Struikhei

“Bezemgevechten”

Struikheide Calluna vulgaris

Struikhei – Calluna vulgaris (Heather)

 

De fantasie die over heidevelden waait is meestal een nogal geluidloze fantasie, doordrongen van een kille en eenzame, dóch hoopvolle droefenis.

De bloemetjes op de heidevelden hebben daarentegen een zachte, paarse inspirerende kleur. De bloei ontstaat pas als de Struikhei vier jaar oud is. De kroonbladen in de bloemen zwellen dan op en duwen de ook zacht paars gekleurde kelkblaadjes open, van juli tot oktober. Voor de oplettende aanschouwer is de bloei voornamelijk halverwege een takje te vinden in een naar één zijde hangende tros. Van deze bloemen kan een bloedzuiverende thee gezet worden en dit helpt ook tegen reuma, jicht, blaas- en nierstenen.

De geur van deze dwergstruik zelf kan ook medicinaal ingezet worden. De geur dient om mensen die zich alleen al bij het idee van eenzame heidevelden misselijk gaan voelen, te kunnen helpen.

De geur van Struikheide kan een negatieve sociale spiraal omdraaien en helpt uw hulpvaardigheid en warmte terug te vinden en tegelijkertijd de emotionele zelfstandigheid. Ook bij een tijdelijk Struikheide-energietekort kunt u een dergelijke bachbloesemtherapy inzetten. Zigeuners maken ook wel eens riekende bosjes Struikheide om te verkopen. Na afloop van de therapie kunt u weer heerlijk genieten van de eenzame mistvelden op de heide. U voelt zich niet meer eenzaam, u bent een verantwoordelijke volwassene en vol kracht!!!

Andere, tegenovergestelde type mensen zijn juist de stille types die het liefst alle anderen ontwijken. Deze types zullen vaker op de heide ronddolend te vinden zijn.

Er is een natuurwezen dat deze dwalende solisten graag gezelschap biedt en haar hulp aanbiedt.  Het is de paarsgroene heidefee. Zij geeft energie van de heide aan andere feeën. Zo helpt zij hen aan extra levensenergie. Deze fee zal ook de loner helpen met haar energie. In het plantje Struikhei zelf, zou magische bescherming te vinden zijn. Als u de fee vraagt om wat Struikheide te plukken zal zij d.m.v. een omen u laten weten of zij instemt. Struikhei gezegend en gekregen van de heidefee zal u helpen uzelf beter te uiten. Volgens oude verhalen kunt u het dwergstruikje  uit uw gulp laten steken en met een blauw lintje erom gewonden zult u extraverter worden….

Ondanks de verleidelijkheid van deze outfit, zult u toch voorkomen verkracht te worden op die stille heide. Die beschermingskracht biedt een bijgedragen Struikhei. Struikhei heeft normaal gesproken paarse bloemetjes, maar zelden komen ze ook in het wit voor. Deze zeldzame witte wilde versies schijnen de grootste magische krachten in zich te herbergen.

Heide brand zeer goed. Onthoudt dat als u toch door een enge struikrover achtervolgt wordt op de heide, dan kunt u hem een loer draaien door een beetje heide te verbranden in combinatie met een varen. Dit zal regen oproepen en met de daarmee gepaarde verschrompeling van zijn wormvormig aanhangsel kunt u hem misschien ook van zijn snode plannen ontdoen. Een andere optie is een geest met het dwergstruikje op te roepen en deze tegen de achtervolger op te hitsen. Indien uw achtervolger werkelijk een psychopaat is en zich niks aantrekt van storende geesten en verschrompelde aanhangsels dan kunt u altijd nog, zoals men dat vroeger al deed, een bezem maken van een oud grotendeels verhout Struikheideplantje en hierop wegvliegen. Hier stamt de naam Bezemheide vanaf.

Vroeger werden dit soort Struikheidebezems wel eens voor een kerkdeur gezet. Zo zouden de heksen niet de kerk ingaan, maar liever op die bezem wegvliegen. Wat de brave christene een pak van hun hart was. Uiteraard is dit een fabelachtige verdraaiing van de werkelijkheid.

In Nederland heerst er vandaag de dag een nog grotere fabel waarin het merendeel heilig gelooft. Als een Nederlander over de heidevelden dwaalt, dan denkt hij aan de oertijden en ziet hij oermensen in huiden struinend op zoek naar reeën. Logisch, want het landschap speelt magisch in op de verbeelding. Maar men beschouwd de heidevelden echt als oernatuur, en dat is het niet!

De heidevelden zijn ongeveer vierduizend jaar geleden begonnen te ontstaan. Vóór menselijk ingrijpen in het oerlandschap bestonden deze velden niet in Nederland. De alomtegenwoordige bossen beschaduwden de bodem op dit soort zandgronden en voorkwamen heideveldvorming. Enkele heideplantjes waren wel te vinden in dit oude landschap. Maar in die oude tijden was het vooral een ander soort heide die te vinden was. Niet Struikheide. Ook niet Gewone dophei Erica tetralix, welke tegenwoordig vaak her en der aan de zijde van Struikhei in de velden te vinden is. Het was de Kraaiheide Empetrum nigrum, een heidesoort met bijna onzichtbare bloemen van één millimeter. Kraaihei is nog steeds wel in Nederland te vinden, maar niet op de heidevelden.

Naast Struikhei groeien er op de heidevelden vaak  Kruipbrem Genista pilosa of andere bremsoorten. De Jeneverbes Juniper communis is een beschermde struik die er ook te vinden is. Rondom deze Jeneverbesstruikbosjes is altijd een bufferzone te vinden waar géén Struikheide groeit. In deze zone is enkel mos te vinden, bijvoorbeeld Heide-klauwtjesmos Hypnum jutlandicum of Grijs kronkelsteeltje Campylopus introflexus.

Een andere mossoort, het Peermos Pohlia nutans, is een soort die helpt bij de afbraak van Struikheide. Als de struikjes op meestal een leeftijd van vijftien af beginnen te sterven, dan overgroeit het Peermos de dode struikresten die op den duur op den grond vallen. Dit Peermos creëert hiermee weer een geschikt kiemmilieu voor een nieuw Struikheideplantje.

Dit Peermos is duidelijk nodig voor de Struikhei, want de Struikhei zelf verslechterd het kiemmilieu voor zijn nakomeling juist. Dit komt door de ruwheid van de dode resten. Op heidevelden ontbreekt ook het bodemonderhoud van wormen. Die ontbreken hier totaal.

Kenmerkend voor een heidegebied is ook wel de Grove den Pinus nigra en Ruwe berk Betula pendula. De reden dat meestal alleen deze bomen zich op de heide vestigen heeft te maken met een gif dat de Struikheideworteltjes aan de bodem afgeven. De worteltjes stoten gifstoffen af dat vele schimmelsoorten ervan weerhoudt deze bodem in te duiken. Aangezien bomen overleven doordat zij een samenwerkingsverband aangaan met schimmels (Mycorrhiza), kunnen zij zich maar moeilijk vestigen tussen de heideplantjes op de heidevelden. De gespecialiseerde mycorrhiza op de Ruwe berk en de Grove den daarentegen weerstaan de toxine, vanwaar deze bomen vaker op heidevelden voorkomen dan andere soorten.

Die plaatsen waar de heidestruikjes verzwakken en hun krachtige greep op de bodem verslappen kunnen soms toch ingenomen worden door andere loofbomen.

Struikheide Heideveld

Rustig heidelandschap met loofbomen en grassen

Wat betreft de fauna zijn de heidevelden overigens TOTAAAL niet verlaten. Het is werkelijk ongelofelijk wat een drukte er eigenlijk op de heide heerst! De verhalen omtrent eenzaamheid lossen in het niets op als je een vergrootglas op het landschap legt. Er komen dieren voor zoals Springstaarten, bizarre hoeveelheden aan bijen vanwege de enorme nectarproductie, zweefvliegen, wespen, hommels, Heivlinder Hipparchia semele, Heidehaantje Lochmaea suturalis, Heideblauwtje Plebejus argus, Gewone heidespanner Ematurga atomaria, Roodbont heide-uiltje Anarta myrtilli, Heidebladvlo Strophingia ericae, Heidesabelsprinkhaan Metrioptera brachyptera  maar ook een vracht aan dwergcicaden, wantsen, loopkevers, thripsen, andere vlinders, snuittorren, sapzuigers, reptielen, vogels, zoals natuurlijk de jonge Struikhei-etende Korhoen, en ga zo maar door! De helft van alle inheemse mierensoorten leven op de heidevelden! Van alle onderdelen van Struikheide wordt geprofiteerd door het faunaleven.

Het is wel even grappig om de Driehoornmestkever Typhaeus typhoeus onder uw neus te duwen. Deze heidebewoner graaft superdiepe gangen door meerdere bodemlagen heen. Één lange tunnel. Aan het einde van de tunnel maakt zij een bedje op. Dit doet zij met konijnen-, herten- of schapenstront. Op dit heerlijke bedje wordt een eitje gelegd. Op de terugweg door de tunnel vult zij het tunneltje weer met zand. Deze gangetjes zijn voor de meeste organismen onvindbaar, maar de Struikhei vind ze wel vaak met haar worteluiteinden en wurmt zich er langzaam in.

De exclusiviteit op de heidevelden, wat al deze fauna zo aantrekt, is het opmerkelijke microklimaat. Dit microklimaat kenmerkt zich door de sterke temperatuurswisselingen. Een bewolkte dag of het ondergaan van de zon heeft zeer groot effect op het heideveld. Andere ecotopen hebben meestal een dichtere begroeiing (zoals gras) of een hogere vegetatie. Die natuurlijke warmtebuffer mist op de heide.

Betreft de fauna hebben we tot nu toe het allerbelangrijkste beest nog niet genoemd! De oorspronkelijk uitheemse schaap! Hij is het onmisbare element uit de heidegeschiedenis. Heidevelden: mede mogelijk gemaakt door….deze wollige vrienden.

In de landbouw werd tijdens de ijzertijd plaggenbemesting toegepast. In die tijd bestond er uiteraard nog geen kunstmest, maar men had wel al de voordelen van mestverspreiding over akkers ontdekt. Om altijd over genoeg mest te beschikken hielden de boeren op zandgronden schapen. Die schapen begraasden grote vlaktes en werden ’s avonds opgevangen in een stal waar zij zich leegscheten. Deze mest werd vermengd met bosstrooisel en over de akkerlanderijen verspreidt.

De schapen vraten meer voedingsstoffen van die vlaktes weg, dan dat er aan voedingsstoffen bijkwamen. Hierdoor werd de grond steeds voedselarmer. Op deze zeer voedselarme bodem groeien Struikheideplantjes goed. De struikheideplantjes hebben niet de voorkeur bij schaapjes, dus alles wat tussen de plantjes doorgroeide werd weggegeten.

De Struikheide hield daardoor goed stand op deze vlaktes en nam al snel een belangrijke plaats in, in het Nederlandse zandlandschap. Het plantje werd zo veel dominanter dan Kraaiheide in het landschap en de heidevelden werden in de loop van de eeuwen op elke schrale zandgrond van Nederland algemeen. De Struikhei bood als er niks meer te eten was aan de schaapjes altijd een alternatieve mogelijkheid tot voeding en voor de mens waren de ruige struikjes zeer waardevol brandhout.

Struikhei Calluna vulgaris

Ruig struikje

Vanaf het moment dat de kunstmest uitgevonden werd veranderde alles!

Zo ongeveer rond het jaar negentienhonderd, was het gehele systeem van plaggenbemesting overbodig geworden vanwege de opkomst van kunstmest. Hierdoor namen de heidevelden in een snel tempo in oppervlakte af. Inmiddels zijn de nog aanwezige heidevelden nog geen vijf procent van wat er voor negentienhonderd aanwezig was. Elk heideveld is nu beschermt, maar wordt tevens bedreigd.

Struikheide wordt massaal verdrongen door grassoorten, zoals Bochtige smele Deschampsia flexuosa en Pijpenstrootje Molinia caerulea. Op elke heide zult u de strijd tussen heide en deze grassen live kunnen waarnemen. De oorzaak van de grootschalige overwinningen van deze grassen op de Struikheide zult u nu duidelijk gemaakt worden.

Net zoals bomen leven ook Struikheideplantjes en Dopheideplantjes in symbiose met (mycorrhiza)schimmels. Deze mycorrhiza zorgen ervoor dat heideplantjes voedingsstoffen kunnen onttrekken uit de bodem. Zonder die mycorrhiza is het onttrekken van voedsel erg moeilijk op die heidegrond vanwege de ruwe humus. Het zijn die ondergrondse vrienden van de heide die door de mensheid aangevallen worden.

Dit doen wij door de lucht te vergiftigen!

De luchtvervuiling verspreidt een grote hoeveelheid ammonium over heidevelden. Ammonium is voor de mycorrhizaschimmels van Struikhei een vergif. Grassen hebben geen mycorrhizaschimmels! Dit veranderd de verhoudingen. Grassen nemen het stokje der dominantie steeds meer over in deze tijden van stikstofdepositie.

Vanwege deze transitie in het landschap veranderd het typische microklimaat ook. Dit heeft weer een grote invloed op vele kleine insecten.  De heide-insecten sterven in dit gevecht tegen deze veranderende elementen.

Gespecialiseerde korstmossen van de Struikheidebodems worden weggejaagd door de dichte dominante en dreigende graspollen. Bochtige smele en Pijpenstrootje nemen nu ook makkelijker allerlei open plekken in. Juist deze open plekken zijn voor velen korstmossen een fijne plek om te groeien, maar tevens voor loopkevers een fijne plek om eens een ommetje te maken. En zonder die wandeling kunnen zij niet meer doen waar de loopkevers juist zo goed in zijn, wandelen. Zij raken depressief… en sterven ook. Zeker de Zandloopkevers Cicindelinae prefereren een wandeling op een open stukje zand.

Door de verrijking van de bodem met ammonium ontstaat er ook in de dikke schubachtige blaadjes van de Struikheide een rijker voedingsstoffengehalte. Dit is ten voordeel van bladetende keversoortenlarven, zoals larven van het Heidehaantje. Het voordeel is echter zo groot dat er regelmatiger plagen uitbreken en hierdoor grote oppervlaktes Struikhei in één keer bladloos worden gevreten! Dit verzwakt de heidekracht nog sterker, wat weer ten gunste is van de grassen.

Struikhei Calluna vulgaris (blad)

Struikhei-twijgje met blaadjes

Natuurlijk zijn natuurbeheerders altijd intensief bezig met het vinden van de juiste oplossing voor dit probleem van onze geliefde en cultuurhistorische heide.

Een bekende oplossing voor dit probleem is het afplaggen van enorme stukken heide. Dit betekent dat de bovenste bodemlaag in zijn geheel afgevoerd wordt en en veel voedselarmere onderlaag aan de oppervlakte komt te liggen. Hiermee wordt weer een gunstigere situatie voor Struikheide gecreëerd. Het trieste aan dit verhaal is dat tijdens een dergelijke afplagactie ook die gehele faunamenigte mee afgevoerd wordt, en bijvoorbeeld broedvogels en adders sterk verstoord worden.

Vroeger leverde de grond van dat afplagsel nog wel geld op. Tegenwoordig is dat afplagsel zo vergiftigt met zware metalen (ook via luchtvervuiling erin gekomen) dat er geen dwaas meer te vinden is die die stinkzooi nog wilt kopen!

Afbranden van de vergraste heide is ook in het voordeel van Struikheide. Als de stambasis nog intact is kan Struikheide zeer goed herstellen na een brand, beter dan gras. Het kiemingsmilieu is na een brand ook uiterst ideaal voor de Struikheide. De plant verspreid bizar veel zaadjes. Per vierkante meter zijn op een heidegebied tienduizenden Struikheidezaadjes te vinden. Na een brand kan dat vruchtbare zadentapijt losbarsten.

Maar bij deze brandmaatregel wordt de gehele faunagemeenschap verbrand…., dus brand is ook geen goede manier om de heidegemeenschap goed in stand te houden. Uiteindelijk komen we dus weer uit bij waar het verhaal van de heide ooit begonnen is. Ondanks het feit dat het niet voldoende meer is; schaapjes blijven de beste heidebeheerders.

Plaats een reactie