Wintereik

De winterkoning van het licht

 

Wintereik Quercus petraea 201307 klein(2)

Wintereik Quercus petraea – Sessile oak

 

De koning der bomen. De onsterfelijke eik. De toegeschreven onsterfelijkheid was vroeger genoeg reden om onder eiken de doden te begraven. Dit is een van de vele rituelen en gebruiken die met deze bijzonder gewaardeerde boomsoort verbonden zijn door de eeuwen.

De waardige eik is vanwege de in oktober rondvliegende eikels o.a. symbool voor vruchtbaarheid. Men droeg de eikels mee om potentie op te wekken en jong te blijven. De eik is een robuuste, trage,  onverzettelijke volhouder. De vele parasitaire zwammen (eikenweerschijnzwam Inonotus dryadeus, eikhaas Grifola frondosa, biefstukzwam Fistulina hepatica, dikrandtonderzwam Ganoderma adspersum etc.) komen pas tevoorschijn als de boom al flinke wonden heeft opgelopen boven- of ondergronds en kunnen soms jarenlang nog tegengewerkt worden door de kracht van de boom, dat onder andere in de tannine verscholen zit. Tannine is een polyfenol en een looizuur dat de smaak en structuur bepaald van thee en wijn en wordt gebruikt bij het looien van leer, maar voor de eik is het een krachtig en succesvol beschermingsmechanisme tegen zijn houtbelagers.

Vanwege zijn lange levensduur is de eik symbool voor uithoudingsvermogen. Men omschreef in oude tijden de langlevende eik als een enorme gezond karakter in een sterk bos. Hieruit voortvloeiend werd het opvangen van een vallend eikenblad dé manier om een hele winter voldoende beschermd te zijn tegen griep. De boom draagt zoveel kracht dat twee samen gebonden kruisende takjes het huis zullen beschermen. Zelfs het dragen van een enkel eikentakje beschermt u al.

De wijsheid die een oude eik in zijn leven heeft opgedaan kan aangevoeld worden door onder een dikke te gaan zitten. De antwoorden op uw vragen kunnen aangevoeld worden aangezien deze in de grote boom ooit al eens beantwoord zijn. De Kelten namen aan dat de oppergod Dagda via de eikenblaadjes tot hun sprak. Volgens de Grieken en Romeinen was het Jupiter, die als heerser van de krachtige eik optrad. Tevens zijn alle dondergoden (Wodan/Thor) met de eiken verbonden aangezien er regelmatig donderslagen in de eik plaats vinden. Ook werd het verschijnsel van een eik vereenzelvigd met de mannelijke natuurgod Pan.

De eik is altijd als een mannelijke karakter gezien. Dit in tegenstelling tot de natuurlijke rivaal in het Nederlandse bos, de beuk Fagus sylvatica, die als vrouwelijke Saturnus-kracht in vele bossen heerst. De eik werd gezien als een sterk, aardende energie, intrinsiek verbonden aan de kracht van de zon en het eervolle en beschermende karakter van het sterrenbeeld Leeuw.

De eik heeft aanzienlijk meer zon nodig dan een beuk. In donkere bossituaties legt de eik langzaamaan het lootje tegen een beuk. Echter zijn er in Nederland 2 eiken zogezegd oorspronkelijk inheems. De Amerikaanse eik Quercus rubra, met grotere bladen, is ooit ingevoerd en valt hier niet onder. De eiken waarover gesproken wordt in de Keltische verhalen betreffen zeker zomereiken en wintereiken. En opvallend is het dat de wintereik iets meer schaduw kan verdragen in de jeugdfase dan de zomereik Quercus robur.

Het verschil tussen de wintereik en zomereik was in oude tijden gemakkelijker te zien dan tegenwoordig. Vroeger werd het onderscheid enkel in de winter gemaakt. De eiken die ’s winters nog hun verdorde bruine blad vasthielden werden wintereiken genoemd en daarmee werden zij onderscheidden van zomereiken. Tegenwoordig is de naamgeving gebleven maar wordt het onderscheid anders gemaakt. Toch schijnt het zo te zijn dat wintereiken ’s winters vaker hun blad vasthouden, maar het verschil zit hem daar niet exact in.

In de basis zit het verschil uiteraard in het DNA verscholen. Zichtbaar blijken de boomsoorten te verschillen doordat de wintereik, met zijn winterse stijl, een lange broek aan heeft en de zomereik, met zijn zomerse stijl, een korte broek aan heeft. Uiteraard is dit een ezelsbruggetje. Het slaat op de steeltjes van de bladeren. De bladstelen zijn van de wintereik duidelijk langer dan de bladstelen van de zomereik.

Wintereik Quercus petraea en zomereik blad 201708B

Bladstelen wintereik – zomereik

Om het verwarrend te maken blijken de steeltjes van de in kluwen groeiende eikels bij een wintereik juist korter dan bij een zomereik. Eikels van zomereik zijn verder ook verticaal gestreept. Beide eikels zijn in veel gerechten toe te passen, en dat is door de eeuwen heen ook veel gedaan vanwege de goede voedzaamheid en het hoge vetgehalte, maar dienen eerst bewerkt te worden om het oneetbare hoge gehalte aan tannine te bewerken. Honden moeten er ook niet te gek veel van vreten.

Een overig verschil tussen de 2 eiken is de stand van de blaadjes. De blaadjes van de wintereik staan beter geordend. Dit wil zeggen dat de blaadjes van de wintereik netjes om en om afgewisseld staan. Verder is de symmetrie van het blad vaak beter. De lobben op de blaadjes lopen bij een wintereik minder diep richting de middennerf en golven meer geleidelijk. Bedenk wel dat ook binnen dezelfde soort afwijkingen in bladvorm constant optreden.

Wintereik Quercus petraea 201307 klein(1)

blad wintereik

In zijn natuurlijke habitus heeft een wintereik ook een andere vorm. De wintereik vormt een lange doorgaande stam, terwijl de zomereik vaak al laag vertakt is in diverse forse gesteltakken. Daarbij reiken de takken van een wintereik meer richting hemel, in tegenstelling tot die van de zomereik. Logischerwijs ontstaat er daarom in de habitus van een wintereik een slankere, hoge vorm en in die van een zomereik een bredere rondere vorm. Dit maakt de gemiddelde zomereik een betere klimboom dan de gemiddelde wintereik.

Zomereik Quercus robur klein 20140917

lage vertakking van zomereik

Wintereik Quercus petraea 201708 (a)

Opgaande vertakking van wintereik

 

De brede zomereik heeft meer licht nodig dan de smallere wintereik. De wintereik groeit dan ook op meer beschutte plaatsen en neigt naar een vochtiger klimaat dan de zomereik. Het bekende sint-janslot en ook de derde groeischeut in de zomer komt veel minder voor op wintereiken dan op zomereiken. Maar welke eik het ook betreft, de zogenaamde knikkergal is regelmatig erop aan te treffen. De knikkergal wordt veroorzaakt door de plaatsing van eieren in de blad- of nerfoksels door de galwesp Andricus kollari.

knikkergal

galappel Andricus kollari

De Andricus kollari is maar een maffe galwesp. De in Nederland regelmatig aangeplante moseik Quercus cerris kan ook gallen bevatten met eitjes van dezelfde galwesp als op de zomer- en wintereik. Deze gallen zien er echter wel anders uit en er komen wonderbaarlijk enkel vrouwtjes uit deze gallen tevoorschijn. De vrouwtjes die uit deze op moseik genaamde vogelnestgallen komen leggen hun eitjes weer in zomer- of wintereikbladoksels. Maar deze vrouwtjes doen dit d.m.v. parthenogenese. Parthenogenese is een voortplantingswijze waarbij geen mannetjes aan te pas komen. De vrouwtjes-Andricus kollari uit de moseik kunnen een probleemloos manloos leventje leiden maar ze kunnen niet zonder eiken blijven voortbestaan. Hieronder treft u afbeeldingen van allerlei verschillende eiken.

Deze slideshow vereist JavaScript.

moseik Quercus cerris, Scharlakenrode eik Quercus coccinea, Amerikaanse eik Quercus rubra, Kastanjebladige eik Quercus castaneifolia, Perzische eik Quercus macranthera

Oorspronkelijk groeiden de 2 inheemse zomer- en wintereiken zelden direct naast elkaar. De wintereik groeide in het wintereiken-beukenbos en het veldbies-beukenbos en was dan ook een trouwe metgezel van de beuk op de wat lichtere plekken in het bos. Op een gegeven moment in de Nederlandse geschiedenis namen door heftige kap in de dichte bossen schaduw minnende boomsoorten steeds meer af.  Hiermee gepaard ging de opmars van de zomereik. Ergens in die opmars zijn de gebroeders eik elkaar weer tegengekomen in het bos. Vanaf dat moment zijn de soorten pas kruisingen gaan vormen: Quercus x rosacea.

zomereik en beuk

beuk & zomereik

Inmiddels is de wintereik behoorlijk zeldzaam is ons land en een indicator geworden van oud bos. Dit heeft verband met de zwakkere “voortplantingskracht” van de wintereik in vergelijking met de zomereik. De oorzaak van het lagere voortplantingssucces is ook verscholen in de wetenschappelijke naamgeving. De wintereik heet Quercus patraea. Dit betekent “rotsbewonende eik”. Het aandeel aan rotslandschap is in ons land zacht gezegd beperkt. Ondanks deze naam verdraagt de boom onze stadsbetegeling matig.

De wintereik gedijt goed op matig voedselrijke en zwak zure grond. Ondanks die zwak zure behoefte kan de boom wel in duinlandschappen voorkomen. Het is een echte bosboom in west-, midden- en Zuidoost-Europa en komt ook in hoge gebieden voor.

Of het nu een winter- of zomereik is, in elke eikel woont een fee volgens de Kelten. Wie de vriendschap met een eikeltjesfee legt, die zal deelgenoot van het geluk zijn dat de krachtige fee altijd meedraagt. Zoek daarom een eikel op, neem het mee, en praat er gezellig mee. Als u op zoek bent naar de eikel loop dan ook even tussen 2 eiken door om wellicht de oud bekende poort naar andere rijken door te stappen. In dit andere rijk is het mogelijk kracht voor uw levenshindernissen te vinden.

De bosmuis Apodemus sylvaticus doorkruist ook regelmatig de poort naar de andere rijken door tussen eiken door te foerageren. Het bosmuisje is op zoek naar eikeltjes en verstopt deze net zoals de gaai Garrulus alandarius op allerlei veilige plekjes voor de koude winters. De gaai verspreidt de eikels uiteraard over een groter oppervlak dan de bosmuizen maar vervoert de eikels ook in zijn keelzak zoals vele knaagdieren dat ook kunnen. Belangrijk voor ons mensen is het misschien om te weten dat de eikeltjes enkel in zachte grond begraven kunnen worden. Bosgrond is hiervoor uiteraard zeer geschikt. In extreem verdichte gronden is het te lastig voor een gaai om gaatjes te graven voor de eikels. Vergeetachtigheid in het dierenrijk verzekerd verbreiding van eiken.

Extreme hoeveelheden organismes profiteren en leven van en op de inheemse eiken. Er vindt zelfs hyperparasitisme plaats op de eiken doordat parasieten op andere parasieten parasiteren. De schors vormt zeer geschikte vestigingsmogelijkheden voor diverse korstmossoorten en de eiken zijn geliefde foerageergebieden van zeer veel insecten. En daar waar insecten bijeen komen, daar zijn natuurlijk de insectenliefhebbende vogeltjes te vinden. En zo vormt een enkele eik huisvesting voor een enorme en gezonde leefgemeenschap. Helaas voor de mens is ook de eikenprocessierups in opmars. Een rups dat in processie van de blaadjes van eiken eet en met zijn brandharen mens en dier belaagd als zij gevaar voelt. Dit is een soort die pas sinds 1980 in ons land aanwezig is maar een sterke opmars heeft gehad in ons land maar nu wel sterk fluctueert in voorkomen per jaar.

eieikenprocessierups klein

eikenprocessierups

Naast de hoge natuurwaarde hebben de eiken altijd een hoge cultuurwaarde gehad voor ons mensen. Ceremoniën, vergaderingen, rituelen en rechtspraak vonden eeuwenlang onder de boom plaats. In gezelschap van een eik schijnt de mens minder geneigd te zijn om leugens te vertellen. De aanwezigheid van de boom kan ervoor zorgen dat de mens geïnspireerd raakt.

De inspiratie die de natuur onze voorouders heeft gegeven is natuurlijk onmetelijk. Een belangrijk verhaal dat eeuwenlang en nog steeds te ronde gaat omschrijft de verhouding tussen koning eik en koning hulst. Hulst Ilex aquifolium is u waarschijnlijk wel bekend. Het is een altijdgroene struik die bijvoorbeeld terug te vinden is in de schaduwrijke onderlagen van diverse eikenbossen.

Gewone hulst Ilex aquifolium 2013kerst schaduw klein(3)

hulst in schaduw

Naar men zegt is de koning eik een broer van koning hulst. De eikenkoning moedigt een vergelijkbaar soort vreugde aan die lichtstralen de natuur nieuw leven in kunnen blazen. Koning eik ziet het licht van vreugde en de overvloed van voedsel dat het zonlicht kan bieden. Koning hulst antwoord zijn broer sceptisch. Koning hulst zegt dat eeuwige vreugde alle bescheidenheid verbant. De rust en beperkingen van de duisternis zijn van grote waarde voor het leven volgens koning hulst. Het eeuwige conflict tussen de broers heeft nooit geleidt tot een compromis. De broers vechten door, maar elk jaar blijkt de hulst het gevecht met zijn broer te winnen op 21 juni. Vanaf dat moment neemt de duisternis in de natuur toe. Tijdens de midwinterzonnewende op 21 december wint de eik en vanaf dat moment neemt de hoeveelheid licht in Nederland toe.

Om de gezonde kracht van de wintereik het huis in te halen zijn er vele mogelijkheden. De eikels of eikenbladeren kunnen als decoratie bijvoorbeeld schalen of kaarsenhouders versieren. De eikeldopjes kunnen geplakt worden op knutselwerkjes. Er kunnen ook eikelmannetjes geknutseld worden met een schaar en satéprikkers. Dit zijn vrolijke mannetjes maar kunnen wel omschreven worden als een stelletje eikels. Hierin lijken zij op een gemiddelde man. Een eikel met potentie. Echter zegt de wintereik dat we het van een zonnige kant moeten bekijken. De wintereik zal adviseren om die lichtstralen in uw leven toe te laten.

Hieronder ziet u een benadering van de verbreiding van de wintereik in Nederland.

kaart nederland_wintereik

 

 

Een gedachte over “Wintereik

Plaats een reactie