Het aantal soorten dat sterk aan de Zomereik verbonden is loopt in de duizendtallen! Dit is een zeer algemene boom in Nederland, maar was in vroegere tijden in nog veel grotere aantallen aanwezig.
Voorkomen
Inheems: Ja (al 9000 jaar, na de laatste ijstijd)
Zeldzaamheid: Algemeen
Provincies: Alle, maar minder in het uiterste noorden en Flevoland
Wereldschaal: Europa, behalve het noorden, west Azië, midden Amerika
Natuurlijke standplaats
Natuurtype: Eikenbos, Berken-zomereikenbos, Duineikenbos, Wintereiken-beukenbos, Eiken-haagbeukenbos, Elzen-eikenbos, Gaffeltandeikenbos, Stuifzandgebied.
Standplaats: Weinig eisend
Chemie standplaats: Heeft veel licht nodig. Niet te nat.
Buurplanten:
Grove den Pinus sylvestris
Ruwe iep Ulmus glabra
Gewone es Fraxinus excelsior
Beuk Fagus sylvatica
Haagbeuk Carpinus betulus
Ruwe berk Betula pendula
Vuilboom Rhamnus frangula
Bosanemoon Anemone nemorosa
Witte klaverzuring Oxalis acetosella
Natuurlijk gedrag
Ouderdom: Kan 1500 jaar oud worden. Een van de oudste boomsoorten van Europa.
Geen jaarlijkse vruchtzetting: dit doet de boom om de eikel-etende dierenpopulatie klein te houden.
Lichtboom: heeft behoorlijk wat licht nodig, maar hij is geen pionier.
Sint-janslot: Blaadjes verschijnen tegelijk met de katjes. Tegen de zomer verschijnen er opnieuw blaadjes, dit heet het sint-janslot.
Herstel nachtvorst & vraatschade: Door het Sint-janslot kan de boom zich van late nachtvorst en vraatschade goed herstellen in de voorzomer.
Windbestendig: Goed tegen wind bestand en daarom veel buiten de bebouwde kom aangeplant. Dan moet de grondwaterstand overigens niet te hoog zijn.
Strooiselvertering: Het blad verteerd niet zo snel. In een gemengd bos wordt de bodemfauna rijker en gaat het wel al stukken sneller dan in een homogeen stuk bos.
Ecologie
Bizarre hoeveelheden aan organismen zijn aan de Zomereik verbonden. Hier een greep hieruit…
Waardplant voor:
Groene eikenbladroller Tortrix viridana: Een zeer algemene groene mot in eikenbossen die de bomen kaal kunnen vreten. Ze vliegen vaak overdag. De groene rupsjes zijn vooral vaak op zoek naar een pas geopende eikenknop. Dit doen ze veel door aan een spinseldraadje zich te laten zakken en als een soort tarzan zich door het bos te slingeren.

Eenmaal bij een knop aangekomen vreet zij die van binnen op. Daarna beginnen ze aan de bladeren te vreten en rollen ze de bladeren op. Zij verpoppen zich in een spinselkluwen.
Eikenpage Quercusia quercus: Een grijsbruine vlinder met een blauwe glanzige plek. Die eet van gallen op de eikenbladeren en van honingdauw op de bladeren.
Grote wintervlinder Erannis defoliaria
Kleine wintervlinder Operphtera brumata
Beide wintervlinders kunnen het vroege blad helemaal wegeten.
Plakker Limantria dispar: Een algemene uil. Kan een plaag worden en schadelijk zijn voor een Zomereik.
Eikenprocessievlinder Thaumetopoea processionea:
Kan periodiek ernstige plagen vormen. De rupsen zijn gevaarlijk voor mensen.
Vliegend hert Lucanus cervus: Hakhouteiken zijn voor heen zeer belangrijk. Larven voeden zich met het vermolmde hout. Vooral in oude stoven van hakhout leven ze graag. De volwassen kevers eten graag van het sap dat uit verwondingen van een eik stroomt.
Eikelboorder Curculio glandium: Leeft in zich ontwikkelende vruchten (Eikels).
Eikenspringsnuittor Rhynchaenus quercus: mineert in eikenbladeren.
Eikenspintkever Scolytus intricatus: Verzwakt al verzwakte jonge eiken nog ernstiger.
Eikenprachtkever Agrilus biguttatus: Vaak verantwoordelijk voor D-vormige uitvlieggaatjes in eikenschors.
Gallen:
Meer dan veertig galvormers op de eik!
Ananasgal Andricus fecundator. Een gal van enkele centimeters groot dat lijkt op een ananas.
Besgal Neuroterus quercusbaccarum: Groen halfronde dopjes op de onderkant van het blad.
Aardappelgal & Wortelgal Biorhiza pallida: Beide gallen worden door hetzelfde beestje veroorzaakt. Bijna elk galvormertje creëert 2 verschillende galvormen. Beide op een ander tijdstip van het jaar.
Knikkergal (Galnoot) & Vogelnestgal (Knopgal) Andricus kollari: 
De knopgal wordt enkel op de Moseik Quercus cerris gecreëerd. De knikkergal komt op Zomereik en Wintereik Quercus patraea
Van belang voor:
Bosmuis Apodemus sylvaticus: De bosmuis eet en verspreidt de eikeltjes.
Veel vogels: Dit komt mede doordat het insectenleven zo rijk is op Zomereiken.
Gaai Garrulus glandarius: Deze vogel eet graag eikels en legt ook een wintervoorraad aan door de eikels her en der te begraven in zachte grond. Vele eikels vergeet zij toch weer en zo draagt zij sterk bij aan de verbreiding van de Zomereik.
De Gaai vervoerd de eikels in zijn keelzak.
De Gaai eet overigens ook knaagdieren, kleine vogels, eieren en slakken.
Vele korstmossoorten: Vooral in gebieden waar de lucht nog behoorlijk zuiver is.
Eikenmos Evernia prunastri: Lichtblauwe, struikvormige korstmos.
Groot boerenkoolmos Platismatia glauca: Lichtgroenig gekleurde en golvende plaatvormige korstmos
Zwammen:
Biefstukzwam Fistulina hepatica: Deze gaatjeszwam veroorzaakt een fraaie roodkleurige verkleuring op het hout dat meubelmakers wel waarderen. Parasiet. Deze zwam verspreidt zich langzaam waardoor het risico voor de boom toch laag is. Deze zwam is te vinden op de stamvoet van de eik.
Eikhaas Grifola frondosa: Een lichtbruinige wirwar van een zwam. De zwam bevindt zich op de stamvoet van eiken en rot in de wortels. Hierdoor kan een eik instabiel worden. Als deze zwam aanwezig is, is dat een teken dat de eik ook al door iets anders verzwakt is geraakt, deze zwam is nooit op een kerngezonde eik te vinden.
Doolhofzwam Daedalea quercina: Een grauwgelig gekleurde parasiet met een doolhofpatroon onder de hoed. Saprotroof en necrotroof. Meer op dode stronken dan op levende eiken (in dode kernhout) te vinden. De zwam kan het kernhout van de stam of zware takken dusdanig aantasten dat er op een gegeven moment een breuk kan optreden.
Zwavelzwam Laetiporus sulphureus:
Saprotrofe zwam die het kernhout van een eik kan wegeten. Als eiken oud worden is het zeer normaal dat deze zwam een keer in de boom terecht komt.
Eikenweerschijnzwam Inonotus dryadeus: Een dikke lichtoranje zwam. De zwam veroorzaakt zachtrot in het kernhout. Deze zwam op een eik kan zorgwekkend zijn voor de boom. Hij groeit vaak aan de voet van zeer oude eiken.
Eikenvuurzwam Phellinus robustus: Een zeldzame roestbruine of grijzige tot gelige zwam aan eiken gebonden. De zwam zit meestal erg hoog in de boom op de stam. Het is een vrij zeldzame necrotrofe parasiet op de Zomereik.
Eikenmeeldauw Microsphaera alphitoides: Slechts een eeuw in Nederland levend. Een parasiet die wat schade aan de gezondheid van de boom kan brengen. Zij heeft wel een predator, dat is Tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje Thea vigintiduopunctata 
Eikenmeeldauw
Roodbruine slanke amaniet Amanita fulva: Deze lichtbruine zwam die uit de grond komt steken aan een stengel en met een hoed heeft een positieve werking op de eik. Hij leeft met de wortels in symbiose. Ectomycorrhiza.
Zwavelmelkzwam Lactarius chrysorrheus: Ectomycorrhiza
Narcisridderzwam Tricholoma saponaceum: Een lichtbruine paddenstoel. Ectomycorrhiza
Eikeldopzwam Hymenoscyphus fructigenus: Op eikeltjes te vinden, maar ook op vruchten en zaden van andere bomen en struiken. Het zijn zeer kleine schotelvormige gelige dopjes. Saprotroof.
Eikelbekertje Ciboria batschiana: Kleine grijsgelige paddenstoeltjes op zaden. Saprotroof.


