Berglook

“Magie >&< Esthetiek”

Berglook – Allium carinatum (Keeled Garlic)

Berglook – Allium carinatum (Keeled Garlic)

& Berglook – Allium victorialis

Let u op dat hieronder twee plantjes beschreven gaan worden die beide Berglook heten, maar wel verschillend zijn. De foto’s hierboven zijn gemaakt van de inheemse Berglook Allium carinatum. Maar er is nog een plantje die Berglook wordt genoemd. Dat is Allium victorialis. Voordat we ingaan op de Nederlandse Allium carinatum, van de foto’s hierboven, zal ik u eerst voorstellen aan zijn naamgenoot.

Allium victorialis is vernoemd naar de Franse berg Victorialis in de provence, waar de plant veel voorkomt. In Nederland komt deze Berglook niet in het wild voor. Dit plantje is, net zoals de andere Berglook, een bolgewas. De bolletjes bij Victorialis hebben een netvormig omhulsel. Dit omhulsel heeft de poort geopend naar de magische eigenschappen van Allium victorialis. De bol meedragen zou de drager behoeden tegen lichamelijke schade, maar ook tegen magische aanvallen van buitenaf of ongunstige lotswendingen. Dit werd dan ook veelvuldig gedragen, vooral in tijden van oorlog en gevechten. De bol werd ‘victoriwortel’ genoemd, wat eigenlijk nog een verwijzing naar de latijnse naam is. Hij schijnt vele mannen en vrouwen een extra magisch harnas te hebben gegeven. Het dragen van het ‘allemansharnas’, wat een andere bijnaam voor deze Berglookbol was, beschermde ook tegen losgeslagen kabouters of andere aardgeesten. Deze kabouters schenen de mensen in onderaardse mijnen lastig te vallen tijdens hun slaap. Tegelijkertijd gebruikte mende bol ook ter genezing van beten van losgeslagen dolle honden en adders.

Op de berg waren er ook mensen die de bol gebruikte om zich te beschermen tegen slecht weer. Duistere bergnevels waren in de alpen nogal eens angstaanjagende weersomstandigheden. Deze boze nevels brachten enkel ongeluk en die wilde men graag verdrijven met de bollen. Ook werd het middel vroeger gebruikt om zwarte heksen en hun bezweringen te weren. Net zoals zichzelf beschermde men ook het vee tegen deze beheksing met de magische bolletjes. Alle ziektes werden destijds toegeschreven aan boze krachten of boze heksen, dus het bolletje kwam altijd goed van pas.

Door het kruid onder de voordeur in te graven was er geen boze figuur meer die het huis wilde enteren. Ooit stond een boze geest wel op het punt een meisje mee te nemen, maar gelukkig had dat meisje een Berglookknolletje bij zich en die hield ze dan ook moedig omhoog. De oude geest reageerde door te schreeeuwen: “Allemansharnas, jij boos kruid! Heeft genomen mijn jonge bruid!”. En de geest verdween uit zicht.

Ooit zweefden er in de polders, maar ook door de bergen allerlei geesten en demonen op zoek naar slachtoffers. Deze poldergeesten en bergdemonen werden ook verdreven met het allemansharnas. Als iemand toch ooit door iets boosaardigs gewond was geraakt werkte hetzelfde bolletje ook weer om de wond te dichten, vanwege de adstringerende werking. Kortom, het leven was gewoon STUKKEN veiliger met een broedbolletje van deze Berglook. Vanwege deze fantastische eigenschappen werd het bolletje vaak in de vorm van een poppetje gesneden en aangekleed. Deze poppetjes waren goede handelswaar.

Berglook Allium victorialis heeft heel duidelijk een ander uiterlijk dan de Berglook Allium carinatum. De bloemen van Allium victorialis zijn namelijk wit-groenig gekleurd en de bladeren zijn breed. Zie de foto hieronder.

Berglook – Allium victorialis

De bloemen van Allium carinatum zijn paars zoals u op de foto’s op de top van de pagina heeft gezien. De bladeren zijn zeer dun, bijna grasachtig. Dus het onderscheidt is in het uiterlijk makkelijk gemaakt. Dan neem ik u nu mee naar de naamgenoot en de Berglook met de paarse bloemen.

Berglook Allium carinatum is net zoals zijn naamgenoot een soort uit de lookfamilie. U kunt wel zeggen dat Allium victorialis een magisch pareltje is en dat Allium carinatum echt een esthetisch pareltje is. Hij komt in Nederland in het wild voor, maar is in Nederland uiterst zeldzaam. Hij is alleen in Friesland rond het dorpje Beetgum en in Zuid-Holland in de buurt van Leiden en Scheveningen ingeburgerd. U bent dus uiterst bevoorrecht als u Berglook tegenkomt. Voor 1988 kwam deze Berglook in Nederland maar in 2 vierkante kilometers voor, sinds 1988 is dit aantal toegenomen naar een voorkomen in ongeveer 7 vierkante kilometers. Nog steeds uiterst zeldzaam dus. De Berglook is niet zeldzaam geworden door Nederlandse achteruitgang. Het plantje komt oorspronkelijk gewoon niet uit Nederland. Zijn oorsprong is te vinden in Zuid- en Midden-Europa, o.a. de Balkan.

In Nederland wordt deze Berglook vooral als sierui gezien en ter versiering in siertuinen neergezet. Toch bloeit het plantje vaak niet, waardoor het vinden van een bloeiend exemplaar u nog meer zult moeten waarderen in zijn esthetische waarde. In plaats van bloei worden er dan direct bleekgroene broedbolletjes gevormd. Ook andere planten, zoals Akkergeelster Gagea villosa, Moeslook Allium oleraceum, Knolduizendknoop Polygonum viviparum en Speenkruid Ranunculus ficaria, vormen broedbolletjes waarmee ondergronds of bovengronds (bij speenkruid) bolletjes worden gevormd aan bepaalde plantdelen, waaruit na het afsterven van de plant nieuwe planten gaan groeien. Dit is een bijzondere vorm van vegetatieve vermeerdering. Het DNA blijft onveranderlijk via deze manier van voortplanting. Berglook vormt winterknoppen onder de grond, net zoals vele andere bol- en knolplanten en overleeft hierin de winter.

Maar de Berglook bloeit niet alleen om mooi te zijn, zijn doel is zaad aan te maken via kruisbestuiving. De zaden worden echter maar zelden aangemaakt. In Nederland is het daarom ongepast om de zaden van Berglook uit het wild te verzamelen voor uw zachte kruidenkaas. Als u Berglook in uw tuin heeft, dan kunt u de groene zaden eventueel wel door uw kruidenkaasje mengen, maar u kunt er ook voor kiezen de zeldzaamheid van de plant te verminderen door het zaad te verspreiden.

Als Berglook dan eindelijk eens zijn oogverblindende bloei ten toon stelt dan gebeurt dat als een echte zomerbloeier van juli tot september. De roze of paarse bloemen hangen op lange dunne stelen vanuit een centraal bolletje en creëren hiermee een visueel effect waar oplettend Nederland zijn vingers bij kan aflikken. Ook bijen likken hun pootjes af bij de bloemetjes.

Vampiers daarentegen, zij likken hun pootjes niet af bij de Berglook. Vampiers staan bekend om hun afkeer tegen lookplantjes. Uiteraard staat vooral de Knoflook Allium sativum, een geslachtsgenoot van Berglook, bekend ons tegen vampiers te beschermen. De Engelse naam voor deze Berglook is Keeled garlic, wat wel duidt op de overeenkomst met knoflook. Knoflook werd al in de Egyptische tijd, 3500 jaar geleden, gebruikt. In de joodse Talmoed staat de uitspraak al vermeld: “Eet regelmatig knoflook, het heldert de geest op, versterkt de mannelijkheid en verdrijft darmparasieten.” In de Koran wordt knoflook genoemd en in de middeleeuwen wordt de Lauk vaak genoemd. De lauk is een oud woord voor de toenmalige knoflook.

Door deze tijden heen is de knoflook niet onveranderlijk gebleven. De knoflook die we tegenwoordig kennen is het resultaat van allerlei kruisingen tussen wilde knoflooksoorten en daarom is onze knoflook niet hetzelfde als die oude knoflook. Sterker nog, er zijn tegenwoordig 650 varianten op de knoflook.  Vooral in Zuid-Europese mondgeuren is vaak een knoflookgeur te herkennen. Deze geur is onttrokken uit geperste of gesneden knoflook, gemalen en gedroogde poederknoflook of via geperste knoflook in azijn verwerkt. Na de knoflook te hebben geperst kunt u het in afgekoelde, maar gekookte azijn doen. Dit geheel kunt u na twee weken zeven en u heeft uw knoflookazijn.

Maar knoflook is zeker niet de enige culinaire soort uit het geslacht allium, integendeel. Alle looksoorten zijn nauw verwant en hebben door de tijd heen vele borden bezocht en in de menselijke lichamen bloedzuiverende werkingen uitgevoerd. Even een klein inzichtje van nog een aantal soorten die in het Allium-geslacht tegenwoordig in Nederland onderscheiden worden.

We hebben de Ui Allium cepa, Prei Allium porrum, Sint-jansui Allium fistulosum var. Bulbifera, Moeslook, Bieslook Allium schoenoprasum, Armbloemig look Allium paradoxum, Bochtig look Allium zebdanense, Daslook Allium ursinum, Sjalot Allium ascalonicum, Slangenlook Allium scorodoprasum,  Driekantige look Allium triquetrum, Kraailook Allium vineale, de Stengelui Allium fistulosum en de Bosui Allium cepa. De Look-zonder-look Alliaria petiolata is zoals u ziet niet een look uit het geslacht Allium.

Niet al deze loken zijn even lekker, maar al deze loken hebben wel de sterke uiengeur als overeenkomst. Een zwavelverbinding is de oorzaak van de geur die look veroorzaakt in de mond en die zelfs door de huid heen uw omgeving kan bestinken. De geur vindt zijn weg via transpiratie. Alles wordt verteerd, maar de verbinding allylmethylsulfide niet. Deze stof wordt in het bloed opgenomen en weerhoudt u vervolgens van vampiers in uw bed… nou, eigenlijk verdrijft de geur alle ondode EN levende wezens in uw bed, zelfs muggen en luizen schijnen er een hekel aan te hebben! Als u muggen wel prettige kamergenoten vindt of andere bezigheden in bed wilt uitvoeren waar eventueel andere mensen voor nodig zijn, dan is het kauwen op Peterselie Petroselinum crispum aanbevolen om van de mondgeur af te komen.

Voor vogels geldt hetzelfde. Als vogels naar knoflook ruiken dan zullen zij geen last meer hebben van vliegen, muggen of luizen, zoals bloedluis. Als u uw kippen of andere vogels met de lookgeur wilt weren tegen vervelende lastpakken, dan kunt u één van de loken in het drinkwater van de vogel verwerken. Wat u kunt doen is bijvoorbeeld een geperst teentje knoflook een nacht laten intrekken in water en ’s ochtends de knoflook uit het water zeven. En dit water aan het vogeltje geven. U kunt ook een beetje knoflookpoeder over vogelvoer strooien. Denkt u erom dat het een goede verhouding is om een halve theelepel knoflook per 100 gram voer te doen.

Knoflook bevat ook allicine wat als antibiotica voor mensen werkt. Ook werkt knoflook bloedzuiverend, slijmoplossend, voorkomt en bestrijdt darmparasieten, bevordert de spijsvertering en remt dus ziekmakende bacteriën. Al deze werkingen zijn al eeuwenlang bekend.

Dan gaan we is even kijken welke medische werkingen Berglook heeft. Berglook werkt tegen anorexie (Zie Bergcentaurie), werkt in op het centrale zenuwstelsel, waardoor pijnen en allerlei ongemakkelijkheden verzacht worden. Berglook werkt ook tegen de meeste maagproblemen en Berglook verhoogt de productie van urine.

Als u uw vogels knoflook voert dan werkt deze allicine en alle andere medische werkingen meestal op exact dezelfde manier. Het is namelijk zo dat de meeste medische werkingen bij mensen en vogels hetzelfde werken. Wilt u uw vogels graag meer laten urineren, dan kunt u dus beter Berglook inschakelen. Gebruik Berglook dan alleen als u deze in de tuin heeft staan, want in het wild is Berglook te zeldzaam voor dit soort grapjes.

Als u de Berglook teelt dan kunt u de kleine knolletjes in de zomer of in het najaar planten of zaadjes inzaaien in de zomer. Vaak kunt u de broedbolletjes kopen. Deze broedbolletjes kunt u ook opeten. Ze zijn wel erg klein, maar zijn wel lekker. Ze smaken uiteraard naar look en ui, maar net weer een tikkie anders. U kunt ook de bladeren van Berglook rauw of gekookt eten. U kunt ze oogsten vanaf januari tot aan mei en ze hebben ook een lekkere en aparte, beetje pittige, smaak.

In de latijnse naam zit het pittige karakter verscholen. Allium komt van het Keltische woord ‘All’, dat scherp, brandend en warm betekent. In de Berglook zit ook essentiële olie verstopt, maar de krachten hierin lijken nog voor de menselijke wetenschap verscholen te zijn. In de Latijnse soortnaam zit ook het woord carinátum verscholen. Dit betekent gekield. Berglook wordt ook wel eens kielbladige ui genoemd. Waar deze Berglook DIT aan verdient heeft….. mag u zelf raden.

 

Plaats een reactie