“Het troostende vagevuur”
Bitterzoet – Solanum dulcamara (Woody Nightshade, Bittersweet)
De kleine fel geel-paarse bloemetjes van Bitterzoet zijn een bijzondere toevoeging in het groen. De bloemblaadjes bevatten de paarse kleur en het gele puntje in het midden wordt gevormd door de meeldraden. Ze kunnen vanaf kniehoogte, tot ooghoogte of zelfs twee meter hoogte in het groen te vinden zijn in juni tot en met september.
Ze ogen niet alleen aangenaam, zo ruiken ze ook. De geur is bij deze bloemetjes niet afkomstig van honing. De vochtig ogende knobbeltjes in de bloemetjes lijken op nectar-producerende organen, maar zijn het niet. De aantrekkingskracht op insecten bevindt zich in dit glanzende uiterlijk en de geur en niet in nectar.
Nader onderzoek van Bitterzoet leidt u onmiskenbaar richting de wereld der Aardvlooien Psylliodes. Aardvlooien worden ook wel Vlokevers genoemd, dat komt omdat het zeer kleine kevers zijn van zo´n 2 tot 3 millimeter groot. Als u regelmatig goed naar een Bitterzoetblad kijkt, dan zult u op een dag verwachten een miertje tegen te komen met twee saw-off shotguns in zijn pootjes. Het zal u namelijk opvallen dat de blaadjes doorzeeft lijken te zijn door hagel van kleine shotguns. Dit spoor duidt op een bezoekje van de Nachtschade aardvlo Epitrix pubescens, aangericht door zijn eetgedrag (zie foto).
Aardvlooien hebben geen shotguns.., hun kracht zit voornamelijk in hun achterpoten, deze zijn zeer sterk, dik en gevaarlijk gespierd. De Gele bitterzoetaardvlo is ook zo’n krachtpatser die vaak op Bitterzoet te vinden is. Naast aardvlooien zijn ook bladhaantjes te ontdekken op de Nachtschaduw (Volksnaam). Vooral het bladhaantje, de Psylliodes dulcamarae, is een vaste klant op dit Wild zoethout (Volksnaam). Door uw oog dichtbij de plant te houden en de steel in het vizier te brengen zult u opmerken dat ook hier kleine gaatjes te vinden zijn als Psylliodes dulcamare in de buurt is. In de stengel van dit zoethout brengen de larven van dit bladhaantje hun leven door.
Een ander bekend bladhaantje is de Coloradokever Leptinotarsa decemlineata. Ook dit bladhaantje is gespecialiseerd op Bitterzoet. Naast de Bitterzoet is hij ook gespecialiseerd op andere Solanum-soorten zoals de Aardappelplant Solanum tuberosum. Dit beestje heeft zich vanwege de aardappellust onder de wereldbevolking kunnen verspreiden over allerlei continenten. De Eerste Wereldoorlog bracht de Coloradokever vanuit Noord Amerika naar Nederland. Hier vond hij ook de Wilde aardappel (Volksnaam voor Bitterzoet) een lekkere afwisseling op de Aardappelplant.
De Bitterzoetglanskever Pria dulcamarae is een andere kleine keversoort van nog geen 2 millimeter groot die in grote aantallen op Bitterzoet kan rondbanjeren. Zijn naam klinkt alsof het een kever is met uitstraling, maar niets is minder waar. Het roodbruine kevertje heeft korte haartjes op zijn schild en is niet bepaald moeders mooiste. U kunt dit met eigen ogen natuurlijk ook zelf beoordelen. Dit doet u door na hevige regenbuien in augustus eens langs Bitterzoet te lopen. Enkel dan heeft u een reële kans de Bitterzoetglanskever uitgebreid te aanschouwen, maar dan ook meestal in extreme aantallen. Op andere momenten kunt u misschien wel een enkel individu vinden.
Bitterzoet is voor de insectenbevolking een fijne aanvulling op de wilde planten van Nederland. Dit komt doordat dit plantje in vergelijking tot vele andere bloeiende planten een andere doelgroep in de insectenwereld aanspreekt. Zoals u merkt zijn het niet de bijen, wespen, zweefvliegen en hommels die aan deze plant verbonden zijn, maar het zijn voornamelijk de kevers, waaronder trouwens ook verschillende soorten Lieveheersbeestjes Coccinellidae spec., en ook Echte mieren Formicidae die genieten van deze ecologische aanvulling.
Deze mieren en lieveheersbeestjes op Bitterzoet zijn dik bevriend met de aardvlooien. Het is voornamelijk het shotgun patroon, aangericht door de aardvlooien, waar de lieveheersbeestjes en de mieren zich aangetrokken toe voelen. Uit de randen van al deze wondjes in de bladeren druipt namelijk een suiker-bevattende vloeistof. Bitterzoet heeft het goed bekeken; door dit systeem voorkomt de plant een veel groter gevaar, namelijk vraat van grote grazers, zoals koeien of paarden. Grote grazers eten liever geen planten waar mieren of lieveheersbeestjes op rondlopen.
Als u als mens op de stengel van Bitterzoet gaat kauwen zult u de herkomst van de naam ontdekken. Eerst proeft u de bittere glycosides, vervolgens ontleedt uw speeksel deze stoffen en komt het zoete sacharose vrij. Ook de Latijnse naam is hiervan afgeleid (dulcis=zoet & amarus = bitter).
Een andere bijzonderheid aan de stengel is het feit dat het een klimmende stengel, een staande stengel, een liggende stengel of zelfs een (rechts of links) windende stengel kan zijn. En dat klimmen doet hij zonder de door andere klimplanten vaak gebruikte hechtranken! De voet van de stengel raakt wel altijd verhout. Vandaar de volksnaam Bittertak. Via dit houtige deel van de plant overleeft Bittertak de winter. Deze eigenschappen zijn typisch voor halfheesters.
Halfheesters zijn half groen en half houtig. In Nederland zijn nog twee klimmende halfheesters inheems, dit zijn Bosrank Clematis vitalba en Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum. Onder deze houtige stamvoet schuilt trouwens een enorm wortelstelsel waarvan uit afgezonderde stukjes geheel nieuwe planten kunnen groeien.
De stengels hebben een krachtige genezingskracht waarmee het bloed gezuiverd kan worden. Tevens kunnen de zintuigen gezonder gemaakt worden, bijv. verstopte ogen of keelpijn worden verholpen. En ziet u het belang? Het zijn de zintuigen die ons de mogelijkheid geven om concreet waar te nemen en te communiceren met onze fysieke omgeving. In de magie wordt Bitterzoet verbonden met de planeet Mercurius, de planeet die sterk met communicatie verbonden is.
De bitterzoete stengel kan daarnaast ook verlammingen verlichten. Bitterzoetstengelthee werd vaak gebruikt tegen reuma, jicht, huid- of longaandoeningen, geel- en waterzucht. Vanwege het aanwezige gif in de gehele plant wordt u aangeraden nooit zonder deskundige begeleiding iets van Bitterzoet tot u te nemen.
Ook de bladeren zijn, zoals bij bijna alle Solanum-soorten, giftig. Ze zijn soms kaal, soms harig en donkergroen, maar verkleuren soms paars. De donkergroene kleur duidt op een sterke werking van de stoffen in het plantje. Dit klopt, want het plantje bevat vele genezende werkingen. Bitterzoet staat bekend om zijn toepassing tegen kwalen die ontstaan zijn door temperatuurschommelingen. Kwalen zoals rug- en nekpijn, koorts, overmatige koude-dagen-urine en warme-dagen-diarree of -duizeligheid. Daarnaast kunnen steenpuisten verwijderd worden, en werkt het tegen ringworm, zweren, syphylis, scrophulose, hooikoorts en slijmtering.
Slijmtering is een ziekte die onder andere herkend kan worden door vettige stinkende ontlasting. Als u blank bent heeft u meer kans op slijmtering. Controleert u uw ontlasting maar eens extra op de stank en de vettigheid, maar slijmtering is helaas niet te genezen. Het is een aangeboren ziekte waarbij te dik slijm wordt aangemaakt, wat dan longinfecties kan veroorzaken. Tegenwoordig zijn zo’n 4 op de 10 wetenschappers overtuigd dat Bitterzoet nuttig kan zijn bij de behandeling tegen kanker.
In de Homeopathie heet Bitterzoet Dulcam. De Latijnse naam van de plant: ‘Solanum’, komt van het Latijnse So Lamen. Dit betekent troost. De plant kan verdoven en pijnstillen waarmee elke pijn tijdelijk getroost wordt.
Maar er is ook een andere kant aan deze sterke kracht. Overdosis van Bitterzoet kan leiden tot de dood van dieren en mensen, en ook tot spraakverlies. Er waren al wat doden gevallen toen de volksnaam Dodebes bedacht werd. Deze naam is ontstaan omdat vooral de bessen zéér giftig zijn. De bessen zijn eerst groen en rijpen, via oranje, naar scharlakenrood. Kleine kinderen kunnen door het spelletje “voor elke vinger een besje eten” brakend en rillend in het ziekenhuis eindigen. Als de tenen meetelden dan is het ziekenhuis mogelijk zelfs overbodig.
Na het eten van te veel bessen zijn verlammingen in het zenuwstelsel of zwellingen andere mogelijke gevolgen. Met andere woorden de bessen zijn “Gevaarlijk”, de plant wordt ook wel dolbessenhout genoemd. Vogels hebben hier gewoon schijt aan en hierin vermengd worden de zaden verspreid. Ook de middeleeuwers hadden hier schijt aan, want ze gebruikten de bessen ter laxering.
Bitterzoet werd ook zwerenkruid genoemd wanneer men de bessen opensneed en deze met een zwachtel om een abces bond. In sommige landen wordt dit nog steeds gedaan. Als de met pus gevulde zwelling in de mond of rond de anus (perianaal abces) zit, dan wordt een andere methode toegepast.
De Duitsers & de oude Egyptenaren hingen een ketting van Bitterzoetbessen als ritueel om nekken. De oude Egyptenaren deden dit met de mummie van Toetanchamon! Toetanchamon is met een Bitterzoetbessenketting aangetroffen. De Duitse boeren bonden de ketting om de nek van hun vee tegen slechte geesten.
Bitterzoet kan ook in de wieg van een kind gelegd worden, maar het is veiliger om een bosje in de kamer op te hangen. Zo voorkomt u dat u of uw kind betoverd word. Als het kwaad al geschied is, kunt u een bosje Alfrank op uw kindje, uw hond of uzelf vastbinden. Let u dan wel op dat uw hond of kindje niet van het balkon springt, want hoogtevrees zou ook opgeheven worden.
De volksnaam Alfrank duidt op de relatie van Bitterzoet met alfen, de kwaadaardige neven van elfen. Verder is Bitterzoet verbonden aan het mannelijk geslacht en het element lucht en kan het u helpen luchtig om te gaan met oude liefdes of deze zelfs laten vergeten.
Als u een Bitterzoet-type mens bent, kan ik u haarfijn vertellen waarom uw ex ervandoor is gegaan. U bent te dominant, rusteloos en verward. U bent erg bezitterig, terwijl u weinig waarde hecht aan het eenmaal bezittende. Dit laatste kan natuurlijk erg vervelend zijn. Positief is dan wel dat u graag wil groeien en een sterke wil heeft. Deze zult u voornamelijk inzetten om plotseling slecht weer of plotselinge warmte te omzeilen.
Het plantje Bitterzoet kan juist best aardig tegen slecht weer, droogte, zon of schaduw. Hij is flexibel en groeit op allerlei grondsoorten. Ook zijn zijn standplaatsen gevarieerd. Van moerassen, duinen, knotbomen, bossen en kapvlakten tot heggen, oevers, ruigten, schuttingen en oude muren groeit hij. Het is dan ook een algemene en onbedreigde plant in Nederland. In Amerika gedraagt hij zich zelfs invasief. In Azië leeft Bitterzoet ook, zelfs in Japan.
De kleurige bloemetjes komen ook wel voor in siertuinen. In de tuin- en landbouw wordt dit Bittertakje echter minder gewaardeerd. Dit komt doordat hij als waardplant dient voor de bruinrotbacterie. In Nederland schijnt Bitterzoet langs de oevers van grote watergangen een grote overlevingscorridor voor de bruinrotbacterie te leveren. Vervelend, want het is namelijk het oppervlaktewater waar de besmetting schadelijk in druipt en daarmee weer andere planten kan gaan besmetten. Aan de Bitterzoet zelf kunt u totaal niet zien of het besmet is met deze bacterie, Bitterzoet is enkel een drager, niet een lijder van de bacterie. Dit is ook met Zwarte nachtschade het geval.
Bruinrot kunt u aan andere planten, zoals de geslachtsgenoot Aubergine Solanum melongena of Paprika Capsicum annuum (cultivar) en Spaanse peper Capsicum herkennen door het verwelken van bladeren bovenaan de stengel, wat overgaat in verwelking van stengels. Als de ziekte doorzet ontstaan in de stengel slijmstukjes en dit slijm zal uiteindelijk ook, gepaard met verwelkingsverschijnselen, in de knollen van de planten te vinden zijn. Tot slot ontstaan in de knollen roodbruine kuilen voorafgaand de dood van de plant.
Om te voorkomen dat via Bitterzoet de Aardappelvelden of de Tomatenplant Solanum lycopersicum op de akkers aangetast worden door de bruinrotbacterie, zijn maatregelen om Bitterzoet tegen te gaan relevant. Bitterzoet kan gewoon met de hand uitgetrokken worden of met een disteltang, maar aangezien de wortels nieuwe planten aanmaken is de plant nooit geheel weg te krijgen. En dit keer kunnen de boeren niet grijpen naar chemische bestrijdingsmiddelen, want deze werken NIET in op Bitterzoet.
Bitterzoet blijft een bijzondere plant in al zijn diverse eigenschappen. Het tweedelige karakter van deze halfheester is een belangrijke oorzaak van de diversiteit betreffend zijn ecologische functioneren. De insecten leven in een vagevuur, met aan de ene kant de chemische verdediging in de vorm van bitterheid en aan de andere kant de zoete indirecte afweer van het suiker. De glimmende gele puntjes op de bloem trekken ook vliegen Brachycera aan. Ze likken aan de zoete nectarloze schijnnectariën en verzorgen zo de kruisbestuiving.
Nog vele andere insectengroepen genieten van dit vagevuur. Zo bestaat er een Bitterzoetgalmug Contarinia solani en een bladmineerder Pegomya dulcamarae die van Bitterzoet leven. Ook cicaden zoals het Schuimbeestje Philaenus spumariu, wantsen zoals Himacerus mirmicoides en tomatenmijten Aceria spec. doen dit.
Deze nachtschade zou geen nachtschade zijn als er niks over de nacht te vertellen viel. In dit geval kunt u op de hoogte gebracht worden van het feit dat er nachtvlinders zijn die opgroeien in deze Klimmende nachtschade (Volksnaam). De Groente-uil Lacanobia oleracea en de Bitterzoetmot Acrolepia autumnitella zijn voorbeelden. De Bitterzoetmot graaft mijnen in Bitterzoet en het is ook werkelijk de enige plant waarin zijn graafwerkzaamheden plaatsvinden. Enkel voor de verandering kan deze Bitterzoetmot een enkele keer in de Wolfskers Atropa belladonna gravende zijn. Wat deze planten overeen hebben waardoor de Bitterzoetmot hiervoor kiest is nog onduidelijk. Ik kan u wel vertellen dat ook Wolfskers een gevaarlijk kruid is. Met zijn volksnaam Dodemanskers voelt u waarschijnlijk eenzelfde duisternis hangen.

