Een plantje met opvallende knalrode bloembladeren en met lange haren op de stengel.
Bloem
Scharlakenrode bloembladeren. De rafelige zijden blaadjes glinsteren in de zon. Aan de voet zijn deze vaak zwart gevlekt.
Vrucht
De doosvrucht is maximaal twee keer zo lang als breed, meestal korter, nooit langer. Deze fungeert uiteindelijk als een soort strooizoutvaatje, maar dan met zaden i.p.v. zout.
Het bovenaanzicht geeft 6 tot 13 zwart-paarse stempelstralen te zien.
Blad
Het langwerpige behaarde blad heeft een grof ingesneden scherpe vorm.
Aan de voet van het stengelblad heeft het blad vaak een aantal bladslippen. De eindlob van het blad is zo goed als ongedeeld. Hierdoor kan je dit blad als afnemend dubbel veerdelig zien. Die ongedeelde eindlob vormt de helft van de bladlengte.
Bladrand: De gehele bladrand is duidelijk gezaagd.
Nervatuur: Veernervig (& Afnemend dubbel veerdelig)
Bladsteel: Plat steeltje, soms tegen de stengel zittend.
Stengel
Ronde stengel met opvallend lange wit-gekleurde beharing.
Soms rode haren
Wortel
Kan één meter diep reiken
Lijkt op
Bleke papaver (Kleine papaver) Papaver dubium: De bloemen zijn iets oranjerood van kleur. Het blad van Bleke papaver heeft nog iets smallere bladslippen en de bladrand ervan is minder vaak gezaagd. Ook is de vrucht duidelijk langwerpiger en draagt minder stralen dan de Grote klaproos.
Ruige klaproos Papaver argemone: Verschil is vooral te herkennen doordat de onrijpe vrucht en het vruchtbeginsel dat sterk stijve beharing heeft. Ook zijn de meeldraden in de bloem opvallend blauw-paars gekleurd.






