“Droog geluk”
Hazenpootje Trifolium arvense (Hare’s-foot clover)
Ergens tussen het gras kunt u een klein plantje vinden met een fluweelzachtharig bolletje. Meestal blijft het niet bij één roze-fluwelen bolletje. Wanneer u het plantje vindt, omringt het zich regelmatig met meerdere Hazenpootjes. Het resultaat is een zacht bedje van roze-fluwelen hazenpootjes. Wanneer u de bolletjes betast zult u zich veilig en beschermd voelen. Het is haast alsof u een kind bent en toegedekt wordt, terwijl u warm bent van de douche en klaar bent voor het bedje.
Zo’n lieflijke bescherming is alom aanwezig in deze tegelijkertijd gruwelijke wereld. Wij mensen kunnen kiezen voor zo’n wereld. Een zachte wereld, zonder “Gunshots in the air”. Maar om een afweer te creëren tegen hardheid, worden wij allen min of meer verhard. Dit plantje, het Hazenpootje kan u beschermen op zachte wijze, dus ga eens tussen het gras zitten en voel en zie hoe zacht de wereld óók kan zijn.
Wellicht is het van belang u op de hoogte te brengen dat Hazenpootje veelal op regelmatig omgewerkte bermen in de stad te vinden is. Wanneer u naast de N-weg op uw kont zit te genieten van deze bloemhoofdjes wil ik u aanraden een oranje hesje te dragen. Als dit toch wat onwennig is, heeft u alternatieven. Anderzijds is dit plantje kenmerkend voor het natuurtype van droge graslanden op zandgronden en tevens van droge heide.
U bent verzekerd van een zomer- of herfstwandeling aangezien Hazenpootje als enige klaversoort pas ná Litha (zomerzonnewende) tot bloei komt. Een geschikte plant om uzelf op magische wijze te beschermen tegen de afname van het licht. Na afloop kunt u het Hazenpootje in uw linkerschoen doen als u wegloopt. Vergeet niet dit te vergeten, want als u het niet vergeet zal de magische kracht zich niet doen gelden. Pas als u de aanwezigheid van het Hazenpootje onder uw pootje vergeet zal zijn geluk tot u komen.
Net zoals u het Hazenpootje in uw linkerschoen moet doen voor geluk, bracht de slavernij via Afrikaanse Hoodoo het idee mee van het Hazenpootje. Maar het was wel belangrijk dat het linker achterpootje van een haas die geschoten is op een begraafplaats met een zilveren kogel op een regenachtige vrijdag de dertiende met volle of nieuwe maan geluk zal brengen. Dit pootje zal geluk brengen aan diegene die het ontvangt, niet voor de jager dus.
Inmiddels geeft elk plastieken hazenpootje geluk, als dat op het labeltje staat. Trap daar niet in, maar trap een grasland in.
U zult opmerken dat het plantje, het Hazenpootje, ook een andere voorjaarscollectie heeft naast de zomercollectia. Het is namelijk zo dat hij van verschijning verandert in de loop van de maanden. Voor het bolletje officieel geslachtelijk in bloei staat, is het plantje donkerrood aangelopen. Tijdens de bloei verandert de kleur naar grijsviltig. In het gras en in stedelijke gebieden komen tijdens die bloei vooral vlinders en bijen op het bloemetje af. De kelkbuis is echter wel zó nauw dat niet alle insectjes hier prettig uit drinken.
Icarusblauwtje Polyommatus icarus op Zwarte mosterd Brassica nigra
In graslanden zal het gelukkig nog steeds algemeen voorkomend Icarusblauwtje Polyommatus icarus op verschillende klaversoorten zoals Kleine klaver Trifolium dubium, Hopklaver Medicago lupulina, Gewone rolklaver Lotus corniculatus var. corniculatus en Hazenpootje Trifolium arvense, haar eitjes bovenop de bovenzijde van de blaadjes afzetten. Icarusblauwtje verkiest ook wel eens het Kruipend stalkruid Ononis repens subsp. Repens.
Kruipend stalkruid Ononis repens subsp. Repens.
De kleine larfjes van het icarusblauwtje eten niet van de nerven van Hazenpootjesbladeren, maar mineren tussen de bladnerfjes. Als de larfjes groter zijn gegroeid dan gaan ze ook van de buitenkorst van het blad te eten. Als de larfjes weer iets groter zijn en een behoorlijke groene rups zijn geworden, dan vreten zij zelfs de hardere nerven op en misschien als toetje op de taart ook nog het steeltje van het blad.
Komt u nu eens met me mee, diep het bos in naar een mooie open plek. En diep in dat bos, op een open plekje waar op de grond lekker gepicknickt kan worden zal dat Boswitje Leptidea sinapis wel eens om u heen kunnen vliegen.
Boswitje Leptidea sinapis is uit de groep van de dagvlinders van “witjes” de meest witgekleurde soort. Het mannetje heeft een zeer lichtgrijsgekleurde vlek aan de top van de vleugels, net zoals het Oranjetipje daar een oranje vlek heeft. Maar de vrouwtjes van het Boswitje hebben enkel een donkerWITgekleurd geaderd patroon.
Die Boswitjes leven in het bos… zoals uw donkerbruine vermoedens uit het koffiedikkijken al aangaven. Om precies te zijn, op open plekken in een bos. Bossen op voedselarme gronden hebben wel eens heidegebiedjes op open plekken Als het Hazenpootje daar op zo’n droge heide leeft, dan kan dat Boswitje dat Hazenpootje opzoeken om haar eitjes op af te zetten. Daarom leeft het Boswitje ook niet midden in het bos, maar juist op de open plekken in het bos.
Het Boswitje gaat hard achteruit, vanwaar het geschikt zou zijn dat natuurbeheerders of ‘bermbeleidschrijvers’ uit het zuiden van Nederland meer voedselarme open laagbegroeide plekken in het bos in stand moeten houden waar ook het Hazenpootje kan leven. Uiteraard dragen overmatige meststoffen wel bij aan de achteruitgang van dit type grond. Het Hazenpootje zelf gaat landelijk bekeken echter niet achteruit in zijn voorkomen.
Maar zoveel Boswitjes leven er niet meer in Nederland. De meeste Boswitjes zijn dakluizen afkomstig uit België. Ze zwerven vanuit België wel eens naar Nederland. Met de nadruk op wel eens, aangezien in Nederland dit plantje de status van een onregelmatige standvlinder heeft. Boswitje-mannetjes gaan graag gezellig met elkaar naar hun type café. Daar drinken zij gezellig samen wat en vertrekken zij naar hun vrouwtje of gaan ze er één zoeken. Zij drinken gewoon uit een bospoeltje en dat doen zij omdat ze er noodzakelijke zouten mee binnen krijgen voor hun voortplanting. Ook een bospoeltje is dus van belang voor het voorkomen van het Boswitje.
Het behouden van genoeg open plekken met waardevolle vegetatie kan moeilijk zijn als dieren die verse plantjes opeten en er te weinig alternatieve open plekken zijn. Veel vee vermijdt echter het Hazenpootje. Het Hazenpootje is niet smakelijk voor de Rund Bos taurus. De koe of stier wordt wel eens betrapt op het eten van Hazenpootje wanneer de koe of stier lijdt aan galziekte. Dat wijst erop dat het plantje waarschijnlijk een bepaalde rol speelt bij de genezing van het rund.
Bij de mens is eigenlijk niemand meer bezig met geneeskrachtige Hazenpootje-planten. De plastieken Hazenpootjes en afgeleiden zijn zelfs populairder. De geneeskracht is inmiddels klaarblijkelijk unaniem als foutief bestempeld. Ook de homeopathie en andere natuurgeneeskunde is niet meer met de plant bezig.
Vroeger dacht men dat gezwollen liezen ermee genezen kon worden en koorts en diarree minder wordt. U heeft misschien al een donkerbruin vermoeden dat die diarree ook inderdaad minder wordt, en dat is waarschijnlijk ook zo, maar er zijn gewoon veel meer betere middels ertegen, ook planten. Planten zoals Dauwbraam Rubus caesius, Framboos Rubus idaeus, Fijnstengelige vrouwenmantel Alchemilla filicaulis, Oregano Origanum vulgare (Officieel wel Wilde marjolein genoemd), Aardappelplant Solanum tuberosum en Tormentil Potentilla erecta kunnen tegen diarree werken. Maar er zijn er meer.
Hazenpootje smaakt naar gras en de wortels gaan soms wel twee keer zo diep de grond in dan het plantje hoog is. Waarbij de wortels een maximum van 50cm diep hebben, terwijl het plantje een maximum van 30cm hoog heeft.
Een dertig centimeter hoog plantje is van geschikte afmeting voor het gebruik in een droogboeket. Dit plantje komt zelf ook graag in het droge voor en blijft in de winter vaak een beetje droog staan. Hazenpootje leeft ook maar één of twee jaar dus overal waar zij voorkomen veranderen zij ’s winters in winterstaanders. Ziet u het voor zich?
Bedenkt u de volgende keer wanneer u zich bijvoorbeeld tussen het Biggenkruid Hypochaeris radicata, Smalle weegbree Plantago lanceolata, Zandblauwtje Jasione montana en Grote tijm Thymus pulegioides bevindt, en u het Hazenpootje vindt, dat misschien wel het Snuitkevertje Tychius polylineatus in de buurt kán zijn. Aan de toppen van het stengeltje van Hazenpootje kunnen kleine galletjes aanwezig zijn waarin haar rupsjes zich verpoppen. Het wordt uiteindelijk een berge-kleurig kevertje met een lange snuit.
En die blies dit verhaaltje…



Wat een boeiend relaas, dank voor de vermakelijk verpakte natuur wetenswaardigheden 😊. Ik stuitte op dit verhaal, op zoek naar het Hazenpootje, waarvan ik zojuist de naam heb ontdekt. Het plantje kende ik in gedroogde vorm, altijd leuk om er meer van te weten.
Veel natuur genieten gewenst
Ivon