Smalle weegbree profiteert van maaibeheer, begrazing, verruiging tot op een zekere hoogte en omgewerkte gronden. Het is een pioniersplantje veelal in gras, mos of onbegroeide grond die het soms in iets hogere ruige vegetatie nog een tijdje volhoudt. Als Smalle weegbree op vaak belopen stukken gras terecht komt zal hij kunnen verdwijnen. Betreding blijkt voor de Smalle weegbree dus wel een probleem te worden.
- Voorkomen
Inheems: Ja
Zeldzaamheid: Zeer algemeen (Behoort tot de meest voorkomende planten van Nederland)
Provincies: Alle
Wereldschaal: Kosmopoliet
Oorsprong: Europees en Azië
Natuurlijke standplaats
Natuurtype: Graslanden, braakliggende grond, stenige grond
Standplaats: Open grond, tot wat hogere ruige vegetatie
Chemie standplaats: Niet zout of brak.
Buurplanten:
Veldbeemdgras Poa pratensis
Hondsdraf Glechoma hederacea
Paarse dovenetel Lamium purpuream
Duizendblad Achillea millefolium
Veldzuring Rumex acetosa
Rode klaver Trifolium pratense
- Natuurlijk gedrag
Smal-arige en langarige bloemvorm-exemplaarverschillen
De Smalle weegbree vormt twee vormen van zichzelf. Een groeivorm waarbij de bloemaren langwerpig zijn en een groeivorm waarbij de bloemaren rond zijn. De lang-arige, cilindervormige soort groeit op bemeste en dus voedselrijke gronden en vormt meer zaad. De kort-arige, bolvormige bloemsoort zit aan een individu die op een voedselarme of vaak betreedde grond staat. Te veel betreding leidt tot energie-verlies en leidt dan naar de “mindere versie”, zeg maar, van de plant. De “mindere versie” met de ronde bloeivorm leeft ook korter.
Kruisbestuiving: Kruisbestuiving speelt voor de Smalle weegbree een hoofdrol. Dit is afwijkend van de nabij geëvolueerde Nederlandse weegbreesoorten: Grote weegbree Plantago major subsp. Major, Getande weegbree Plantago major subsp. Intermedia, Zandweegbree Plantago arenaria en Hertshoornweegbree Plantago coronopus. Dit is op te merken door de grote hoeveelheden aan stuifmeel dat door insecten zoals bijv. zweefvliegen meegenomen kan worden. Doch is de hoeveelheid stuifmaal dat door middel van de wind tot kruisbestuiving leidt vele malen hoger dan dat insecten hier voor zorgen bij deze Smalle weegbree.
Gynodioicie: De smalle weegbree is te vinden in exemplaren met mannelijke en vrouwelijke bloemen in het hoofdje (Tweeslachtig) en exemplaren met enkel vrouwelijke bloemen in het hoofdje (Eenslachtig). Bij die laatste exemplaren zijn de mannelijke bloemen namelijk steriel.
Planten die én vrouwelijke, én mannelijke bloemen aanmaken blijken vrouwelijke en tweeslachtige kinderen te kunnen hebben. Vrouwelijke planten kunnen enkel vrouwelijke planten aanmaken.
Op den duur is deze strategie niet handig. De vrouwelijk plant zal uiteindelijk overblijven, wat de plant afhankelijk zal maken van vegetatieve voortplanting die zij met haar wortelstokken uitvoert. Toch houdt dit plantje het al duizenden jaren vol om die mannelijke plant in leven te houden. De wil van haar om hem in leven te houden heeft wellicht geleid tot de expansie van de soort.
- Waardplant
Waardplant voor: Meerdere snuitkeversoorten. Veldparelmoervlinder.
Snuitkever Ceutorhynchidius troglodytes: Haar larve leeft in nog niet rijpe zaadjes van Smalle weegbree. Wanneer de volwassen kever van de Smalle weegbree vreet helpt zij nogal is een schimmel om via de wond de plant in te dringen. Die schimmel heet Phomopsis subordinaria…Als dit gebeurd worden de steeltjes van de bloemaren verdikt, wordt zwart en knakt om. Dit wordt de knikaarziekte genoemd.
Wanneer de plant is aangetast zal geen enkel van dit type snuitkevertje overigens nog eens van de plant gaan vreten.
Veldparelmoervlinder Melitaea cinxia: Ooit in Nederland algemeen geweest, maar al vaker heeft zij meerdere en mindere mate van voorkomen laten zien in Nederland. Nu is hij echt als standvlinder uit Nederland verdwenen en komt enkel nog soms in Zuid-Limburg voor.
- Van belang voor:`
Snuitkevergeslacht Gymnetron: vreet graag van de plamt
Mineermotten
Zweefvliegen (Melanostoma, platycheirus)
Vlinders
Wantsen
- Zwammen:
Synchytrium aureum: Te herkennen aan rijen van bobbeltjes in het blad.
- Geschiedenis:
Opkomst Smalle weegbree
Ongeveer vijfduizend jaar geleden is de Smalle weegbree plotseling opgedoken. Precies rond die tijd nam het grote aandeel van de Iepen Ulmus spec. in eurazië af.
Gedacht wordt nu dat dit een correlatie met elkaar heeft.
In deze periode werd waarschijnlijk veel iep gekapt door mensen of onderging de soort een natuurlijke ondergang. Als grote stukken bos gekapt werden voor landbouw onderging de akker op een gegeven moment weer een transformatie naar weidegrond. Er is een grote kans dat deze plotselinge massale gang van zaken in het verlede tot een drastische toename van de Smalle weegbree geleid.



Als je zegt: de wil van haar om hem in leven te houden heeft wellicht geleid tot de expansie van de soort, moet de titel van dit stuk dan niet zijn: de reddende kracht van het VROUWELIJKE geslacht? 🙂
Dat is een ingewikkelde taalkwestie. De kracht is van het vrouwelijk geslacht, maar het gaat om de reddende kracht van het mannelijk geslacht, wat in het vrouwelijk geslacht te vinden is 😉