zit zink opgeslagen.
Ook de mens heeft zink nodig, vooral mannen. Zink helpt prostaatkanker te voorkomen. Daarnaast is zink nodig om vitamine A haar werk goed te laten doen en kunnen wij zonder zink alcohol en vet slechter behandelen in ons lichaam. Het helpt bovendien het immuunsysteem beter te laten functioneren. Zo heeft ook elk plantje wel een minimale hoeveelheid aan zink nodig uit de grond, dat wel. Maar de overmatige hoeveelheden waar Zinkboerenkers op kan groeien is een heel ander verhaal. Het is een bizarre eigenschap. Zinkboerenkers neemt wel zoveel zink uit de bodem op dat na een verbranding van de plant, de as zeker twintig procent bestaat uit zinkoxide.
Maar hoe kan het nu zo zijn, dat zo goed als alle plantjes overlijden op dit soort zinkgronden en fauna ook overlijdt in zulke zinkomstandigheden, maar dit plantje en zijn overige zinkbroeders niet?
Zinklandschap
Deze op zink gespecialiseerde soorten maken meer transporteiwitten aan. Hierdoor kan het zink heel snel naar de vacuole in de plantencel getransporteerd worden. De vacuole is een met vocht gevuld blaasjes dat zich binnenin een plantencel bevindt en waar allerlei voedingsstoffen worden opgeslagen. Dit blaasje omsluit in dit geval ook het zink. De vaatbundels van Zinkboerenkers zijn ook nog verhout om extra bescherming te bieden tegen ontsnapping van metaal tijdens het transportproces voordat het een vacuole bereikt. Dit plantje heeft deze ontwikkeling (hyperaccumulatie) ooit op gang gebracht omdat bleek dat insecten door de aanwezigheid van metalen in het blad minder aan de plant gingen vreten. Zo vormde de plant zijn metalen schild zelf.
Op sommige locaties is de Zinkboerenkers op natuurlijke en compleet zelfstandige wijze begonnen aan een pilot. In deze pilotprojecten oefent het plantje om ook nikkel en cadmium uit de grond op te slobberen.
Zinkboerenkers is een plantje dat speelt met vuur hoor. Zware metalen zijn geen kinderspeelgoed. De kinderen van dit plantje, in botanische taal, de kiemplanten, die moeten vrijgehouden worden van het zink. Voor hen is zink levensgevaarlijk. Dit geldt ook voor de hartvormige hauwtjes. Hoe de Zinkboerenkers dit allemaal voor elkaar krijgt is ons nog niet helemaal duidelijk.
De plantenwereld is zo geniaal dat we er vaak genoeg met open mond naar kijken en haar natuurkracht maar al te graag door die open mond naar binnen willen ademen of die kracht zelf willen kopiëren of toepassen. Wetenschappers denken na over de toepassingen van sanering van zware metalen uit de grond op biologische wijze, zoals de Zinkboerenkers dat doet. De Zinkboerenkers hiervoor inzetten blijkt niet rendabel te zijn. Dit komt doordat dit plantje met een maximale halve meter hoog te klein en ijl is en daardoor zeker 30 generaties nodig heeft om de boel echt een beetje op te ruimen. Allerlei knappe koppen willen nu de kracht van Zinkboerenkers via genetische manipulatie proberen te plaatsen in snellere en tot grotere hoogte groeiende familieleden zoals Koolzaad Brassica napu.
De gevolgen van genetische manipulatie zijn niet goed te overzien waardoor een dergelijk project misschien beter niet uitgevoerd moet worden. Inspiratie in de natuur opdoen is uiteraard erg goed om te doen. In de natuur is de kracht van de wereld opgeslagen, dus alles kunnen we hierin leren! Het probleem is dat wij mensen kennis met wijsheid verwisselen. Als we kennis nemen van de kracht van een plant zoals Zinkboerenkers, vergt het wijsheid om er op de juiste manier mee om te gaan.




