”De lange onderlip van een bosrand”
Valse salie – Teucrium scorodonia (Wood Sage)
Valse salie is ongeveer een halve meter hoog, heeft een vierkante stengel, onder de grond vrij dikke uiltopers en boven de grond bloemen die in paren staan. Maar deze paren staan wel allemaal boven elkaar waarmee gezamenlijk één lange bloeitros gemaakt wordt die meestal in zijn geheel één kant op gericht is.
Het grappige van deze plant is dat hij een extra lange vijflobbige onderlip heeft. Die onderlip is onderdeel van de gelige bloem. Zijn onderlip heeft vier tanden. Het is een lange hangende onderlip, waarvan de middelste lob onderop extra groot is. Onder de bloem zit een heel goed herkenbaar dingetje. Hier vindt u altijd een verzakkinkje van de kelkbuis! De gekleurde bloem zit altijd vast aan een groene kelk met een buisvormig deel, genaamd de kelkbuis. Maar onderaan die kelkbuis zit dat verzakkinkje, een opgezwollen deeltje. Die kelk laat bovenaan, rondom de bloemkroon, duidelijk zijn tanden zien, bijna alsof hij in de bloemen bijt.
Wat het uiterlijk van dit kruid nog vreemder maakt is het feit hij geen bovenlip heeft. Op de plek waar normaal een bovenlip thuishoort bij soorten uit de Lipbloemenfamilie Lamiaceae, lijkt die bij Valse salie te ontbreken. De waarheid is dat de bovenlip er wel degelijk zit, maar het is een zeer korte in tweeën gespleten bovenlip, die vergroeid is met de onderlip. De bruinpurperachtig gekleurde meeldraden steken daar wel duidelijk uit de bloem om stuifmeel mee te kunnen geven aan voorbijgangers. Die voorbijgangers worden gelokt door een geheimzinnig aroma die ook door u ruikbaar kan zijn, mits uw neus onverstopt en in de buurt is.
Wat betreft de naam komt natuurlijk de Echte salie Salvia officinalis wel heel erg in de buurt. Onze Teucrium scorodonia is Valse salie genoemd, niet omdat hij op de Echte salie lijkt, maar omdat zijn gebobbelde blaadjes ontzettend op die van de Veldsalie Salvia pratensis of Bossalie Salvia nemorosa lijken. Maar verder heeft Valse salie helemaal niks met Salie Salvia te maken! Valse salie valt in het geslacht der Gamander Teucrium, net zoals bijvoorbeeld de Berggamander Teucrium montanum, Trosgamander Teucrium botrys of de Moerasgamander Teucrium scordium. Binnen dit Gamander-geslacht is de éénlippigheid van de bloem niet vreemd en juist hetgene wat hen ter herkenning bindt.
Deze geslachtsnaam Teucrium komt uit een oude sage. Het hoofdpersonage is de broer van Ajax. Teucros was de naam. Teucros was een Trojaanse koning die volgens het verhaal als eerste ontdekte dat dit geslacht vele positieve eigenschappen bezat.
Valse salie heeft dezelfde genezingskrachten als Echte gamander Teucrium chamaedrys als het gaat om het verteringsstelsel. Daarnaast heeft Valse salie ook een zweetdrijvende (diaforetisch), urinevormende (diuretisch), menstruatie-onderbrekende (emmenagoog), een wondhelende (wrijf het verse blad fijn en breng aan het op de wond, de wond zal dichtkruipen) en een scheet-stimulerende (carminatief) werking.
Ook kan de plant door mensen via simpele volksgeneeskundige kennis gebruikt worden bij bloedziekten, koorts, verkoudheid, huidproblemen, eetlustgebrek en hoest of slijm in de luchtwegen. Dit laatste kan bereikt worden door verse of gedroogde kleingesneden blaadjes in kokend water te laten intrekken en vervolgens het water zonder de blaadjes met honing lauw op te drinken. De genezing voltrekt zich door het regelmatig te drinken.
Als u geen honing in de thee zult doen, dan zal de ware smaak van Valse salie uw smaakpupillen kriebelen. De smaak van Valse salie komt dichtbij die van Hop Humulus lupulus. Het schijnt zelfs zo te zijn dat Valse salie beter en vooral sneller zou kunnen functioneren bij de aanmaak van bier dan dat Hop dat kan. Valse salie wordt door slimme kleine brouwers ook gebruikt ter vervanging van Hop. De reden dat Valse salie geen basisplek heeft komt door de minder lustopwekkende kleur die het meegeeft aan bier.
Valse salie is in oorsprong een plant die carbonaat vermijdt. Om deze plant daarom als indicator voor kalkarme of ontkalkte bodems te zien is een gevaarlijke conclusie. Er zijn namelijk aangepaste ondersoorten van de soort gevonden die in uiterlijk hetzelfde zijn, maar die zich aangepast hebben aan kalkgrond. In Nederland kunt u er op zich wel vanuit gaan dat als u Valse salie aantreft, de kans zeer gering is dat er een kalkhoudende grond onder uw voeten is. Onder uw voeten zal waarschijnlijk wel zand, leem of steen te vinden zijn. Het plantje neigt vaak te groeien op droge, voedselarme grond.
Wat betreft de verticale structuur van de ideale omgeving van Valse salie valt wel wat te vertellen. In natuurlijke omstandigheden loopt de verticale structuur van een bosrand geleidelijk van hoog naar laag. Dit betekent dat vanaf het bos gezien, de rand allereerst een overgang laat zien van hoge bomen van het bos, naar verjonging van de bomen die tussen struiken te vinden zijn. Deze natuurlijk brede struikenzone wordt een mantelvegetatie genoemd. De mantelvegetatie van droge, voedselarme, zanderige, zure bossen is nogal eens door Brem Cytisus scoparius begroeid.
Deze mantelvegetatie gaat langzaam over in een zone met wat hogere kruiden. Hier wordt een nieuwe zone onderscheiden, wat de zoomvegetatie wordt genoemd. Ook deze zoomvegetatie gaat over in wat lagere kruiden tot aan het open terrein dat bijvoorbeeld (in een natuurlijke situatie) door een omgevallen boom is ontstaan. In het wat lagere deel is bij Valse salie-zomen ook nogal eens Gewoon struisgras Agrostis capillaris of Zandstruisgras Agrostis vinealis te vinden.
Valse salie voelt zich erg comfortabel in een dergelijke zoomvegetatie. Vanwege hun behoefte aan een droge, voedselarme en zure (vaak zanderige) grond staan de Valse salie en de Echte guldenroede Solidago virgaurea vaak zij aan zij in de zoomvegetatie van zo’n droog, voedselarm en zuur, zanderig bos. Dit geeft natuurlijk een prachtige belevingswaarde aan de bosrand. Naast een esthetische functie is een bosrand met zo’n zoom-mantel-kern ook ecologisch erg waardevol. De soortenrijkdom kan hierdoor in bossen sterk oplopen, onder andere doordat vlinders hierdoor ook een heerlijk leefgebied hebben in een verder overwegend schaduwrijk ecosysteem.
Goede boswachters proberen daarom met maatregelen de ontwikkeling van een goed ontwikkelde bosrand te stimuleren. Door in zo’n bosrandzone nog meer verticale structuurvariatie te creëren door ook voor inhammen te zorgen in de vegetatie ontstaan er plekjes in de windluwte, en daar zijn vele insecten dol op!
In een natuurlijke situatie zal die bosrand altijd naar buiten uitbreiden. Dit wandelende bos is in Nederland meestal ongewenst, dus zullen zo ongeveer eens per tien jaar wat boompjes en struiken weggehaald moeten worden en moet er ongeveer eens per vijf jaar gemaaid worden in de zoom-zone. Dit alles om de gezonde overgangssituatie in stand te houden. Zo’n gezonde situatie is optimaal als er een ruimte van zo’n dertig meter voor de mantel en zoom gereserveerd blijft, aan de zonzijde, en zo’n tien meter aan de schaduwzijde (noord).
De bosrand kan ook op een wat natuurlijkere manier in stand worden gehouden. Als er genoeg grote beesten rondlopen die de bosrand terug kunnen eten, maar net genoeg zodat de bosrand niet helemaal opgegeten wordt, kunnen zij de situatie ook in stand houden. Als er konijnen in het gebied leven zal de Valse salie daar geen last van hebben. Konijnen mijden deze plant. Dit is erg bijzonder want konijnen vreten haast alle plantjes.
Opzettelijke kaalkap plegen midden in het bos, kan wanneer bovenstaande rand in het plan geïntegreerd is, een bos veel vitaler maken en rijker aan flora- en faunasoorten. De Valse salie is een voorbeeld van een vrolijke plant bij zoom-mantel-kern-beheer. En als de Valse salie vrolijk is dan zijn er nog veel meer andere diertjes ook vrolijk! Zo zijn allerlei Vliesvleugeligen-soorten Hymenoptera, zoals bijen en wespen, ook erg blij gemaakt en zorgen zij in de voorbijgang voor de bestuiving van Valse salie wanneer deze in juli en augustus in bloei staat.
De Grote wolbij Anthidium manicatum is een vrij zeldzame, maar onbedreigde bij die vrolijk wordt van Valse salie. Dit bijtje is van onderen witgekleurd en de borstharen zijn roodbruin. Aan zijn flanken en op zijn snuit heeft hij wat gele streepjes, wat hem aan een wesp doet denken. Zijn vliegtechniek doet juist weer denken aan een zweefvlieg. Toch is het een bij. Eén die graag op Valse salie vliegt, maar niet alleen om voeding op te halen. Deze Grote wolbij verzameld haren van plantjes. En haren heeft Valse salie ook in de aanbieding. Met zijn harenverzameling bekleedt de Grote wolbij zijn nestje ter comfort van de kids.
De Turkse uil Chrysodeixis chalcites heeft Valse salie als waardplant. Deze Turk heeft een gouden glans en een zilveren vlek op zijn voorvleugels. In Nederland vliegt deze nachtvlinder met enige regelmaat langs tijdens zijn trek. Het is vooral de glastuinbouw die dit opmerkt, aangezien hij zich wel eens als plaag kan ontpoppen in die comfortabele warme kassen in de periode juni tot oktober. Ze komen vooral veel in Zuid-Europa voor en worden vaak uit deze landen onopzettelijk geïmporteerd via andere planten. De Turkse uil heeft diverse waardplanten, ook Tabak Nicotiana tabacum is er één van.
Valse salie komt ook in andere delen van Europa voor, voornamelijk in de delen waar een zeeklimaat heerst. Valse salie staat vaak in bosranden, maar sommige type bossen zijn licht genoeg om Valse salie ook echt een plek te geven in de bosvegetatie, dit is bijvoorbeeld bij een bos waar Zomereik Quercus robur dominant is mogelijk. Bijzondere standplaatsen van de Valse salie zijn bijvoorbeeld verlaten akkertjes in kalkarme duinen, mijnsteenbergen, zandgroeven of zanderige dijken.
Maar ook aan het leven van de Valse salie zit een einde. Ondanks dat, blijft hij na zijn dood meestal nog langer dan een jaar gewoon rechtop staan. Daarom wordt Valse salie ook wel een winterstaander genoemd.

Wat een fantastische en heerlijke site! Dank voor deze inspanning.