Totaalbeeld: Klein kransvormige plant met lange lancetvormige bladeren
Bloem: weinig kleur bevattende cilindrische, maar soms ook eivormige bloemen waar soms witgele meeldraden uitsteken.
Daar waar de grond voedselrijk is, is de bloem cilindrisch dus langwerpiger.
Bloeit: Van de lente tot de herfst.
Vrucht: Doosvruchtjes. Terwijl een krans op het bloemhoofdje nog in bloei staat worden eronder al de doosvruchtjes gevormd waarin 2 tot 3 zaadjes zitten.
Blad: Lijnlancetvormig tot lancetvormig. Deze staan in een krans. In het detail ziet u ook een behaard blad.
Bladsteel: de stengelbasis is tegelijk het begin van alle andere bladeren het blad dat nog erg smal is en gelijdelijk iets breder wordt daarna waarna hij weer smaller word..
Bladrand: Glad
Nervatuur: Parallelnervig blad
Stengel: Er is geen stengel.
Er is wel een aparte steel voor één bloemhoofdje. Die is diep gegroefd.
Knop: Er is geen knop zichtbaar
Wortel: Penwortel, maar meestal met een meerkoppige wortelstok waardoor hij meerdere planten van zichzelf aanmaakt. Zo’n meerplantige plant noemen we een horst.
Lijkt op: Zeeweegbree Plantago maritima. Aan zee vind je deze plant vooral, maar soms ook landinwaarts. De bloemaren worden vaak veel langer en de blaadjes zijn vaak lang maar ze blijven behoorlijk smal.





