De Hollandse Iep is een overkoepelende soortnaam voor alle kruisigen tussen de Gladde Iep en de Ruwe Iep. De meeste in Nederland voorkomende gekweekte Iepen, met name de laanbomen behoren waarschijnlijk tot deze bastaard. De angst voor de Iepenziekte leeft nog steeds in de stad. De Hollandse iepen die de iepenziekte overleeft hebben zijn daarom van monumentale waarde.
Boomgrootte
23-34 meter
De Iepziekte
Hollandse iep was gevoelig voor de Iepziekte, maar lijkt toch inmiddels een redelijke resistentie ertegen te hebben opgebouwd.
Deze ziekte ontstaat door een Iepenspintkever die aan de knoppen knaagt van de Iep. Zij brengen hierdoor vaak een schimmel over. Deze schimmel Ophiostoma is in principe de Iepenziekte.
Wanneer de iep aangetast is gaan de Iepenspintkevers onder de bast gangetjes graven en hierin eitjes leggen. Een zieke Iep is daardoor te herkennen aan al deze gangetjes onder de bast.
De eerste tekenen van de iepziekte zijn verkleuringen en verslapping van de blaadjes aan het uiteinde van takken, vaantjes genoemd. De bladeren worden geel en vervolgens bruin. Ook krullen deze blaadjes op. Uiteindelijk sterven de takken vanaf de top steeds dieper de kroon in af.
Sommige oude lanen zijn sterk uitgedund door de ziekte. De enkele overgebleven bomen zijn van monumentale waarde.
Duurzaamheid
De boom kan behoorlijk oud worden, mits de boom niet ziek wordt. De boom is goed bestand tegen wind en luchtverontreiniging.
Voordeel
De kroon vult veel ruimte, daardoor geschikt voor brede straatprofielen of parken.
De iep verdraagt verharding.
Mogelijkheden
Parken, lanen

