Akkerdistel

Akkerdistel: “Niemand tergt mij ongestraft”

 

Akkerdistel – Cirsium arvense (Creeping Thistle)

 

In de victoriaanse tijd communiceerde men menig maal via bloemen. De Akkerdistel symboliseerde misantropie. Misantropie is een levenshouding gebaseerd op negatieve gevoelens, voornamelijk wantrouwen naar andere mensen en ongeloof richting een samenleving. De Akkerdistel  lijkt met zijn uiterlijk te zeggen: “Wegwezen!”.  En wie hier niet naar luistert en zich  in een distelhaard waagt kan op een verwonding rekenen. De harde bladeren met scherpe stekels kunnen zich lelijk in je vel snijden. Een oude legende onderstreept dit als volgt.

Er waren eens een groep vikingen die een schotse veste met het recept van de verrassing wilde aanvallen. Toen de viking, die voorop liep, op een Akkerdistel ging staan ging het mis. De viking schreeuwde het uit! De slapende Schotse wachten werden wakker en konden de aanval geslaagd pareren.

Positief aan de Akkerdistel is de zoete muskusachtige geur van het paarse bloemhoofdje. Veel bizar genaamde insecten komen hierop af. De nectar wordt meegenomen door Behangerbij, Pluimvoetbij, Kortsprietwespbij, Tronkenbij, Maskerbij, Groefbij, Zandbij, Honingbij, Gewone koekoekshommel en Aardhommel. Ook Dagpauwoog, Oranje zandoogje, Landkaartje, Distelvlinder en Kleine vos en nog minstens 12 andere dagvlinders eten graag van de nectar Á lá Akkerdistel en het grauwwitachtige stuifmeel. Ook boktorren, de Gouden tor Cetonia aurata (die zoals u weet groen is), zweef- en wapenvliegen zijn erg blij met de Akkerdistel.  Zaadetende zangvogels zoals Putter komen langs voor de rijpe vruchtjes van Akkerdistel. Ook bieden akkerdistels in distelhaarden ongestoorde en veilige broedplaatsen voor vogels zoals putters, maar ook voor Vink, Kwartelkoning en Veldleeuwerik. Daarnaast biedt zo’n haard ook bescherming voor zoogdieren zoals hazen. Onder de distels is Akkerdistel waarschijnlijk de meest waardevolle soort, zeker 100 insecten zijn ermee verbonden.

Toch is Akkerdistel een keltisch symbool van pijn en lijden, maar ook van  een edele aard en geboorte. Akkerdistel wordt dan ook op zeer veel plekken geboren. Maar Akkerdistel is voornamelijk groeiend op open, zeer voedselrijke, omgewerkte plekken. De grond kan op zich zelfs ligt brak zijn.

Een andere grote kracht van Akkerdistel zit ondergronds. Enorme rhizomen spreidt Akkerdistel ondergronds uit. Deze ondergrondse stengels kunnen wel 2,5 meter diep reiken bij een Akkerdistel en schijnen polyfenolen te bevatten (Zie Adderwortel) die in gekookte melk werkzaam kunnen zijn tegen diarree en tegen huidaandoeningen. Ook zoeken deze rhizomen ondergronds de breedte op. Hieruit groeien weer nieuwe planten bovengronds. Zo kunnen enorme velden Akkerdistel ondergronds fysiek met elkaar verbonden zijn. Wanneer de grond eenmaal doorgroeit is met Akkerdistel-rhizomen vormt het een niet te verdrijven overheersing in het gebied. Elk kleine stukje rhizoom kan uitgroeien tot een nieuwe plant. U kunt als boer of natuurbeheerder dagen spenderen aan het uittrekken of kort maaien aan Akkerdistels. Ondergronds bevindt zich het werkelijke leger der akkerdistels, altijd klaar om toe te slaan.. Boeren noemen Akkerdistel daarom ´boerenplaag´. Boeren zijn soms als de dood voor natuur dat dichtbij hun land ontwikkeld wordt. Distels kunnen hierin een grote rol spelen. Menig boer wordt ’s nachts zwetend wakker denkend aan een leger van Akkerdistels dat zijn land optrekt, de grond inkruipt en die zijn gewassen één voor één de dood injagen.

Met “angst voor natuur dichtbij” bedoel ik, de natuur binnen een straal van 50 meter. Wanneer op een plek met nadruk Akkerdistels ongewenst zijn, biedt een akkerdistelvrije zone van 50m rondom deze plek een veilige buffer. Vervolgens helpt het om de toch hier aangekomen Akkerdistels te maaien voor de bloei en dan in augustus nog eens de maaier eroverheen doen. De zaden van Akkerdistel vliegen met hun haarkrans zelden verder dan 50 meter ver. Binnen 50 meter verliezen de pluizen meestal het zaad en vliegt het pluis zonder zaad verder. Als u bedenkt dat per bloem wel 6000 zaden verspreidt worden, dan klinkt ‘zelden’ alsnog niet geruststellend voor een boer. Het feit dat in akkers de grond veel bemest wordt werkt ook nog eens bevorderend voor het voorkomen van akkerdistels. Het feit is wel dat de zaden die wel verder meegevoerd worden door de wind meestal lichter zijn. Lichtere zaadjes zijn onvolledig ontwikkeld en daarom van slechte kwaliteit. Slechts een klein gedeelte kan toch nog kiemkrachtig zijn uit deze verder op de wind meevliegende groep zaadjes.

Bij het overdenken van creatie van een buffer van 50 meter is het handig de meest voorkomende windrichting niet over het hoofd te zien en te integreren in het plan. Een middel om de buffer functioneler te maken is aanwezigheid van een houtwal. Een houtwal kan de zaadpluizen opvangen. Compleet voorkómen van een enkele zaadzetting in de akker is praktisch onmogelijk bij deze strijdkrachtige Akkerdistel.

In dit cultuurverhaal waarin de boer de hoofdrol speelt schets ik de Akkerdistel als iets negatiefs. Zo zal de boer het ook helemaal eens zijn met de woordkeus die God nam bij Zijn omschrijving van onkruid. Adam kreeg toen hij uit het paradijs verdreven werd de volgende woorden om zijn oren: ‘Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van de gewassen leven!’. Akkerdistel werd en wordt nog steeds door sommige mensen als een geschenk van de duivel gezien, een vervloeking. Er zijn ook genoeg mensen die de Akkerdistel heel anders aanspreken. Een taal die minder venijnig overkomt. Een taal ontstaan uit een bewustzijn van de natuurwaarde van Akkerdistel. Aanwezigheid van Akkerdistel kan voor de natuur een zeer positieve invloed hebben. Zoals ik eerder heb aangegeven zijn er enorm veel beesten wel erg blij met akkerdistels.

Akkerdistel is zelden een echte doelsoort, maar Akkerdistel kan dus wel ontzettend veel bloembezoekende insecten aantrekken en voeden en tegelijkertijd beschutting bieden voor zoogdieren. Desondanks is er zoveel afkeer voor distels dat er in de meeste provincies van Nederland een distelverordening bestaat. In deze verordening  staat verwoord dat ieder die een stuk land in zijn bezit heeft, verplicht is ervoor te zorgen dat bepaalde distels bestreden worden. Dermate dat de distels nooit tot het moment komen dat de zaden het luchtruim invliegen (stuiven).  Deze verordeningen gaan met name om Akkerdistel, ook komt de Akkermelkdistel Sonchus arvensis en Speerdistel Cirsium lanceolatum regelmatig in een verordening voor en soms Kruldistel Carduus crispus en de distel met de vreemdste naam, Kale jonker cirsium palustre ook.

Op het overtreden van deze wet staat een geldboete en kan daarnaast bepaalde gevolgen hebben voor diegene als landbezitter. Chemische middelen worden regelmatig ingezet om de landbouwgronden voor ontkieming van de distels te behoeden, en dat werkt goed. Bij ecologische land- en tuinbouw wordt hier uiteraard anders mee omgegaan. Manueel uittrekken van Akkerdistels, het liefst met de wortelstok erbij, kan met een stevige handschoen aan gedaan worden. Dit moet dan gebeuren voor de bloeiperiode in juni/juli, wanneer ze hun maximale hoogte hebben bereikt (ongeveer 1/1,5 meter). Wanneer een ecologische landbouwer dit doet kan hij het beste goed het weerbericht blijven volgen, want het uittrekken kan het beste voor een regenperiode plaatsvinden. Op deze manier verhoogt hij namelijk de kans dat ondergrondse wortels wegrotten. Ondanks het oude gezegde “Distels maaien is distels zaaien” is er ook een maaimethode die kan helpen. Deze maaimethode dient wel een aantal jaren volgehouden te worden anders is het gezegde inderdaad van toepassing op de gecreëerde situatie. Wat gedaan moet worden is 3 keer maaien per jaar, zeker voor de eerste bloeiperiode en de laatste keer wat later in het najaar. Dit volhouden en geduld hebben!

Als u nu denkt slim te zijn door gewoon de hele bovenlaag van de bodem te verwijderen, met andere woorden, de boel te plaggen, dan zult u nog beteuterd op uw neus kijken het volgende jaar. Dit zal resulteren in een groot feest voor (akker)distels. Akkerdistel en Speerdistel zijn pioniersoorten en groeien daarom graag op een onbegroeide grond en daarbij ook nog eens graag op een omgewerkte bodem.

Nu u dit weet kunt u zich misschien voorstellen dat de projecten, die tegenwoordig gaande zijn rondom het uitkopen van boeren en hun landbouwgrond in gebruik nemen voor  nieuwe natuurontwikkeling, een distelprobleem kan opleveren. Ook nieuwe natuurontwikkeling langs wateren kent dit probleem. Landbouwers en omwonenden voelen nattigheid en krijgen enge dromen over distellegers. Dit is niet enkel gebaseerd op angst, maar ook op reële financiële schade.

Een dergelijke situatie leidt nogal eens tot afkeer tegen natuurontwikkeling in het algemeen. Wanneer de natuurbeheerder in kwestie de nog kale grond eerst inzaait met Italiaans raaigras  Lolium multiflorum kan hij het eventueel oprukkende distelleger een hak zetten. Deze grassoort groeit snel en vormt dan een laken van gras waardoor de open grond, wat de ideale groeiplaats is voor distels, snel verdwijnt. Deze makkelijk te verkrijgen grassoort maakt op termijn plaats voor andere planten en verdwijnt dan zelf. Anders zal de beheerder gewoon zoals eerder gezegd de handschoenen uit de mouwen moeten steken tot de spontane vegetatie de grond goed bedekt heeft. Het is essentieel dat in de eerste jaren met harde hand wordt opgetreden tegen de Akkerdistel anders zal er een zeer lange periode kunnen volgen van bestrijdingsbeheer.

Als er al distels aanwezig zijn in een bepaald gebied kan de soort het beste gewoon met rust gelaten worden zoals Akkerdistel met zijn uiterlijk al aangeeft. In de loop van de tijd worden de distels weggeconcurreerd door andere planten omdat de pioniersituatie (open gronden) vanzelf verdwijnt. En deze wijsheid is terug te vinden in een ander oud gezegde: “distels laten staan, is distels kapot laten gaan”. Wanneer er echt te veel grote dieren in het gebied lopen of er regelmatig grote zware voertuigen door het gebied verplaatsen kunnen er wel met regelmaat nieuwe gunstige groeicondities geschapen worden voor de distels en dan gaat het gezegde niet meer op.

Overigens kunnen distels ook niet goed tegen overstromingen, wanneer dit in de mogelijkheden ligt kan het laten overstromen van de gebieden ook tot gevolg hebben dat distels verdwijnen. Een Ezel inzetten is ook een methode ter bestrijding, aangezien de Ezel  distels lekker vind.

De schotten herkende zichzelf vroeger wel in het harde en onverdringbare karakter van de Akkerdistel, aangezien dit hun nationale symbool is geweest. Verder kan ik u betreft de geschiedenis van Akkerdistel vertellen dat er vele verhalen, gezegdes (Op distels zitten) en versjes zijn verteld rondom deze prachtige soort. In deze orale overdrachten werd Akkerdistel, ook wel paardestekel, weistekel of ossestekel genoemd.

In Schotland bestond ooit een Akkerdistelorde van edellieden, zij hadden als wapenspreuk “Niemand tergt mij ongestraft”, toendertijd verkondigt als: “Nemo me impune lacessit”. Dit strijdbare karakter van de Akkerdistel heeft ook regelmatig geresulteerd in verwerking van een afbeelding van de distel op ridderschilden van ander volk.

Om enige indruk te geven laat ik u meelezen met twee gedichten afkomstig uit voorgaande eeuwen.

 

“Ik kende je goed, mijn oude vriend,

Ons afscheid was mij geen hard gelag.

Voor wie jou niet kennen speel ik open kaart:

Hun ‘onwetendheid is zoet’.

Ik kende je beter met de dag,

En deze versen heb jij echt niet verdiend,

Ik kende je goed, maar wat ook gezegd moet:

Ik kende je ontzettend slecht.

…..

Akkerdistel”

 

&

 

Distele en doornen steken zeer
kwaaie klappers tonge
noch veel meer.
Noch woude ik liever
door distele en doornen gaen,
als met kwaaie klappers tonge
te zijn belaan

Deze prachtige gedichten laten uw emoties hoogstwaarschijnlijk als een wilde rivier tegen allerlei groen-begroeide oevers opklotsen… Begrijpelijk.

Verder kan ik u mededelen dat de medicinale toepassingen van Akkerdistel zeer gering waren, wat zeker niet voor alle distels geldt. Vele toepassingen van Akkerdistel uit het verleden waren schijnvertoningen en werken niet echt, of niet meer. Er ontstaat onder invloed van UV-stralen wel degelijk een bruikbare toepassing. Een antibiotische werking wordt hierdoor geïnitieerd. Ook bevatten bladextracten antibacteriële stoffen en stoffen met anti-oxidantwerking.  Voor de simpele burger; het sap uit Akkerdistel werkt goed tegen ontstoken wonden en tegen schimmelinfecties. Dit sap is overigens bij Akkerdistel NIET melkachtig, in
tegenstelling tot de Akkermelkdistel. Wanneer u een toepassing wil gebruiken let u er dan op dat u de goede soort herkent. Akkerdistel is erg variabel in vorm. De standplaats speelt hierin een rol. In weiland vind je vaak vraatbestendige planten met grote en scherpe stekels en meer gekroesde bladeren terwijl in akkers veel minder stekels op de planten groeien en de bladeren ook gaver zijn.

Bent u overtuigd door de natuurwaarde van de plant of overtuigd van de slechtheid van de plant of wilt u een proces verbaal voorkomen? Het kiemblad is kort gesteeld, breed-ovaal, donkergroen, heeft nog een gave bladrand en is liggend. Succes!

Plaats een reactie