Spinverbinding

In stedelijke afzondering verkeer ik in een verdiepende sereniteit. Weg van de menselijke verbinding en in de diepgang van de natuurlijke verbinding.

De politiesirene verstoort mijn innerlijke rust en ik ervaar ongeduld door mijn verlangen tot uitsterving van dit geluid. De gillende kinderen verstoren me.

​Maar dan roepen de lindebomen, luider met hun stilte. De lindekronen reiken tot aan de grond. Een opening in de kroon ziet eruit als een toegangsdeur om het veilige lindenrijk te betreden. In gedachten zie ik het kind in mij vol verwondering naar binnen sluipen. In dit werkelijke moment wandel ik ook vol verwondering naar binnen. Het kind in mij is niet verlaten.

​Meneer spin met acht enorm lange poten steekt een pootje op en wijst naar mij, op het moment dat ik achterin, naast de oever in volle aandacht mijn omgeving verken. De zon schijnt door de bladeren en de meerkoet roept me iets toe terwijl die voorbij peddelt. Op mijn hurken bewonder ik de vele kleine vrienden voor wie al deze inheemse planten een thuis bieden. Overal wordt van gevroten, gaatjes geboren, gangetjes gemineerd en er worden blaadjes aan elkaar geweven.

​Eind juni is de natuur springlevend. De druk is nog steeds hoog, zo vlak na de langste dag van het jaar. Het is alsof het bos de zomer viert. Vrienden worden gemaakt, ruzies uitgevochten. De overleving is in vol ornaat uitgedost. In verbinding met de groen aangeslagen leefwereld week ik los van morgen, los van gisteren en los van het bereiken. Er is gewoon een verbinding.

Mijn telefoon gaat af en mijn sereniteit ondergaat een rimpeling. Dit moment is al goed genoeg. Ik neem niet op. Ik blijf hier onder de bomen. Geen uitleg nodig over hoe het gaat.

Meneer spin steekt zijn pootje nog eens op. Verlicht tik ik zijn pootpuntje aan en blijf ik nog even hier.

Pure bliksem


Schrijven als uiting van authenticiteit is spontane creativiteit, een spirituele beoefening. Als de filters van de dagelijkse communicatie – in het leven geroepen door rolvorming of andere constructies van het ego – afgelegd worden en puurheid weer mag bestaan, dan ontmoet ik de meest schone vorm van mijzelf. Het kan zó schoon zijn dat ik zelf niet eens meer hoef te bestaan. Ik mag het eigenaarschap loslaten en ervaren wat mijn pen en het papier samen creëren. Ik kan een bewust zijn ervaren voorbij alle conditioneringen.

Ik hoef niets meer te zijn.

Ik mag de dans van het leven zijn.

Ik dans niet eens meer, maar fuseer tot zelfs dat niet meer nodig is. Soms voel ik de ogen op m’n gezicht gericht al voordat ze op me gericht zijn. Wanneer ik in echtheid schrijf, dan kijkt er helemaal niemand meer. Ik ben er niet, er is de fantasie die ruimte krijgt. De stilte, die tot spreken komt. De woorden tussen de zinnen gaan leven als zinnen tussen de gedachtegangen. Als gedachtegangen die zich een weg banen tussen de druppels van de bui en achter de donderslagen verschuilen.

Het spontane leven voelt zo ontzettend vol. De eenzaamheid die ik in groepen mensen kan voelen, wordt veroorzaakt door de afwezigheid van die oprechte diepzinnige spontaniteit.

Dit is geen creatieve show. Dit is geen opvoering. Het is de passie zelf die in beweging is en kristalliseert als inkt op papier. Ik ben de donder en de bliksem. Ik ben de geluiden die de regendruppels en de bladeren als applaus produceren, wanneer dat moment daar is. De regen na de hitte. De ontlading van opgebouwde spanning.

Het moment dat de natuur in mij terechtkomt is het moment dat samensmelting realiseert. Dát is wat liefde is. Het verlangen tot eenwording. Ontdaan van de afstand. Gevuld door intimiteit.