Gewone dotterbloem Natuurlijke situatie

Het overvloedige stuifmeel van de Gewone dotterbloem zorgt in het voorjaar langs waterkanten voor een zeer talrijk insectenbezoek.

 


 Voorkomen

Inheems: Ja

Zeldzaamheid: Algemeen

Provincies: Overal, maar zeldzaam in Zeeland en Flevoland.

Wereldschaal: Noord-Amerika, Europa, Azië, IJsland.


Natuurlijke standplaats

Natuurtype: Elzenbroekbos, beekarmen, rivierarmen, bronbossen, spoorsloten, grienden, Dotterbloemgrasland (zeldzaam), rietland.

Standplaats:

natte oevers

soms overstroomde grond

bij opkomend kwelwater

Chemie standplaats:

Zuurstofrijk water.

Voedselrijke, maar liever niet bemeste grond.

Houdt van ijzerrijk water.

 Buurplanten:

Riet Phragmites australis

Waterkruiskruid Senecio aquaticus

Echte koekoeksbloem Lychnis flos-cuculi

Moerasvergeet-mij-nietje Myosotis scorpioides

Moerasstreepzaad Crepis paludosa

 


 Ecologie

Waardplant voor: Mineervlieg Phytomyza calthophila

 Van belang voor:

Dotterbloemoermot Micropterix calthella: Nachtvlinder van 1 cm die de helmknoppen openbijt en het stuifmeel opeet.

Torkruidhaantje Prasocruris phellandrii: Oranje-zwarte kever die vaak in aanspoelsel is te vinden. Na zijn winterslaap kruipt hij vaak richting de Dotterbloem om aan de bloemdekblaadjes te gaan eten.

Diverse insectensoorten, aangezien de plant vroeg in het jaar heel veel nectar levert.

Ze worden bedolven onder het stuifmeel en bevruchten andere bloemen.


Schimmel 

Roest op blad.