“Een feestelijk aanpassingsvermogen”
Pinksterbloem – Cardamine pratensis (Lady’s Smock / Cuckooflower)
De afkomst van de Nederlandse naam van deze plant bevestigt waarschijnlijk uw vermoedens. De Pinkerbloem is vernoemd naar de feestdag Pinksteren. De vernoeming is ontstaan omdat de plant meestal bloeit rond Pinksteren. Het moment waarop de Pinksterbloem het meest krachtigst in bloei staat, komt niet altijd goed overeen met Pinksteren. Dit is natuurlijk toe te schrijven aan het feit dat Pinksteren elk jaar weer op een andere datum valt. En het feit dat Pinksteren elk jaar op een andere datum valt is weer toe te schrijven aan Pasen, dat elk jaar op een ander moment valt.
Pasen valt altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. De naam Pinksteren is afkomstig van het Griekse woord ‘pentekoste’, wat ‘vijftig’ betekent. Pinksteren valt op de vijftigste dag na Pasen, maar het moet wel op een zondag en een maandag vallen, dus dat is toch eigenlijk negenenveertig dagen geworden, precies zeven weken. Hemelvaartsdag valt precies op 4/5 van deze periode.
Andere namen voor Pinksteren zijn vaak verbonden aan bloesem en bloemen. Voorbeelden zijn: ‘Bloemenpasen’, ‘Roospasen’, ‘Bloemenoosteren’, ‘Bloeifeest’, ‘Snijfeest’, ‘Sinksen’, maar oorspronkelijk heette het feest gewoon het ‘Meifeest’. Dit was echter nog van voor het Christen- en Jodendom.
In oude tijden danste men rondom opgetuigde bomen. Niet met kerstballen opgetuigd, maar bovenin de stam werden lange kleurige linten vastgebonden. Met mei dansten de heidenen rondom deze meiboom en vierde en eerde hiermee de vruchtbaarheid van mei. Tegenwoordig is dit feest binnen het Paganisme nog steeds op een vergelijkbare manier levend. Het wordt Beltane genoemd en wordt, in tegenstelling tot vroeger, nu vaak op een vaste dag gevierd; de laatste dag vóór de maand mei aanbreekt. Vroeger stond Pinksteren ook voor de start van het trekseizoen der zigeuners.
Het Jodendom nam dit feestmoment als eerste over van de heidenen. In oorsprong was dit feest van de Joden ook gebaseerd op de natuur. Zij dankten voor de eerste oogsten van het land. In de tweede eeuw na Christus is het thema van dit feest veranderd en gingen de Joden het verbond van God met Israël en de in steen gekerfde Goddelijke wet van Mozes herdenken. Deze dag werd door hen het ‘Wekenfeest’ en de ‘Sjavoeot’ genoemd.
De Christenen waren de volgende, die met het meifeest aan de haal gingen. In het oude testament wordt het Wekenfeest en ook de naam Pinksteren genoemd, in het nieuwe testament wordt enkel over Pinksteren gesproken. De naam ‘Het feest van de Eerstelingen’ wordt in de bijbel ook wel gebruikt. De betekenis van Pinksteren voor het Christendom is afgeleid van de tweede Joodse invulling. Men spreekt echter niet van een Goddelijke wet in steen gegrift, maar van de Heilige Geest die in het hart van de apostelen gegrift werd. Deze apostelen konden vervolgens hun Christelijke wijsheid naar alle andere volken communiceren.
Halverwege de middeleeuwen heeft het feest zich onder het volk plaatselijk toch weer getransformeerd. Pinksteren werd een feest dat speciaal voor de Pinksterbloem werd gehouden. De bloei van de Pinksterbloem stond centraal en vormde de basis van een vast ritueel. Het was weer een feest van de vruchtbaarheid en daarom vooral gericht op de jongeren. Dit feest was met uitstek geschikt voor vrijgezelle jongeren om te flirten en in contact te komen met het andere geslacht.
Tijdens dit feest werd ook één jonge dame door de aanwezigen aangewezen als Pinksterbloem. Een andere naam voor de titel was ook wel Pinksterbruid. Deze dame werd letterlijk versierd met Pinksterbloemen en andere bloemen en ze kreeg altijd een kroontje. Deze menselijke Pinksterbloem symboliseerde de vruchtbaarheid van een nieuw begin en de aanvang van de zomer.
In de late middeleeuwen is dit Pinksterbloem-feest nog steeds levend, maar in Nederland getransformeerd in een variant. Kinderen gingen verkleed als Pinksterbloem de deuren af, zongen liedjes voor diegene die de deur opendeed, en vroegen dan om snoep of geld. In de achttiende eeuw werd de traditie steeds meer gezien als ongewenste bedelarij door de kerk en verdween het, op een enkele plek na. Op die paar plekken is de traditie tot op de dag van vandaag in leven gebleven, op de Waddeneilanden, plaatselijk in Zeeland en in enkele plaatsjes elders in het land.
Het is niet verwonderlijk dat juist deze Pinksterbloem zo wijdverbreid gevierd is in Nederland. Hoewel er ook sterke aanwijzingen zijn dat men vroeger allerlei andere planten die rond Pinksteren bloeiden, zoals Fluitenkruid Anthriscus sylvestris ook gewoon als Pinksterbloem aansprak!! De Pinksterbloem van nu kan dus ook enkel een overlevering zijn van de naam die vroeger door andere Pinksterbloemsoorten gedragen werd.
Toch is de echte Pinksterbloem (van nu) een plant die altijd zeer algemeen is geweest en op alle gronden kan groeien en misschien toch werkelijk als Pinksterbloem gediend heeft. In die vroegere tijden waar we het nu over hebben gehad, was deze Pinksterbloem wel op wat andere standplaatsen algemeen ten opzichte van tegenwoordig.
Vroeger waren vooral natte loofbossen, beekdalen, verlandingvegetaties in laagvenen en de knotbomen wit-roze gekleurd in april en soms in enorme roze aantallen. Tegenwoordig heeft ze voornamelijk het natte tot vochtige grasland gekoloniseerd. Bij nader inzien was grasland, weiland, hooiland en zelfs gazon ook wel erg prettig om in te leven volgens de Pinksterbloem. Ze is voornamelijk veel langs slootkanten terug te vinden, vlak langs de oeverlijn.
Ondanks het feit dat de Pinksterbloem tegenwoordig nog steeds zeer algemeen is, zijn het aantal exemplaren in ons land toch behoorlijk afgenomen in de laatste decennia. Dit is te wijten aan een toenemende ontwatering van Nederland, een toenemende bemesting van het land en een toenemende scheuring van grasland (Zie Zachte dravik). Als een grasland bemest wordt dan zullen de grassen, de Pinksterbloem vaak sterk beconcurreren.
Omdat de Pinksterbloem, na zijn bloei, in de zomer verder leeft als rozetblaadjes aan de grond, kan de plant goed tegen maaien in de zomer. Op oude begraafplaatsen worden nogal eens eeuwenoude Pinksterbloemweitjes in stand gehouden door een dergelijk laat maaibeheer.
De Pinksterbloem is de enige Nederlandse soort van zijn geslacht Cardamine, dat achteruit is gegaan in de laatste decennia. De Nederlandse geslachtsgenoten, Kleine veldkers Cardamine hirsuta, Bittere veldkers Cardamine amara, Springzaadveldkers Cardamine impatiens en Bosveldkers Cardamine flexuosa, zijn zelfs vooruitgegaan. Recent zijn er ook nieuwe geslachtsgenoten druk bezig met inburgering in Nederland, dit zijn Bolletjeskers Cardamine bulbifera en Eenbloemige veldkers Cardamine corymbosa.
Cardamine is wereldwijd een behoorlijk groot geslacht met naar schatting hondervijftig soorten. Het is in ieder geval het grootste geslacht van de Kruisbloemenfamilie Brassicaceae. Vele koolsoorten vallen onder deze familie en net zoals hen, en bijvoorbeeld ook de Bittere veldkers, kan ook Pinksterbloem gegeten worden. De blaadjes kunnen in saus verwerkt worden, zijn een scherpe smaaktoevoeging aan salades, lekker in pesto en kunnen ook als geurtoevoeging in een gerecht gebruikt worden. De smaak varieert van radijsachtig naar een zachtere smaak. Vroeger at men Pinksterbloem ook wel om scheurbuik tegen te gaan, vanwege de vitamine C. De vitamine C in Pinksterbloem scheen ook voorjaarsmoeheid te kunnen tegengaan.
De naam Cardamine stamt waarschijnlijk af van het woord ‘cardio’(logie) en ‘damao’, waarmee de naam ‘hart verzachten’ betekent. Vroeger werd de Pinksterbloem inderdaad gebruikt bij hartproblemen.
U kunt dit geslacht herkennen aan de hauwen waarin de zaadjes zitten. Als de hauw rijp is, betekent dit eigenlijk dat de hauw verdroogt raakt. Hierdoor ontstaat er een spanning op de zijkanten van de hauwen. Als dit lang genoeg doorgaat zal op een bepaald ogenblik de hauw plots in tweeën gedeeld worden en rollen de beide helften zich snel op. Door deze plotselinge actie worden de zaadjes in de hauwtjes grotendeels naar buiten geschoten. Ook de vorm van deze hauwen kenmerkt dit geslacht.
De vorm van de rest van de Pinksterbloem is niet uniform bij al zijn exemplaren. Het enige uniforme is het verschil tussen de stengelbladen en de rozetbladen. De stengelbladen zijn smal en staan in een aantal paren. De rozetbladeren zijn ovaal. De plant wordt meestal 50cm hoog en zijn stengel is hol en slank en de bloemen hebben altijd vier blaadjes en gele helmknoppen binnenin.
De variabiliteit is terug te vinden in de volgende feiten. De stengel is soms rond, soms kantig, de stengelbladen zijn soms zittend, soms kort gesteeld, de stengel is meestal kaal, maar soms iets harig, de bloemkleur varieert van roze tot wit en heel soms paars. Er worden ook exemplaren aangetroffen die zichzelf vegetatief kunnen voortplanten, terwijl andere exemplaren dit niet kunnen.
De vegetatieve voortplanting volstrekt zich door broedknoppen. Broedknoppen zijn deeltjes van een plant, bijvoorbeeld gewone bladeren, waarop plotseling kleine knoppen gaan groeien die zelf kunnen wortelen. Op een dag laten ze los en worden ze een nieuwe plant. Deze Pinksterbloemexemplaren maken aan hun voet kleine blaadjes, het zijn eigenlijk niet eens knoppen, die zich al wortelen terwijl ze op de moederplant zitten. In hun bladsteeltje zit een zwak gewrichtje ingebouwd die op een gegeven moment zal breken, waarna een geheel nieuwe plantkloon naast de moederplant zelfstandig verder leeft.
Pinksterbloem heeft deze techniek niet zomaar ontwikkeld. Het is gedaan om het probleem van de vele ongeschikt kiemplekken in zijn waterrijke omgeving te omzeilen! Zaad kiemt niet onder water. Deze variant op de Pinksterbloem wordt soms wel, soms niet, als ondersoort gekenmerkt en duikt alleen op in verlandende moerassen. Er is wel een naam gegeven aan deze variant: Moeraspinksterbloem Cardamine pratensis subsp. Dentata.
De Pinksterbloem is een sterk karakter in de plantenwereld. Haar kracht ligt waarschijnlijk in haar aanpassingsvermogen. De Germanen zagen ook dat de Pinksterbloem een erg sterke en bijzondere kracht heeft. Zij noemden de plant Muttergottesblume, waarmee zij verwezen naar hun Godin Freya.
Tegenwoordig noemen de Duitsers de plant Wiesenschaumkraut, wat Weilandschuimkruid betekent. Deze naam is gekozen vanwege een opvallende ecologische verbinding.
Op Pinksterbloem is nogal eens schuim van de Schuimcicade Philaenus spumarius aan te treffen. Deze ogenschijnlijke rochel is afscheiding van de schuimcicadelarve die op de plant leeft. Dit Schuimbeestje leeft graag in dit rochelnestje. Het schuim wordt al eeuwenlang door de mens ook wel koekoeksspog genoemd. Dit is vanwege een legende over de koekoek (Zie Dagkoekoeksbloem). Daarnaast is de Pinksterbloem ook een geliefde bloem voor verschillende andere insecten, die hun buikjes kunnen vullen met honing dat uit twee honingkliertjes uit de bloem komt.
Maar het laatste woord is nog niet gezegd over Duitsland. In Duitsland gingen verhalen de ronde dat als u de Pinksterbloem zou plukken, u samen met uw gehele huis en haard door een blikseminslag gestraft zal worden. Ook in Frankrijk was het uit den boze de van april tot juni bloeiende Cardamine des prés te plukken. De Adder Vipera berus houdt zó ontzettend van deze bloem, vertelde men, dat als u de Pinksterbloem plukt, dan zal de Adder u binnen een jaar komen opzoeken. In naam van de Pinksterbloem zal zijn wraak niet zoet zijn!

De Germanen noemden haar Muttergottesblume, mijn moeder van 77 jaar noemt haar Mariateentjes.
Mooie site!!
Bedankt voor de reactie 🙂
Ja deze Pinksterbloem past helemaal bij Beltane. In het Christendom wordt met Pinksteren de uitstorting van de Heilige geest gevierd. Wat zijn er ook nog veel soorten en zo veel weetjes rondom de Pinksterbloem. Leuk om te lezen!
Onze gemeenschappelijke taal heet Moeizaam Engels
21 mei 2021
PAULIEN CORNELISSE
IN 150 WOORDEN
Met Pinksteren vieren we dat de apostelen slash discipelen ineens alle talen ter wereld konden spreken, om zo het verhaal van Jezus te vertellen aan iedereen die maar luisteren wilde. Handiger was geweest als destijds van hogerhand was besloten dat iedereen ineens één taal sprak, daar heb je op termijn meer aan. Maar goed, wat weet ik ervan, misschien was dit al moeilijk genoeg om voor elkaar te krijgen.
Inmiddels hebben we zelf moeten regelen dat we dezelfde taal spreken. Die gemeenschappelijke taal heet Moeizaam Engels. Hoe passend dat het Songfestival dit jaar in het pinksterweekend valt. Want juist bij het Songfestival kunnen we het Moeizaam Engels in al zijn glorie beluisteren. De meeste liedjes zijn er helemaal in geschreven, andere bevatten alleen een voorzichtig ‘baby baby’, maar in principe brengen alle kandidaten hulde aan onze universele taal. Alleen de uitroep ‘douze points’ blijft nog bestaan, als een herinnering aan de tijd dat we elkaar nog niet verstonden.