“De barre bikkel”
Noorse esdoorn – Acer platanoides (Norway Maple)
De Noorse esdoorn komt uit de Esdoornfamilie Aceraceae net zoals de andere veel in Nederland voorkomende esdoorns, de Spaanse aak Acer campestre en de Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus. Esdoorns hebben geen doorns en hebben ook niks met de Gewone es Fraxinus excelsior te maken, dus de naam Esdoorn is erg lastig te verklaren. De wetenschappelijke naam Acer is Latijns voor scherp en heeft te maken met de bladvorm. Toch heeft niet elke esdoorn scherpe punten aan het blad, de Veldesdoorn (Spaanse aak) bijvoorbeeld al niet.
Een verzamelvolksnaam voor de esdoornsoorten is boterblaarhout. De bla(de)ren van Esdoorns zijn vaak groot genoeg om de boter in te wikkelen. Deze duurzame manier van boter verpakken werd vóór het plastieken tijdperk dan ook toegepast. De Latijnse soortnaam platanoïdes betekent plataanachtig. Door een blik op de bladvorm te werpen wordt deze vergelijking als snel verduidelijkt.
Aan de onderkant van de puntige bladeren van de Noorse esdoorn zitten alleen in de nerfoksels haartjes. Als deze bladeren op de grond vallen in het bos, wat de originele standplaats is van de Noorse esdoorn, dan zullen zij snel verteren omdat de bodemdiertjes er wel pap van lusten. Hieruit kunt u aflezen dat de bladeren van de Noorse esdoorn het leven onder de boom voedt en hierdoor de bodem levend en vitaal blijft.
Die bodem onder de Noorse esdoorn is in een natuurlijke situatie enigszins vochtig en voedselrijk. Deze natuurlijke situatie van de Noorse esdoorn is oorspronkelijk in Europa en Zuidwest-Azië. Het oorspronkelijke gemengde loofbos van de Noorse esdoorn staat meestal op een lage berg of een heuvellandschap.
De Noorse esdoorn zelf staat graag op een licht beschaduwde plek, kalkhoudende en licht vochtige plek in het bos. Hier groeit hij het liefste uit tot een vijfentwintig meter hoge boom.
In Nederland komt u deze boom ook vrij vaak tegen. Hij is ook vaak aangeplant langs wegen en in parken in ons land. Dit komt onder andere doordat de mensen het fijn vinden de gele tot rode bladeren te bewonderen die in de herfst worden gevormd als de boom de voedingsstoffen terugtrekt uit zijn bladeren. Vooral vanwege dit feit wordt de Noorse esdoorn vaak als mooier ervaren dan zijn uitgebreider verspreide geslachtsgenoot, de Gewone esdoorn.
Het verschil tussen deze twee soorten is in de bladvorm te zien, maar is ook te achterhalen door de bladstelen of een dikke bladnerf te knakken. Als u een bladsteel van de Noorse esdoorn knakt zult u melksap ontdekken, bij de Gewone esdoorn niet.
Links Noorse esdoorn – Rechts Gewone esdoorn
In de winter herkent u de Noorse esdoorn aan de aanliggende roodgroene knoppen, de Gewone esdoorn heeft groene knoppen. Als u naar de dikte van de stam kijkt is de Noorse esdoorn een stuk minder indrukwekkend dan de Gewone esdoorn kan zijn. De stam kan één meter dik worden, terwijl de doorsnede van de Gewone esdoorn zeker wel twee meter kan worden.
In vergelijking met de Gewone esdoorn is de Noorse esdoorn ook duidelijk een slankere boom, en kleiner. De stam van de Noorse esdoorn is ondanks het slanke silhouette van de boom, toch ook vaak kort. En op die korte stam zit eerst een gladde lichtgrijze bast maar hervormt zich met het opgroeien van de boom tot een donkergrijze bast met lengtegroeven. De bast lijkt soms kleine schubvormige vormen te vertonen. De Ree Capreolus capreolus vindt de Noorse esdoornschors lekker, en lekkerder dan de Gewone esdoornschors.
De Noorse boom is niet zo nors, hij vertoont zelfs een meer open houding dan de Gewone esdoorn. Dit is te herkennen aan de open kroon en de lagere dichtheid aan bladeren. De Noorse esdoorn heeft ook minder leeftijd tot zijn beschikking om een volle boom te worden in vergelijking met de Gewone esdoorn, want de Noorse wordt wel twee keer zo minder oud! Toch betekent dat, dat hij zo’n hondervijftig jaar oud kán worden.
Gelukkig zaait de Noorse esdoorn zich makkelijk uit door zijn gevleugelde vruchtjes met de wind mee uit te spreiden. Zo ontstaat de broodnodige verjonging.
De Noorse esdoorn heeft zijn naam natuurlijk niet te danken aan zijn zuidwestelijke leefwereld in Azië. De boom heette ooit de Noordse esdoorn, omdat hij inheems is in Scandinavië.
Het leven in de Noordse landen is bar en boos. Zijn kernkracht vindt de boom rondom de Oostzee. Je moet uit goed hout gesneden zijn om Noordse winters in het bos heelhuids door te brengen zonder kachel! De Noorse esdoorn is zo’n bikkel van een boom. Het is de grootste bikkel onder de esdoorns want het is de enige esdoorn die in Finland en Zweden te vinden is en hij is natuurlijk vorstbestendig. De Noorse esdoorn is ook tot diep in Rusland aan te treffen. Dat goede hout waaruit hij gesneden is, is ook wel gebruikt voor het auditieve genot der muziekinstrumenten en als haardhout in het koude noorden.
Zoals iedere bikkel heeft ook deze bikkel een zwakke plek. Aan de ene kant profiteert de boom van de wind door zijn zaadjes erop weg te laten helikopteren, aan de andere kant is de wind zijn zwakke plek. Sterke wind laat de blaadjes aan de twijgjes wegverdorren. Daarom groeit deze Noor graag in het bos waar de wind gedempt wordt. Vreemd genoeg is hij in Nederland toch vaak langs bosranden te vinden.
Het is niet moeilijk te onthouden dat deze boom uit het noorden een verkoelend effect teweeg kan brengen. Dit effect wordt overigens toegeschreven aan alle esdoornsoorten. Dit effect kan handig zijn in geval van hoge koorts of ontstekingen. De toepassing is niet moeilijk om thuis uit te voeren. Laat uw bad een beetje vollopen met kokendheet water en mik een paar esdoorntakken en bladeren in de badkuip. Wacht dan tot het bad een verdraagbare temperatuur heeft en drink in de tussentijd sap dat u uit de schors heeft geperst.
Als u de takken voor uw takkenbad wilt verkrijgen na een snoeibeurt, dan is het niet aardig om die takken van de boom af te zagen als de sapstroom al op gang is.

Winterkenmerk van takje met knoppen van noorse esdoorn
Bij esdoorns komen de sapstromen vroeg in het jaar op gang, dus als u wilt snoeien kunt u dit het beste op half tot eind november doen. Als u nog geen boom kent om te kunnen snoeien, dan moet u de Noorse esdoorn eerst planten. Geschikte tijdstippen om de Noorse esdoorn te planten zijn oktober, november, maart of april.
U kunt de takken na badgebruik hergebruiken als u last van mollen heeft. Door de takken rondom een mollenveld te verspreiden zouden de mollen vrijwillig het gebied willen verlaten. Ook helpen de takken om vleermuizen of bliksem met de mollen mee te verjagen!
Maar de Noor is sterk. Zo is hij naast vorst-, ook uitlaatgasbestendig. Dit is één van de redenen dat de boom ook grootschalig in steden te vinden is. In steden zijn het wel meestal de gekweekte cultivars die de straten aankleden. Zo is bijvoorbeeld de cultivar Acer platanoides ‘Crimson King’ een kloon met paarsrood-glimmende bladeren die veel aangeplant is. Deze cultivar wordt maar twaalf meter hoog. In de herfst verandert het roodgloeiend gebladerte in een goudgele herfstbladmantel! Een boom die niet voor niks koninklijk wordt genoemd!
Er is nog een cultivar met meer roodbruine bladeren. In de tuinen vinden we ook vaak de Acer platanoides ‘Crimson Sentry’. Deze kloon is te herkennen aan zijn erg smalle zuilvormige groeivorm. Deze zuilen kunnen goed gebruikt worden in een creatief tuinontwerp. Hij kan functioneel zijn omdat de kroon ook erg dicht is en doorkijk kan blokkeren. Tegelijkertijd vergt de boom weinig onderhoud. Deze Crimson Sentry is een nog kleinere boom dan de Crimson King, want hij wordt hoogstens acht á tien meter hoog. Als de boom erg oud wordt dan laat deze zuilvormige boom langzaam zijn takken opzij zakken en vormt hij een wat bredere kroon.
Een andere cultivar wordt vaak in de stad neergezet vanwege zijn ontzettend langzame groei en keurig deftige bolvormige kroon. De bladeren van deze cultivar zijn niet roodgekleurd, de winterknoppen aan de takjes zijn tegen de twijg aangedrukt en wel erg rood gekleurd. Deze keurige cultivar heet Acer platanoides ‘Globosum’.
De esthetiek van de natuurlijke Noorse esdoorn behoeft natuurlijk eigenlijk geen cultivering. De geelgroene bloemen, die in april en mei mooi rechtop staan te bloeien, zijn een prachtig deel van de Noorse voorjaarsschoonheid en trekken vooral vliegen en bijen aan. De goudgele tot roodbruine herfstmantel is de schoonheid van het najaar en een lust voor bodemdiertjes en het oog.
De boom kan in de zomer echter zijn schoonheid wel eens verliezen doordat de schimmel Rhytisma acerinum een aanslag tot uitvoer brengt. De teervlekkenziekte die ontstaat tekent lelijke zwarte vlekken op de blaadjes. Deze ziekte komt vaker voor bij aangeplante bomen dan bij natuurlijk groeiende esdoorns. Het sterke karakter van de boom komt hier weer aan het licht want de boom trekt zich weinig aan van de schimmel en zal er nooit aan bezwijken.
De wortels van de Noorse bikkel hebben maar weinig water nodig en vormen desondanks een krachtig gestel met ook vele dunne worteltjes. Dit stelsel is zo effectief dat de wortels allerlei onderbeplanting kan wegconcurreren.
Als u wijn over deze krachtige wortels gooit zal er een wens in vervulling gaan.


Beste mensen,
Kent iemand de Acer platanoides ‘Pendulum’ ? Ooit in Roemenië ‘gevonden’ en beschreven, weinig van bekend verder. NDV kan er ook niets over vinden. In 2016 door in zuid Zweden is door Claes Brugd een treur variant gevonden van de Noorse esdoorn. Gezien de standplaats, op het landgoed dat bij een oude buiten verblijf hoorde, zou het een geëxporteerd exemplaar kunnen zijn.
Zie ook https://www.facebook.com/groups/SverigesArboristforbundSAF/search/?query=Claes%20Brugd
en
http://vedartad.blogg.se/2016/september/acer-platanoides-pendulum.html,
Bovenstaande link staat op Facebook bij Claes Brugd-Erik Lööw, 17 september 2016.
Kan iemand een beschrijving vinden van deze hangende Noorse esdoorn?
Beste,
Weet iemand waarom de Acer platanoides ‘Crimson Sentry’ op dit moment nog steeds geen bladeren heeft. Boompjes op stam. De andere twee boompjes op stam hebben wel al uitgebreide bladeren. Eerdere twee jaren deed deze boom het wel goed.