Haagbeuk

“Geeft er op zijn tijd een draai aan”

Haagbeuk

Haagbeuk – Carpinus betulus (European Common Hornbeam)

  

Om verwarring te voorkomen dient meteen duidelijk gemaakt worden dat de Haagbeuk niet een in een haag geschoren Beuk Fagus sylvatica is. De Haagbeuk heeft zelfs bar weinig te maken met een Beuk! Ze behoren niet tot hetzelfde geslacht, sterker nog, ze komen niet eens uit dezelfde familie!

De Haagbeuk komt uit de Berkenfamilie Betulaceae, terwijl de Beuk komt uit de Napjesdragersfamilie Fagaceae. De belangrijkste overeenkomst die zij wel hebben is dat ze beide een loofboom zijn.

De naam Haagbeuk is niet totaal uit de lucht gevallen, want het is wel een boom die ook zeer goed  als een haag kan functioneren. De Haagbeuk kan een lengte van vijfentwintig meter hoog halen, maar door snoeibeheer kan van een rij Haagbeuken een haag gemaakt worden. Dit is mogelijk omdat de Haagbeuk een zeer sterke regeneratiekracht bevat. Bomen met een slechte regeneratiekracht sterven af door al die snoei.

Regeneratiekracht werd millennia geleden al geëerd door de mensheid.  Toetankhamon en andere farao’s dragen het slangvormige uraeus als statussymbool bovenop het hoofd. Dit symbool is afgeleid van de Cobragodin die in het oude Egypte bekendheid genoot en verwijst eigenlijk naar de regeneratiekracht van de Cobragodin!

Doordat de Haagbeuk in de winter zijn verdorde bladeren vasthoud, kan de afschermingsfunctie als haag  jaarrond beter in functie blijven. De Haagbeuk wordt dan ook zeer vaak als erfafscheiding toegepast. (Zie afb)

Haagbeuk – Carpinus betulus (European Common Hornbeam)

Erfafscheiding in de winter met Haagbeuk.

In de zomer wordt de haag ook zeer dicht, net zoals de boom een zeer dichte kroon ontwikkelt. Naast de Haagbeukhaag wordt ook de boom vaak in stedelijke beplantingen gebruikt. De Haagbeuk, ook wel Jukbeuk genoemd, komt in Nederland ook steeds vaker in het bos voor.

Één van de redenen dat de boom in bossen staat is vanwege het hout. Het hout wordt een steeds geliefdere soort om in de openhaard te verbranden. Het hout geeft namelijk een mooiere vlammendans in de haard dan andere houtsoorten en geeft ook behoorlijk veel warmte af. De houtblokken zijn wel redelijk zwaar, maar bijzonder splijtvast. Vroeger werd de boom ook wel steenbeuk genoemd. Het hout van de Haagbeuk is dan ook taai hout met een hoge dichtheid, wat een lange tijd nodig heeft om gevormd te worden. Dus het nadeel van deze boomsoort voor de productiebosbouw is dat de boom langzaam groeit.

Dit zware hout wordt niet enkel voor haardvuurtjes geproduceerd. Het hout wordt o.a. gebruikt voor heien, stampers, en ander gereedschap, en ook als imitatie-ebben voor piano’s. Vroeger werd de haagbeuk vooral als hakhout gebruikt en geknot zodat er regelmatig haardhout en oven-hout verzameld kon worden. Een volksnaam van de Haagbeuk is wielboom omdat het harde hout van dikkere takken en de stam vaak voor wielen gebruikt werd. Verder werden er vroeger ook houten hamers en hakblokken voor slagers van Haagbeukenhout gemaakt.

Om het hout te kappen zal de kapper de kapping het beste in februari kunnen uitvoeren. Het is namelijk zo dat de kapper de sapstroom voor moet zijn en deze zal van de boom vroeg op gang komen. Bij strenge vorst is het niet handig om te kappen omdat het hout snel kan scheuren.

Wat natuurlijk belangrijker en gezonder is om te weten is wanneer u de boom het beste kunt planten! Het faciliteren van een tweede vrij leven voor een Haagbeuk kan het beste tussen eind oktober en de eerste vorstperiode gebeuren. Het is juist die koudheid in de periode na de verplanting, die de haagbeuk nodig heeft om te acclimatiseren. U kunt de plant ook verplanten in het vroege voorjaar, maar dan loopt u de kans dat de plant zwaar gaat stressen omdat het klimaat meteen van hem verwacht uit te lopen. Vaste groene planten en varens hebben hier trouwens geen last van.

Als de Haagbeuk eenmaal geplant is zal hij langzaam opgroeien. Maar omdat de boom goed tegen schaduw kan zal het voorbij groeien van concurrenten hem weinig angst inboezemen. Deze boom heeft zelf juist een redelijk grote concurrentiekracht, onder andere omdat hij tegen schaduw kan en tegelijkertijd veel schaduw geeft! Wind kan deze boom wel schaden, het vlakke wortelstelsel zonder penwortel is niet altijd stevig genoeg voor heftige winden. Zilte zeewind duldt hij helemaal niet, dus langs de kusten komt hij niet veel voor.

In de natuur komt de Haagbeuk vooral voor in het loofbos. In het bos groeit de Haagbeuk vaak in de onderlaag. Haagbeuk kan zeer goed tegen schaduw, dus kan hij prima groeien onder een hoger kronendak. In het bos, maar tevens in de stad, heeft de haagbeuk ook een belangrijke ecologische functie waarmee hij allerlei wezens helpt in hun worsteling om te kunnen blijven bestaan.

Voor de Meikever Melolontha melolontha is de Haagbeuk een belangrijke boom. Na een driejarig ondergronds leven van de engerling (larve) waarbij wortels worden opgegeten, kruipt de volwassen meikever in mei de bovengrondse wereld in. Twee weken lang zal hij gaan smikkelen van de bladeren en de bloemen van (bij voorkeur) de Haagbeuk. Tijdens het eten van de Haagbeukblaadjes ontdekken de mannetjes de alcohol die vrijkomt bij beschadigd blad. Dat de mannetjeskevers hier opgewonden van worden heeft enige overeenkomst met de jolige cafébezoekers in de mensenwereld. Ze ontdekken via die alcoholen dat er vrouwtjes in de buurt kunnen zijn. Vrouwtjes herkennen die alcoholen niet en worden daarom ontdekt door de mannetjes.

Haagbeuk Carpinus betulus takje, blad en schors

Takje, blad en schors

Ook eten zij graag van de bloemen die tegelijk met de bladeren in april uitkomen. De bloei blijft ten gunste van de meikever ook in mei doorbloeien. Er zijn twee soorten bloemen, vrouwelijke en mannelijke, die beide op dezelfde boom groeien. Zij bloeien in de bladoksels. Deze bloemen zien er niet uit als de meeste bloemen van kruiden. De bloemen zijn groenig gekleurd en worden katjes genoemd. De vrouwelijke katjes groeien bovenaan een tak in trossen en hebben een driedelig groen schutblad, terwijl de mannelijke katjes halverwege de tak groeien en typische langwerpige bladloze katjes zijn. De wind verzorgt de bestuiving verder.

De ongeveer vijf tot acht centimeter lange bladeren van de Haagbeuk hebben een hartvormige voet of een lichtelijk scheve voet aan de bladsteel. Als u twijfelt of u een Haagbeukblad tegenkomt, kunt u het blad omdraaien, het aantal zijnerven tellen en onderzoeken of de nerven aan die onderkant beharing hebben. Zijn er tien tot veertien PAAR zijnerven die harig zijn en de bladrand is ook gezaagd heeft u waarschijnlijk een Haagbeukblad beet.

Als u de Haagbeuk als stadsboom tegenkomt zult u hem misschien ook nog willen kunnen onderscheiden van de Haagbeukcultivars. In de stad kunt u namelijk ook de Oosterse haagbeuk Carpinus orientalis, Amerikaanse haagbeuk Carpinus caroliniana en de Japanse haagbeuk Carpinus japonica tegenkomen. De verschillen zijn moeilijk te herkennen, dus hiervoor zult u een specialistisch boek moeten aanschaffen.

Dit gezaagde Haagbeukenblad is voor vele nachtvlinderlarven een heerlijke maaltijd, zoals voor de Hazelaaruil Colocasia coryli en de Kleine wintervlinder Operophtera brumata. Maar er zijn vooral veel Kokermotten Coleophoridae uit het geslacht Coleophora die afhankelijk zijn van de bladeren van de Haagbeuk. Zo zullen de larven eerst de binnenkant van de bladeren eten. Op een gegeven moment kruipen ze toch naar buiten om van de iets knapperigere buitenkant te gaan knabbelen.

Als ze zich een weg uit het blad eten, dan ontdekken de larven ook dat de wereld gigantisch is en veel meer inhoud heeft buiten hun eigen omsloten wereldje, en dan is dat wel even slikken! Om hun veiligheid te garanderen bouwen de kokermotlarven daarom een beschermende zak. Door allerlei plantmateriaal met spinseldraden aan elkaar te laten plakken maken zij dit kokervormige zakje. Als zij groter groeien kunnen de kokermotlarven op een gegeven moment hun kont niet meer keren in de veiligheidszak. Dán is het tijd om een nieuwe te bouwen. Dit gehele proces vindt ook plaats in en op de bloemen en zaden van de Haagbeuk.

In de herfst kleuren de bladeren van de Haagbeuk geel en worden de zaden klaargemaakt voor verspreiding. Vogels zoals de meestal verborgen Appelvink Coccothraustes coccothraustes en de langs de stam omhoog en omlaag lopende Boomklever Sitta europaea zijn hier vooral erg dankbaar voor, want zij eten de zaden graag. De Bosmuis Apodemus sylvaticus met zijn grote ogen en oren en de enige slaapmuissoort, de Hazelmuis Muscardinus avellanarius, kiezen ook vaak voor deze nootjes als diner.  Die nootjes zijn een halve tot één centimeter groot en vormen zich op de plek van de vrouwelijke bloemen met eraan vast nog steeds het drielobbige schutblad.

Andere zoogdiertjes zoals het Konijn Oryctolagus cuniculus worden ook als huisdier gehouden, dan is het van belang te weten wat kleine Flappie wel en niet mag eten. Takjes van de Haagbeuk mag Broer konijn gewoon eten! U herkent de takjes o.a. aan de grijze kleur en aan een zigzagpatroon. In tweejarige twijgen zit groen merg.  In de winter kunt u de takken van de Haagbeuk ook herkennen aan de spitse, tegen de tak aanliggende, gedrongen, maar slank bruine en afwisselend geplaatste knoppen (Zie afb.).

Haagbeuk – Carpinus betulus (European Common Hornbeam)

Haagbeukknoppen (winterkenmerk)

Helaas zijn er ook beesten die een beetje last kunnen hebben van de Haagbeuk, met nadruk op een beetje. Doordat de wind de bestuiving van de Haagbeuk verzorgt vliegen er Haagbeukpollen rond in de lente. En sommige mensen zijn speciaal hiervoor allergisch. Als we de allergische bedreiging die de boom vormt voor mensen vergelijken met andere polvormende planten is dit wel een zeer minimale bedreigende soort.

De haagbeuk is erg gevoelig voor vervuilde lucht dus de wilde natuur is op zich zijn favoriete thuis. Nu rest alleen nog de vraag waar in de natuur de Haagbeuk zijn natuurlijke thuis heeft. Het is een inheemse boom die tegenwoordig in de natuur vrij algemeen is in het zuiden en oosten van het land. Haagbeuk kan niet goed tegen een te droge grond, maar ook niet van een te natte grond als dit te maken heeft met een erg hoge grondwaterstand.

De boom wil ondanks zijn schaduwverdraagzaamheid toch liever in de zon of in de halfschaduw groeien. Een beetje warmte vind hij wel zo geriefelijk. Voedselarme gronden en sterk verzuurde gronden behoren zeker niet tot zijn favoriete standplaatsen. Hij heeft zijn oppervlakkige wortels graag in een humeuze grond die boven een zware en compacte ondergrond van leem, zand of lichte klei zich bevindt. Boven de grond heeft de boom in de natuur graag een omgeving van loofbos. Zo zijn er natuurlijke bossystemen door de eeuwen heen gevormd waarin de Haagbeuk een vaste ecologische plek heeft. Hieronder wordt hier verder op in gegaan.

Een hoge biodiversiteit is te vinden in het hoog opgaande Eiken-Haagbeukenbos. Dit type bos is in Nederland voornamelijk te vinden in de Zuid-Limburgse hellingbossen. In de binnenduinrand rond Den Haag komt dit type bos ook voor en tevens in Twente, Drenthe, de Achterhoek en rondom Nijmegen. In deze bossen is de Haagbeuk een dominante climaxsoort. Lager, in de struiklaag, speelt de Hazelaar Corylus avellana een belangrijke rol. Veel bijzondere kruiden zijn terug te vinden in dit bos, vooral in Zuid-Limburg.

We hebben het dan over soorten zoals de veelal in de schaduw van de Haagbeuk levende Gewone salomonszegel Polygonatum multifloru, en de Gevlekte aronskelk Arum maculatum, Heelkruid Sanicula europaea, de wit-bebloemde Aardbeiganzerik Potentilla sterilis, de zeer zeldzame Vingerzegge Carex digitata, het giftige Bosbingelkruid Mercurialis perennis, het soms op afkalvende bosbeekoevers voorkomende Donkersporig bosviooltje Viola reichenbachiana, de Bosandoorn Stachys sylvatica, Groot heksenkruid Circaea lutetiana, Mannetjesorchis Orchis mascula waarvan een liefdesamulet te maken valt en de Zuid-Limburgse Zwartblauwe rapunzel Phyteuma spicatum subsp. Nigrum. In de boomlaag kunt u in het Eiken-Haagbeukenbos ook de Winterlinde Tilia cordata en de Zoete kers Prunus avium tegenkomen en in de struiklaag zelfs het zeldzame Rood peperboompje Daphne mezereum.

In het ingepolderde landschap van Flevoland vinden we het uit cultuur ontsproten Haagbeuken- en essenbos. Dit type bos kunt u ook op andere voedselrijke bossen op kleigronden en ook op leemgronden terugvinden. De grond dient basisch en niet zuur te zijn. In dit type bos domineren naast de Haagbeuk en de Gewone es Fraxinus excelsior ook de Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus en de Gladde iep Ulmus minor. Dit type bos houdt stand wanneer er regelmatig hoge grondwaterstanden aanwezig zijn en de bodem altijd of vochtig of nat is. In de polderbossen van dit type komen vooral veel sporenplanten en vogelsoorten voor, verder is dit bos niet al te rijk aan soorten.

Om een bos tot dit type bos te kunnen rekenen mag er ook niet meer dan twintig procent aan bomen uitheems zijn. De uitgangspositie in deze Haagbeuken-Essenbossen is een cultuurlijke en dat kunt u in de bossen herkennen aan de in rijen geplante bomen. Dit bos kan desondanks een redelijk natuurlijke balans ontwikkelen met de tijd.

In het nog nattere bos, het Elzen-essenbos kan de Haagbeuk ook samen met de Gewone es, de Gewone esdoorn, de Zoete kers en de Winterlinde voorkomen. In dit bos komt de Zwarte els Alnus glutinosa met zijn waterliefde natuurlijk erg veel voor en daarnaast kan ook de Witte els Alnus incana, de Zachte berk Betula pubescens en Wilg Salix spec. voorkomen. Als dit bos te nat wordt zal de Haagbeuk de hoge grondwaterstanden niet meer het hoofd kunnen bieden en zullen de Wilg en de Zwarte els hem verdringen.

In de typische Nederlandse leembossen groeit de Haagbeuk ook samen met de Gewone es, Gewone esdoorn, Winterlinde en de Zoete kers. De Haagbeuk bekleed in deze bossen voornamelijk de onderetage, onder het kronendak. Dit bos onderscheidt zich van de andere Haagbeukbossen doordat de Beuk Fagus sylvatica, de Zomereik Quercus robur en de Noorse esdoorn Acer platanoides hier ook leven. De Beuk en de Zomereik zullen hier de krachtigste scepter rondzwaaien en gezamenlijk de laatste climaxfase van het bos in de greep kunnen houden. In dit type bos speelt een relatieve grote hoeveelheid aan schaduw een belangrijke rol, vanwaar de Haagbeuk zijn plekje kan opeisen.

De kroon van de Haagbeuk is rond en gesloten, maar de afzonderlijke takken reiken duidelijk richting de hemel. U herkent de boom ook door de redelijk gladde schors die op een gegeven moment enigszins uitstekende lijsten krijgt die zich rondom de stam omhoog draaien. Deze draai geeft de boom ook aan zijn takken mee. Als Haagbeuk nog ouder wordt zal dit beweeglijke patroon ook in een andere dimensie in de boom tevoorschijn komen. De gehele oppervlakte van de stam gaat in de dieptedimensie ook sterk tot de verbeelding sprekende golven vormen! Mooi om te bedenken dat de Haagbeuk naarmate hij ouder wordt juist een flexibelere energie vormgeeft, dat kan voor iedereen die ouder wordt een wijze les zijn.

2 gedachten over “Haagbeuk

Plaats een reactie