“Aanwending van de duistere zuster”
Sleedoorn – Prunus spinosa (Blackthorn) [Schlehe]
Bij de opening van de bloeitijd in maart wordt deze inheemse struik enthousiast ontvangen in de Nederlandse natuur. Zweefvliegen, honingbijen, metselbijen, zandbijen en vliegen hechten o.a. belang aan deze struik. In de meestal nog kale natuur van maart groeit de witte bloeipracht van de Sleedoorn uit tot een natuurschat waar de insectjes hun lentekriebels van terugkrijgen. Het stuifmeel zorgt voor blije bijtjes en het grauwe bruine aangezicht van het bos krijgt de eerste witte vlekken over zich heen geworpen en vormen het geloof dat de lente er toch echt aan zal gaan komen.
De eerste lentetekenen zoals sneeuwklokjes (Galanthus nivalis), gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis) of winterakonietjes (Eranthis hyemalis) wakkeren wellicht de eerste vlammetjes van vertrouwen aan, maar sleedoorn is een behoorlijk grote struik en soms een kleine boom. De bloemetjes op zichzelf zijn wellicht klein maar de bos bloemen werpt een omvang van kleur het bos in wat voorbij gaat aan voorzichtige hoop op lente.
In april krijgen de witte vlekken gezelschap van vele net uitlopende frisgroene blaadjes van struiken en bomen zoals de veldesdoorn (Acer campestre) en eenstijlige meidoorn (Crateagus monogyna). De gele bloei van wilgensoorten (salix spec.) is inmiddels ook al doorgedrongen.
De sleedoorn vormt vooral een breed uitgroeiende kroon. Het witte beeld is ook mooi omdat de bladeren nog niet eens aan de struik zitten.
En zo draagt deze struik de kracht van opgewektheid in donkere tijden in zich. Bloeien vanuit het niets… Maar daarnaast symboliseert deze struik ook wel degelijk vele duistere aspecten van het leven. De struik draagt doorns en wordt mede daarom gekoppeld aan verwondingen, oorlog en zelfs de dood. De struik staat symbool voor de donkere helft van het jaar, zwarte magie en het lot.
Deze aan mars gebonden struik ligt in de klauwen van Morrigan, Dagda of Thor om duisternis in de wereld te brengen. In divinatie kan de struik dus wel degelijk een slecht voorteken zijn, maar in bloei is hij dat wellicht niet. De kracht van de struik is het accepteren van de duisternis, maar gecombineerd met verandering en het omvormen van destructief denken. Om dit soort krachten te gebruiken van de struik is het mogelijk om kransen, amuletten of wandelstokken ervan te vervaardigen.
Overigens is de struik ook gewoon op een aardse manier goed te gebruiken ter afweer van het slechte door ze aan te planten rondom een erf. Overige toepassingen zijn bijvoorbeeld de toepassing van inkt dat uit de doornen is onttrokken! Ja… bijzonder.. Of door bijvoorbeeld de rode kleurstof uit de bast te onttrekken. Aan de buitenkant van de bast van een jonge boom is een purperzwarte kleur te ontdekken als u goed kijkt. De oude boom heeft een fijn geruwde bast.
Verder zijn uiteraard de paars of gele bessen van deze struik/boom opvallend. Het is immers een kersensoort (Prunus). De prunussen komen uit de rozenfamilie (Rosaceae). De besjes kunnen helaas niet vergeleken worden met Amarena-kersen. De rauwe besjes smaken in de verste verte niet naar dat soort kersen. De rauwe besjes smaken wrang, waarnaar de struik vernoemd is. Slee betekent namelijk wrang. Toch slaat de naam sleedoorn ook wel op het feit dat men de slee meestal net kan opbergen als de sneeuwwitte bloei zichtbaar wordt in Nederland.
De sleedoorn hoort vooral thuis in vochtig loofbos zoals bijvoorbeeld een Essen-Iepenbos, maar ook een Eiken-Haagbeukenbos. In het bos is hij vooral aan de bosranden te vinden of daar waar het bladerdak wat meer licht door laat. Hij staat vooral op die half-lichte plekken en kan een overgangssoort genoemd worden. De sleedoorn is dus geen pionier, maar ook geen climaxsoort in de successie en zit ertussenin.
Naast het feit dat de struik een belangrijke nectar- en stuifmeelleverancier is voor vroeg vliegende bijen of zweefvliegen is de struik bijvoorbeeld ook erg nuttig in een bos bij het voorkomen van hellingerosie. Dijktaluds of hogere delen van uiterwaarden die ’s winters overstromen zijn onderhevig aan erosie. Sleedoorn beperkt de grondverschuiving.
In de dierenwereld is de sleedoorn van groot belang voor de vlinder sleedoornpage (Thectla betulae). Voor de sleedoornpage is de sleedoorn het kraambed en de peuterspeelzaal. Verder hebben we nog de pruimenbladgalmug (Dasineura tortrix) die uiteraard ook op de pruimenboom (Pruns x fruticans) voorkomt. Net zoals de pruimenbladgalmug komt ook een schimmelende parasiet tevens op de pruim voor. De sleedoornsatijnzwam (Entoloma sepium) is een biotrofe parasiet op beide soorten, maar is inmiddels zeldzaam en bedreigd in Nederland.
De sleedoorn leek nog nauwer verwant aan de Europese cultuurpruim (Prunus domestica) dan aan andere kersen zoals bijvoorbeeld Zoete kers (Prunus avium) of Zure kers (Prunus cerasus). Men dacht dat de eetbare pruimen per toeval ontstaan waren in de Kaukasus uit kruisingen van de sleedoorn en de kerspruim (Prunus cerasifera). Echter zijn er in de loop der jaren meer bewijzen gevonden voor de theorie dat de eetbare pruimen puur ontstaan zijn door evolutie van enkel de kerspruim.
De besjes van de sleedoorn zijn rauw niet lekker zoals de sappige eetpruimen, maar bereid kunnen ze zeker goed te eten zijn! U kunt de bereiding zelf uitvoeren of de natuur deels laten helpen. De besjes dienen namelijk eerst bevroren te worden. De nachtvorst kan dit klusje voor u klaren of u bevriest ze zelf. Vervolgens is het koken nodig en zullen de pitten verwijderd moeten worden. De besjes zijn gevuld met ingrediënten als koolhydraten, vruchtenzuren, tannine, pectine, vitamine C en prunicyanine.
Vervolgens is het geschikt om jam te maken. Gebruik hiervoor de volgende verhouding: sleedoornbessen : suiker : zure appelen = 4 : 4 : 1. Verder is het mogelijk om taart, azijn, siroop, gelei, jenever, wijn of vruchtensap van de besjes te maken. Een nadeel is de natuurlijke verhouding van vrucht/pit; de pit is helaas veel te groot in vergelijking tot het vruchtvlees. Voor vogeltjes is dit geen probleem, want de besjes worden nog steeds grootschalig uitgepoept door hen.
Door drie gram besjes, een afkooksel van een handje bessen of een siroop van de besjes kan vele lichamelijk problemen oplossen. De besjes schijnen geneeskrachtig te zijn bij vele kwalen zoals wormen, constipatie, blaasontsteking, diarree en gorgelend voor tandvlees- en mondslijmvliesontsteking. De besjes schijnen ook effectief te zijn bij een algemene zwakte van het lichaam. Te veel besjes eten is nooit goed.
De witte bloemen kunnen weer een geneeskrachtige rol spelen bij vermoeidheid, verkoudheid, constipatie bij kinderen en huidaandoeningen. Er zal thee gezet moeten worden van ongeveer 5 gram bloemen en dan afhankelijk van de kwaal kan de huid gewassen worden of de thee kan opgedronken worden.
Wellicht voelt u zich schuldig om die natuurlijk waardevolle bloemetjes voor uw eigen jeugdpuisterige gezicht weg te pikken. U kunt ook gewoon een stokje afbreken en daarop gaan kauwen als een soort zoethoutstengel. Naar zeggen kan dit uitstekend helpen tegen puisten!
Vraag dit wel even aan de sleedoorn. De sleedoorn kan gezien worden als de duistere zuster van de meidoorn (Crateagus spec.) en kan een duistere wereld in uw leven brengen als u haar niet goed behandeld. De meidoorn is de lichte zonnige zus, de sleedoorn de donkere duistere zus. Als u deze sleedoorn en kracht van Morrigan eerlijk en ten goede inzet heeft u niets te vrezen van het duister en kan het u alleen maar verder helpen! Voel de hoop in de duisternis!
