“De Driekantige Oever”
Oeverzegge – Carex riparia (Greater Pond-sedge)
De Oeverzegge maakt onderdeel uit van de natte en zeer grote familie, de Cypergrassenfamilie Cyperaceae. De Cypergrassenfamilieleden zijn zeer moeilijk op naam te brengen. Veel van de familieleden lijken op grassen of russen. En dan bedoelen wij natuurlijk niet dat de planten wit zijn en op Wodka leven. De Russen Juncus spec. zijn stevige dikke sprietvormige planten met op het eerste gezicht onopvallende bloemen, vaak halverwege een spriet te vinden. Het russengeslacht Juncus valt binnen de Russenfamilie Juncaceae, maar een vergelijkbaar uiterlijk is wel terug te vinden in de Cypergrassenfamilie.
In de Cypergrassenfamilie behoren soorten zoals Bruine snavelbies Rhynchospora fusca, Slank wollegras Eriophorum gracile, Chinese waterkastanje Eleocharis dulcis, Rode bies Blysmus rufus, Knolcyperus Cyperus esculentus, Galigaan Cladium mariscus, Armbloemige waterbies Eleocharis quinqueflora, Papyrusriet Cyperus papyrus en een zeer uitgebreid assortiment aan Zeggesoorten!
Die Zeggesoorten vallen onder een geslacht genaamd Zegge Carex. Wereldwijd zijn er ruim tweeduizend zeggesoorten! Ze komen in de wat koudere en gematigde gebieden voor. Allemaal moerasachtige soorten. Zegge stamt uit een oud woord ‘seq’ dat snijden betekent en Carex stamt van een oud woord ‘ceiro’ dat ‘ik snij’ betekent. Beide namen zijn gegeven nadat iemand de bladeren snel door zijn handen liet glijden…
De soorten uit dit zeggegeslacht zijn het moeilijkst te determineren geslacht van deze Cypergrassenfamilie. Niet alleen omdat er veel te veel verschillende soorten zijn, die ook nog eens sterk op elkaar lijken, maar ook omdat al die soorten tevens kruisingen vormen met geslachtsleden. Om het nog moeilijker te maken houden individuele soorten zich ook nog eens zelden aan de uiterlijkheden van de foto’s die in de opzoekboekjes staan. De individuen in de soorten komen zeer variabel in uiterlijk tot leven.
Daarom is het haast ondoenlijk om een naam van een Zegge juist te zeggen. Voorbeelden van zeggesoorten zijn Dichte bermzegge Carex muricata, Schubzegge Carex lepidocarpa, Vingerzegge Carex digitata, Vlozegge Carex pulicaris en Voszegge Carex vulpina. De zeggesoorten zijn soms bladverliezend, soms groenblijvend, maar het zijn allen vaste planten, m.a.w. ze leven meerdere jaren.
Als u ondanks alle moeilijkheden toch de juiste Zeggenaam in het wild wilt kunnen ontdekken, dan kunt u beter een microscoop aanschaffen. En hiermee moet u toch echt de antiligula en de snaveltanden in het gespleten buisje aan de top van het vrouwelijke kafje moeten gaan bekijken of de ligula op de grens van de bladschijf en de bladschede, of het kleine tuitvormige en vliezige cladoprofyllum dat om de steel van de aar zit. Vergeet om het cladoprofyllum te kunnen zien niet de schede van het aan de stengel geplaatste schutblad te openen! De verschillen bij de verschillende zeggesoorten zijn minimaal dus opperste concentratie is vereist!!
De Friezen noemen de zeggesoorten ‘Trijekantgers’, waarmee ze driekantgras bedoelen. Dit komt omdat bijna alle zeggesoorten scherp driehoekige stengels hebben. Daaraan kunt u het geslacht Zegge goed herkennen. De bladeren voelen vaak ruw aan als u met de hand omhoog strijkt. Kijkt u ook eens goed naar de bladschijven, dan zult u heel duidelijk dwarsnerven ontdekken. Als u een grote, tot één meter twintig hoge, stijf omhoogstaande zeggesoort tegenkomt met bladeren van twee centimeter breed, dan zou dit wel eens de Oeverzegge kunnen zijn.
De Oeverzegge vindt u vooral op natte klei- en veenbodems en hij kan brak water verdragen. Soms is Oeverzegge ook op de rand tussen rietlandjes en grasland vinden, mits de grond nat genoeg mag worden in de winter en niet constant kort wordt gemaaid. Als de Oeverzegge lekker aan het voetenbaden is kan hij een zonnetje erbij zeker goed waarderen. Het plantje staat het liefst in een ruw grasland die in de winter overstroomt, wat erop neerkomt dat hij veel langs oevers te vinden is waar niet te strak gemaaid word of beschoeiingen staan of dat hij in een moerasgebied staat. Bij zo’n gunstige situatie kan de Oeverzegge veel Oeverzeggevriendjes om zich heen krijgen.
Als u eens langs een natuurvriendelijke oever loopt kunt u opletten of u de Oeverzegge kunt ontdekken, hij komt veel voor in natte delen van Nederland. U herkent de soort al van afstand door de opvallende slanke zwarte pluimen. Dat zijn de mannelijke bloemen van de plant. De vrouwelijke bloemen zitten aan dezelfde plant en zult u pas zien als u dichterbij komt. Zij zitten altijd onder de mannelijke bloemen lager op de plant. In de vrouwelijke stamperbloemen ontstaan de zaadjes en de mannelijke stuifmeelbloemen raken op den duur vol begroeid met geel stuifmeel. De bloemetjes van de Oeverzegge veranderen sterk in uiterlijk en bezitten een extraordinaire schoonheid. We kunnen de Oeverzegge éénhuizig en éénslachtig noemen, omdat de bloem óf mannelijk óf vrouwelijk is, maar één plant beide bloemen herbergt.
Deze natuurvriendelijke oevers, waar de Oeverzegge vaak te vinden zijn, zijn enorm belangrijk voor onze flora en fauna. Omdat Nederland al eeuwenlang een nat gebied is geweest hebben de Nederlandse organismen zich grootschalig verbonden aan de oevers. Zo graaft de Waterspitsmuis Neomys fodiens een gangenstelsel in de oever, zowel in het natte als in het droge deel. Van de plantjes, die de Waterspitsmuis zijn holletjes in met zich mee meesleurt, maakt hij een nestballetje. Als er geen planten te vinden zijn kan hij dus niet in de oever leven.
In die oever kunnen ook veel dieren voedsel vinden. Allerlei kikkers profiteren uiteraard van een goed ontwikkelde natuurvriendelijke oever. En de Ringslang Natrix natrix kan hiermee wel verblijd worden. Een kikkertje voor de dorst gaat er bij de Ringslang wel in!
Ringslang Natrix natrix en Bruine kikker Rana temporaria
Amfibieën hebben oeverplanten nodig om hun eitjes af te zetten. Vele watervogels gebruiken oeverplanten om in te schuilen of kleine waterdiertjes in te vinden. Oeverplanten worden ook door vele dieren ter oriëntatie gebruikt, dit is met name voor libellen en vleermuizen van groot belang. Ook dienen de planten als uitzichtpunt voor allerlei dieren. Bijna alle libellensoorten hebben uitzichtpunten nodig om bijvoorbeeld op hun grote liefde te wachten of juist om een lekker hapje beter te kunnen zien.
Vele soorten zijn afhankelijk voor hun voortbestaan van de natuur in oevers. Oorspronkelijk zijn het de oevers waar de allergrootste variatie aan levensgemeenschapen over het algemeen te vinden is. Ook de menselijke ‘beschaving’ is ontsproten langs wateren. Denkt u hierbij maar aan de Egyptische Nijl.
De waarde van een oever wordt nog duidelijker als u zich beseft dat een oever opgedeeld kan worden in vele verschillende zones. Een zone met drijvende planten, een zone met waterplanten die in de bodem wortelen of geheel onder water staan, zoals Brede waterpest Elodea canadensis, een zone met helofyten die met de voeten in het water staan, zoals Riet Phragmites australis, en zoals de Oeverzegge dat in de winter beleeft. Ook de helofytenzone kan weer in meerdere zones opgedeeld worden omdat verschillende florasoorten op verschillende dieptes willen staan. Die zones veranderen ook naarmate we verder het land opgaan, omdat het water de grond onderaan de oever steeds iets minder beïnvloedt.
Door de aanwezigheid van al die gradiënten, waardoor standplaatsfactoren van elkaar verschillen en geleidelijk in elkaar overgaan, biedt de oever veel kansen voor variatie aan flora. Feit is dat als u nu een Oeverzegge in de oever ziet staan, u weet dat het niet alleen die Oeverzegge is die een natuurwaarde behelst, maar dat het eigenlijk veel meer betekent! Als langs een oever een verticale beschoeiing wordt gezet worden in één keer al die gradiënten doorbroken en is de levensrijkheid langs de sloot vermoord. Als een oever een dusdanige inrichting heeft waardoor de Oeverzegge er kan groeien, dan kunt u ervan verzekerd zijn dat de natuur hier met allerlei organismegroepen dankbaar gebruik van maakt om te kunnen leven.
Een beetje bewuste landinrichter gunt ook de mens het genot van oeverplanten langs de stedelijke sloten, want natuurlijke inrichting heeft onder andere een positief effect op menselijke gezondheid én gemoedsrust.
Elke oever ontwikkeld zijn eigen unieke combinatie aan standplaatsfactoren en ontwikkeld daardoor ook een ecosysteem met een eigen karakter. Wanneer de Oeverzegge een dominant onderdeel is van het Oeverkarakter kunt u ervan uitgaan dat de plant met zijn één centimeter dikke, uitgebreid vertakte en diep wortelende wortelstokken, de oeverlijn stevig in zijn greep heeft. Dit betekent dat er geen beschoeiing nodig is om de oever te behoeden voor afkalving. De krachtige oeverbescherming van de Oeverzegge is mede mogelijk door de weerstand van de plant tegen golven en peilwisselingen.
U kunt de plant zelf aanplanten door zoden of wortelstokken op de gemiddelde zomerwaterstand te plaatsen. Als de planten kunnen blijven staan dan zullen zij de tweede zomer die ze meemaken al enorm uitgebreid zijn en dan is er grote kans dat ze dé dominante soort op hun plek worden! Niet alle zeggesoorten zijn overigens zodevormend.
Voor de Oeverzegge is een periode van kou de belangrijkste voorbereiding voor het kiemen van zijn zaden. Zo zorgt de oeverzegge dat zijn kindjes op het juiste moment geboren worden. Vlak voor de winter is geen handig moment om geboren te worden als Oeverzeggeplantje. De zaden vallen ergens in het jaar op de grond maar zitten in principe op slot. Dit wordt de kiemrust genoemd. Wanneer het zaadje een langere periode van kou om zich heen ervaart zal hij, in tegenstelling tot de winterslapers onder de dieren, juist wakker worden. Komt de warmte los, dan komt de Oeverzegge los.

