Jacobskruiskruid

” Het gif der zonnestralen ”

Jacobskruiskruid

Jacobskruiskruid Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris (Tansy ragwort)

 

Jacobskruiskruid is dat gele plantje dat u zo vaak langs de weg ziet bloeien als het niet Bezemkruiskruid Senecio inaequidens is. Deze twee zijn beide sterk vertegenwoordigt in de wegberm. Nog niet zo heel lang geleden behoorde ze ook beide tot hetzelfde geslacht Senecio. Inmiddels hoort het Jacobskruiskruid in een nieuw geslacht genaamd Jacobskruid Jacobaea. Toch lijken beide soorten nog steeds op elkaar. Allebei zijn ongeveer een meter hoog en hebben gele bloemen die de vorm van een tekenzonnetje hebben. De stralen van de zon tellen bij Jacobskruiskruid meestal 13 stralen. De blaadjes bieden het duidelijkste onderscheid. Jacobskruiskruid heeft diep ingesneden, veerdelige blaadjes, terwijl Bezemkruiskruid duidelijk dunne langwerpige blaadjes heeft.

Jacobskruiskruid heeft met vele leden van het Senecio- en Jacobaea geslacht een beroemde overeenkomst. De soorten staan voornamelijk bekend om hun minder zonnige eigenschap, een gevaarlijke gif. Om deze reden is het nooit verstandig delen van de plant op te eten. Er wordt ontzettend veel geschreven over de giftige alkaloïden, zoals senecioon, in de planten. Vooral omdat Jacobskruiskruid zo ontzettend veel voorkomt, en nog steeds enorm toeneemt, nemen de problemen en de vragen naar oplossingen in aantal toe. De problemen die het gif veroorzaakt heeft vaak te maken met vee dat van de planten eet. Maar het gif kan ook voor mensen giftig zijn en wordt ook door bijen opgenomen in de voedselkringloop en mogelijk in sommige honing.

Het gif lijkt direct op de mens geen sterk effect te hebben. Maar de mens is met meer gemoeid dan enkel directe effecten. Zo zijn er vele paardenliefhebbers die kapot zouden gaan als hun paard vroeg overlijdt door een vergiftiging met Jacobskruiskruid en er zijn andere veebezitters, dierenliefhebbers en natuurbeheerders die dieren ook willen behoeden voor de ernstige leververgiftiging (cirrose) wat het verorberen van de plant bij vele dieren teweeg kan brengen. Het is overigens niet een enkele hap wat dit te weeg kan brengen. Er moet flink wat van gegeten worden. Andere effecten die kunnen optreden zijn zonnebrand, blindheid, diarree en loomheid.

Jacobskruiskruid is vernoemd naar Sint-Jacob. En dat was een beschermheilige van alle paarden. Dit is tegenstrijdig met wat de plant nu teweeg brengt. Maar natuurlijk is het de verstoring van de natuur, veroorzaakt door de mens, die de enorme toename aan Jacobskruiskruid teweeg brengt. De plant is duidelijk niet vernoemd naar een paardbeschermende kracht, vanwege de kracht. Het is de datum van de Sint-Jacob-dag welke op 25 juli valt, die met de plant geassocieerd is. Dan bloeit Jacobskruiskruid namelijk. Maar dat doet hij dan al ruim een maand en zal dat nog zeker 3 maanden langer doen.

De giftige alkaloïden kunnen naast afsterving van de lever, soms ook leverkanker, nier-, brein-, hart- en zelfs DNA-beschadiging  veroorzaken.  Een opgelopen vergiftiging door Jacobskruiskruid wordt meestal pas herkenbaar als al zeventig procent van de lever afgestorven is. En dan is het een kwestie van dagen tot de dood zijn intrede doet.

Dieren zijn niet dom. Normaal gesproken mijden de dieren intuïtief de planten die giftig voor ze zijn. Toch kunnen er omstandigheden zijn, bijvoorbeeld extreme honger, of verdroging van Jacobskruiskruidplanten, soms zelfs in het droge voer verwerkt, waardoor het dier de smaak van de plant niet meer herkent als vies, dat ervoor kan zorgen dat een beest de plant toch eet. Als u nu een stel schaapjes vrolijk hoort blaten en op Jacobskruiskruid-plantjes ziet kauwen hoeft u niet in te grijpen. Schapen maken het gif in hun verteringsstelsel grotendeels onschadelijk.

Daarom is het loslaten van schaapjes in gebieden waar veel Jacobskruiskruid staat een handige manier om de soort een beetje terug te dringen ten gunste van het evenwicht en eventuele overige grazers. Deze schapenaanval kan het beste in de winter uitgevoerd worden als de kiemplanten nog klein zijn. In de zomer is er een grotere kans dat de schaapjes erg veel tegelijk gaan eten van de plant en dan kan zelfs bij schapen nadelige effecten optreden zoals groeibeperkingen.

Het Konijn Oryctolagus cuniculus is een klein knaagdier die vele groenigheden al te graag beknabbeld. Jacobskruiskruid is echter een soort die het konijn echt alleen in hongerwinters eet. In deze tijd graven ze de wortelstokjes op en eten zij van deze Jacobskruiskruidvoedselopslag. Als de wortelstokjes in tweeën zijn geknabbeld dan kunnen er twee nieuw planten uit ontstaan. Zo faciliteren de konijntjes het Jacobskruiskruid in zijn toename.

Ook maaien faciliteert Jacobskruiskruid in zijn toename. Het afmaaien van de planten zorgt ervoor dat Jacobskruiskruid in een tweede versnelling wordt gezet. De planten gaan extra veel energie inzetten om opnieuw op te groeien en ook extra veel zaden produceren om de tegenslag te compenseren. Als dit zelfs niet lukt omdat de plant zeer vaak gemaaid wordt dan gaat Jacobskruiskruid in zijn derde versnelling. Bij deze laatste versnelling wordt zijn ondergrondse stelsel aangesproken voor verspreiding. Als het bovengronds niet lukt, dan maar ondergronds. Er wordt ondergronds een steviger en meer uitgebreid wortelstelsel aangemaakt waaruit ook nieuwe planten zullen blijven proberen op te groeien. Een met Jacobskruiskruid doorwortelde grond is voor de meeste  grondbezitters ook erg ongewenst. Zeker in natuurontwikkelingsprojectgebieden waar de soort ook regelmatig een probleem vormt. Wat overigens vaak ontstaat doordat de gebieden verschraalt worden, omdat de plant van matige voedselrijkdom houdt.

De enige manier die het beoogde effect om de plant tegen te werken kan bewerkstelligen is het zogenaamde blootten. U kunt blootten als u een bloottang heeft waarmee u de plant met wortel en al uit de grond trekt. Met de hand is dit ook mogelijk, maar omdat het gif ook via de huid opgenomen kan worden is dat niet slim. Handschoenen bieden wel uitkomst, maar met de bloottang gaat het gewoon sneller. De uitgetrokken planten moet u niet in het veld laten liggen, want ze zullen dan vaak gewoon weer opnieuw uit gaan lopen of zelfs zaad zetten! Het gat dat u heeft achtergelaten in het veld kunt u beter weer vullen met grond omdat hier vaak zaadjes liggen.

De zaadjes dalen met een haarkroon van de bloem zachtjes op de grond neer. Per plant zijn er vaak wel 200.000 zaadjes die verspreid worden, waarvan wel negenennegentig procent binnen een straal van negen meter van de moederplant af, op de grond terecht komen. De wind heeft dus eigenlijk maar weinig vat op de haarkroon die de zaadjes gebruiken voor de verspreiding. Daarom is de kans zo groot dat de zaadjes ook direct onder de plant liggen en dient u hier rekening mee te houden.

Ook kunnen de zaadjes zich aan uw kleding hebben gehecht zodat u voor u het weet de plant ook in uw tuin ontdekt. Het kan zelfs gebeuren dat er zestien jaar na uw bloot-actie nog een zaadje van toen in uw tuin tot ontkieming komt. Dit zal enkel gebeuren als het zaadje redelijk diep in de grond terecht is gekomen.

Een enkele plant in de tuin zal menig natuurliefhebber toch wel behagen. De plant is echt niet door en door slecht. Het terugdringen van Jacobskruiskruid is een begrijpelijke actie, maar verdwijning van de plant is allesbehalve positief. Er zijn namelijk meer dan honderdtwintig organismen afhankelijk van deze plant!                                       Meer dan honderd-twintig!

Beestjes eten van de plant, beestjes leggen eitjes op de plant. En deze beestjes hebben per se Jacobskruiskruid nodig hiervoor. We hebben het bijvoorbeeld over zweefvliegen, kevers, bijen en vlinders. De meest geliefde en bekende vrienden van de Jacobskruiskruid zijn de zebrarupsen. Dit zijn de rupsen van de Sint-Jakobsvlinder Tyria jacobaeae die zeeer vaak op de plant te vinden zijn. U herkent ze aan de zwart-gele banden (Zie foto).

Zebrarups

Zebrarupsen Sint-jacobsvlinder Tyria jacobaeae

Deze rups gaat slim met de giftige alkaloïden uit de plant om. Hij slaat het gif zo op in zijn lichaam dat hij er zelf geen last van heeft, maar de vogels die hem opeten wel. Haha, surprise! Maar de rupsen waarschuwen hun belagers wel van te voren door hun waarschuwingssignalen, de zwartgele kleuren, dus dit zal geen verrassing moeten zijn. Als de kleine rupsjes uitgegroeid zijn tot volwassen nachtvlinders zoeken zij met regelmaat hun nostalgische moederplant op. Dit keer is het de nectar van de plant waar ze graag  van schnabbelen. De volwassen mot is rood-zwart.

Er is trouwens een plant die zeer nauw verbonden is met Jacobskruiskruid. Dit is Duinkruiskruid Jacobaea vulgaris subsp. Dunensis. Het is simpelweg een andere ondersoort van Jacobaea vulgaris. In Nederland is deze variant te vinden op de Waddeneiland en in de duinen van Den Haag tot Den Helder. Duinkruiskruid mist de dertientellende gele zonnestralen die de bloemen van Jacobskruiskruid omgeven.

Er kan ook gele kleurstof uit beide planten onttrokken worden om kleding mee te verven. Een andere positieve eigenschap van beide soorten is de magische kracht der bescherming die de planten schijnen te verzorgen. De gehate Jacobskruidkruid en het Duinkruiskruid hebben voor magiërs een hele andere lading. Van binnen hebben de kruiden de energie van het element van het gevoel, water, en van de planeet van de liefde, Venus. Het harde venijnige afweergeschut toont waarachtig de tegenovergestelde schaduwzijde achter deze gevoelige vrouwelijke energieën.

Vroeger in de Griekse tijd gebruikte men de beschermende kracht in de planten als amulet om zich te beschermen tegen boze toverij. Anderzijds bestaan er ook verhalen over heksen die de kruiskruiden op een geheel andere manier gebruikten om zichzelf te beschermen. In de tijden van de heksenvervolging schenen de heksen te ontsnappen door weg te vliegen op kruiskruiden. Helaas is dit laatste waarschijnlijk een fabel, want de onschuldige vrouwtjes gebruikten Jacobskruiskruid waarschijnlijker voor hele andere doeleinden. Bijvoorbeeld om te gebruiken in een middel om menstruatiepijn te dempen, ter laxering of tegen een kuchje.

Plaats een reactie